PlusAchtergrond

Ze hebben het lastig, maar zzp’ers willen voor geen goud weer voor een baas werken

De coronacrisis treft honderdduizenden zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) keihard. Opdrachten vallen weg en er is noodhulp van de overheid nodig om te overleven. Toch is maar een klein deel van de zzp’ers van plan om weer voor een baas te gaan werken.

Veel zzp’ers werken in ruimtes als die van Spaces aan de Vijzelsstraat.Beeld Marc Driessen

Hoe erg zijn zzp’ers nu geraakt door de coronacrisis? ZZP Nederland (50.000 leden) onderzocht het deze zomer samen met andere zzp-organisaties. Ruim twee derde van de zelfstandigen had minder inkomsten vanwege de coronamaatregelen. 

55 procent van de zzp’ers denkt zonder aanpassingen verder te kunnen, 27 procent zoekt wel naar manieren om de onderneming aan te passen, 12 procent is op zoek naar andere activiteiten in een ander beroep en 6 procent wil zijn bedrijf beëindigen en gaan solliciteren naar een vaste baan, nog eens 14 procent van de zzp’ers denkt over loondienst in de toekomst.

Vooroordelen

Maar tot veel sympathie voor de malheur van de zelfstandigen leidt het niet. Voorzitter Maarten Post van ZZP Nederland snuift verontwaardigd over de vooroordelen die in de coronacrisis over zzp’ers de ronde deden toen ze massaal (56 procent) een beroep deden op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). “Het imago van de zzp’er is slecht. Het zouden armoedzaaiers zonder financiële buffer zijn. Profiteurs! Het is altijd negatief. En dat hebben al die ondernemers niet verdiend.” Hij wijst erop dat nog maar een derde van de zzp’ers een beroep deed op het tweede steunpakket.

“De waarheid is anders. We hebben het onderzocht in een enquête met het ministerie van Sociale Zaken waar 6300 mensen aan meededen. 45 procent heeft géén gebruik gemaakt van Tozo1, een inkomensondersteuning, terwijl die heel eenvoudig aan te vragen was en terecht kon komen bij mensen die het niet nodig hadden. Er was geen vermogenstoets, inkomenstoets of partnerinkomenstoets. Dat was een risico, maar het moest snel. We hebben een oproep gedaan: maak er alleen gebruik van als het nodig is. En dat advies hebben ze opgevolgd.”

Hoe kan het dan dat toch de term profiteurs valt?

“Er wordt gezegd dat zzp’ers niet meebetalen aan de sociale zekerheid, maar die sociale zekerheid betreft vaak werknemersverzekeringen: WW, WIA, pensioen. Het klopt dat zzp’ers daarvoor geen premie betalen, maar ze zullen er ook nooit gebruik van maken. Het steunpakket dat er nu is, is specifiek voor deze groep. Dat is geen werknemersregeling. Niemand heeft er premies voor betaald. Dat is belastinggeld, ook zzp’ers betalen belasting. En ja, zzp’ers hebben zelfstandigenaftrek maar die is bedoeld om de inkomensrisico’s af te kunnen dekken.”

Waar komt dat negatieve imago dan vandaan?

“Van de oude wereld, van de werknemers en werkgevers. Het is heel lang geleden dat met name in de schildersbranche werd gezegd tegen het personeel: het wordt te duur, word maar zzp’er. Nu is schilderwerk bij uitstek iets dat je rechtstreeks voor de consument kunt doen. Zo werden die ontslagen schilders een goedkopere concurrent van hun oude baas. En dat vonden die werkgevers niet prettig. Toen kwam er een verplichte pensioenregeling voor die zzp’ers om ze zo duurder te maken. En werknemers zeggen ook nog: zzp’ers pikken ons werk in. Of dat zo is, weet ik niet. Want er zijn ook heel veel beroepen van zzp’ers die er voorheen niet waren. Nieuwe beroepen, meestal in de dienstverlening, zoals coaches, weddingplanners, noem maar op.”

Betekent de coronacrisis het einde van de zzp’er?

“Nee, absoluut niet. Het is een kleine groep die wil stoppen of verder gaat als werknemer, 6 procent maar. Dat is een teken dat de zzp’er echt als ondernemer verder wil. Het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt dat er 1,1 miljoen zzp’ers zijn, maar bij die definitie wordt iedereen meegenomen, ook de hoogleraar die wel eens een lezing geeft en bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven. Wij komen tot 700.000 zzp’ers, en daarvan overwegen dus maar 42.000 mensen te stoppen. De motieven om ondernemer te worden en te blijven zijn nog hetzelfde. Zelfstandigheid, zelf je werk indelen, is voor de meeste zzp’ers de belangrijkste overweging. Regie over de eigen tijd is ook een belangrijke factor. Kijk maar naar mensen met zorgtaken, die gedijen niet bij vaste werktijden. En regie over je eigen geld is ook belangrijk. Meer verdienen, dat wil toch iedereen?”

“Het gros van de zzp’ers werkt echt zelfstandig. Die nemen een klus aan en bepalen zelf hoe ze die uitvoeren. Met uitzondering van bijvoorbeeld de bezorgdiensten. Die hebben een verdienmodel gevonden met alleen zzp’ers, maar dat zijn eigenlijk losse werkkrachten die afhankelijk zijn van die bedrijven. Ze worden uitgeknepen, dat kan niet. Dat is een heel verschil met echte zzp’ers die gewoon als ondernemer hun ding doen.”

Wat gaan de mensen doen die stoppen?

“Mensen die in sectoren werken waarin het heel moeilijk gaat, kunst en cultuur bijvoorbeeld, oriënteren zich nu op een andere baan of op andere activiteiten, zoals de zorg, om een faillissement te voorkomen. Daar is de nieuwe overbruggingsregeling voor zzp’ers voor bedoeld: zorgen dat mensen niet in de bijstand terechtkomen maar op de een of andere manier weer opkrabbelen en in eigen inkomsten voorzien. Ze moeten ook hulp krijgen om straks weer een buffer op te kunnen bouwen voor slechte tijden.”

“Kunst en cultuur, de evenementenbranche en de horeca, het is min of meer seizoenswerk. De zomer is voorbij. De zzp’ers in deze branches kunnen op dit moment niet verder. Deze mensen kijken misschien naar een baan, maar dat wil niet zeggen dat ze niet weer als ondernemer beginnen als ze kansen zien. Mijn eigen vader was zelfstandig visser op het IJsselmeer. Dat ging ‘s zomers goed. In de winter werkte hij in de suikerfabriek in Emmeloord. Een deel van het jaar was hij dus ondernemer en de rest van het jaar werknemer. Dit soort oplossingen zie je nu weer komen, soms ondernemer dan weer werknemer.”

Zzp’er Ben Kalb (36) is werkzaam als schipper. Door de coronacrisis zag hij zijn omzet met 45 procent dalen. “Ik vaar veel op hospitality-boten. Trouwerijen, uitvaarten, feesten en partijen. Dat viel in één keer allemaal weg, precies in het seizoen waar ik het van moet hebben. Echt balen. Het is nog steeds slecht. Zaterdag heb ik nog één vaartje maar daarna is alles afgezegd. Alleen mijn werk op de afvalboot bleef nog een beetje draaien. De vrachtklussen nemen weer ietsje toe.”

Na tien jaar loondienst als schipper op Amsterdamse rondvaartboten werd Kalb in 2016 zzp’er. “Mijn werk werd steeds meer letterlijk een rondje om de kerk. Ik wilde wat anders. Meer variatie en meer vrijheid. Ik deed het niet voor het geld, want onderaan de streep scheelt het niet veel of je als zelfstandige of als werknemer werkt, want ik betaal me blauw aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering. En als je een gezin hebt, dan móet je die wel afsluiten.”

‘Nee' verkopen

“Ik had veel werk toen ik begon, moest zelfs geregeld ‘nee’ verkopen. Het beviel me heel erg goed om te varen op andere boten voor andere opdrachtgevers. Als ik had gewild had ik zeven dagen per week van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat kunnen varen. Nu is er niks.”

Hij kwam in aanmerking voor de eerste ronde overheidssteun voor zzp’ers, die drie maanden duurde, maar bij de tweede regeling werd ook het inkomen van zijn vrouw meegenomen. “Zij kon gelukkig van twee naar vier dagen werk om zo het gezinsinkomen op peil te houden. Daarmee hadden we geluk. Collega’s die in hetzelfde schuitje zitten en alleen zijn hebben het moeilijker, zij kunnen hun pensioenpotje opeten voordat ze in aanmerking komen voor inkomensregelingen.”

Liever in vaste dienst

“Ik zit niet bij de pakken neer. En spijt van het zzp-schap is een groot woord, maar als ik van tevoren had geweten dat er zo’n crisis zou komen, dan had ik liever in vaste dienst gewerkt. Maar het systeem van zzp’er zijn, vind ik nog steeds onwijs tof. Je zit nergens aan vast. Je kunt overal werken. Je roest niet vast in een bedrijf. Voor mij persoonlijk perfect.”

Hij merkt dat hij de laatste weken steeds vaker naar vacatures zoekt. De tweede golf is er en terug naar normaal zal mogelijk pas diep in 2021 mogelijk zijn. “Weer in loondienst? Ik schuif de beslissing voor me uit. Wanneer is dit voorbij? Ik weet het niet. Het liefst wil ik weer terug naar de situatie hoe die was, maar ik sluit een baan in loondienst niet meer uit. Er is genoeg werk. Ik kan altijd naar Rotterdam om in loondienst op een tankschip te varen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden