PlusDe Klapstoel

Zangeres Nynke Laverman: ‘Ik vind mens-zijn best gecompliceerd’

Nynke Laverman (1980) is zangeres en songwriter. Ze werd bekend met de Friese fado. Gisteren ging in theater DeLaMar haar voorstelling Plant in première, waarvan dit jaar ook een album en podcast verschenen.

Nynke Laverman: 'Toen ik de zoveelste foto zag van een vogel helemaal in het plastic verstrikt dacht ik: nu is het genoeg. Het komt echt niet goed als we op deze manier doorgaan.' Beeld Harmen de Jong
Nynke Laverman: 'Toen ik de zoveelste foto zag van een vogel helemaal in het plastic verstrikt dacht ik: nu is het genoeg. Het komt echt niet goed als we op deze manier doorgaan.'Beeld Harmen de Jong

Weidum

“Een dorp in Friesland van vijfhonderd mensen. Ik was altijd op de boerderij aan het einde van de straat te vinden. Mijn vader was timmerman, mijn moeder was opgeleid tot verpleegkundige. Een warme en veilige jeugd, maar op een gegeven moment wil je natuurlijk de wereld in. Dat heb ik gedaan, maar nu zit ik er weer, in een buitenwijk, achter de oude melkfabriek. Het is net alsof de ruimte hier ook de ruimte in je hoofd is. Heel opvallend: er wonen hier veel mensen die werken in het theater en de muziek. Onze lichtman bijvoorbeeld, die ook de vaste lichtman is van Bløf.”

Amsterdam

“Ik heb op mijn achttiende auditie gedaan op de Academie voor Kleinkunst en werd tot mijn eigen verbazing aangenomen. Het was een knetterharde overgang. De grootste stad die ik had gezien was Leeuwarden. Alleen al de aankomst op het Centraal Station: al die mensen. Ik was een loslopend cliché. Liep ik de stad in en rook ik iets vreemds. Zeiden ze: dat is nou wiet. Ik woonde de eerste tijd in een antikraakpand in Purmerend, een leegstaand bankgebouw met in de kelder van die enge kluizen. Zat je in je eentje met je kopje koffie in een ruimte van elf meter lang. Vanuit de telefooncel belde ik met mijn ouders. Toen vond ik het geweldig om in de stad te duiken, maar nu wil ik er niet meer wonen. Amsterdam is een mierenhoop, waarin me vaak het gevoel bekruipt: wat doe ik hier?”

Serveerster

“Bij een restaurant in Grou, waar bootjesmensen kwamen. Ik was zestien en kon er niets van. Geef mij één tafel, dan doe ik die goed. Maar als het er tien worden, loopt alles in de soep. Ik heb ook via een uitzendbureau gewerkt op kantoren. De lunch als hoogtepunt van de dag. Ik had het gevoel dat ik in een toneelstuk was beland. Het leerde me dat ik nooit in dat soort werk terecht moest komen.”

Friese fado

“Ik hoorde de fado voor het eerst toen ik op mijn vijftiende met een vriendje naar de film ging. Ineens was hij er: Dulce Pontes zong de soundtrack. Ik heb er heel lang niks mee gedaan, omdat ik dacht dat je eraf moest blijven als je geen Portugees bent. Pas toen ik fado in het Fries vertaalde, viel het kwartje. Het werd opeens van mij. Cristina Branco had gedichten van Slauerhoff op fadomuziek gezet. Ik dacht: dat kan ik ook. Fries is een hele muzikale taal, net als Engels. Het heeft veel klinkers. Het heeft melodie. Het ging als een dolle. De cd is meer dan 40.000 keer verkocht. Bizar. Ik heb vaak gehoord: waarom ben je het niet blijven doen? Maar je moet durven breken met je oude succes, anders word je stilstaand water. Dan is het tien jaar later klaar met je.”

Mongolië

“Bij het reisbureau vonden ze het een aparte vraag. Er waren wel eens mensen geweest die een nachtje bij Mongoolse nomaden wilden logeren, maar ik wilde een maand lang met ze leven. Dat idee kwam heel intuïtief, ook weer na het zien van een film: The Story of the Weeping Camel. Het is er keihard, maar ik ben een romanticus, dus ik zie ook meteen schoonheid. Een mens is in Mongolië niks meer waard dan een rivier of een steen. Alles heeft een ziel, alles komt uit dezelfde bron. Dat is betoverend. Ik heb een geweldige tijd gehad. De mensen bij wie ik was, noemden zich mijn Mongoolse ouders. Ik ben nog een keer teruggegaan om mijn cd Nomade te brengen. Die staat nu op het altaar, want afspelen kunnen ze hem niet.”

Sprookjes

“Ze hebben vaak een mooie moraal. Ik heb er altijd iets mee gehad. In Mongolië sliepen we in zo’n ronde tent, een ger. Altijd als de kaarsjes werden uitgeblazen, om een uur of negen, hoorde je tiktiktiktik op het zeil. Dat waren kleine torretjes die naar beneden vielen door het rookgat. Als westerling wil je daar een verklaring voor, maar ik dacht: laat ik doen zoals zij hier doen en een verhaal verzinnen. Het sprookje van de toek-toektorren. Die zitten overdag boven in de tent de gedachten te verzamelen van de mensen die er wonen en daar maken ze droompakketjes van. Als je gedachten goed zijn, krijg je ’s nachts een mooie droom terug. En andersom.”

Slootdoop

“Hier in het slootje, waar je nu allemaal riet ziet. Ik werkte samen met schrijfster Jannie Regnerus. Zei zij: ‘Die slootjes, dat zijn eigenlijk de bloedvaten van het landschap. Waarom doen we daar niets mee? Waarom hebben we geen slootdoop, zodat je verbinding maakt met het landschap?’ Dat vond ik zo mooi. Ik dacht: dat gaan we doen, we gaan onze pasgeboren Pelle dopen in de sloot. We hebben hem gewikkeld in witte doeken en een beetje eendenkroos over zijn voorhoofd gegoten. Ik hou van rituelen. Toevallig is hij ook nog zo’n mannetje dat alleen maar naar buiten wil. Hij wilde vroeger een vogel worden. Toen hij begreep dat dat niet kon werd het natuurfotograaf.”

Dansen

“Het was ooit mijn droom om in musicals te spelen, maar ik ben niet geboren voor de dans. Ik kan het wel, maar niet volgens de klassieke principes. Dat is iets met mijn heupen. Het was even slikken, maar ik kwam er gelukkig snel achter dat de musicalwereld niks voor mij is. Maar dans vind ik nog steeds te gek. In Plant werken we met Dunja Jocic, een geweldige danseres. Ik ben iemand van taal en tekst, dan is het mooi om daar op het podium iets non-verbaals tegenover te zetten. Soms neem ik iets van de bewegingen mee, maar helemaal los ga ik nog steeds niet. Daar moet je ook een verdomd goede conditie voor hebben.”

Wachten

“Ik ben een controlfreak. Ik vind wachten heel moeilijk – en dan bedoel ik niet wachten op de bus, maar meebewegen op de stroom van het leven. In het taoïsme noemen ze dat doen door niet doen. Er gebeurt ontzettend veel in jezelf als je niets doet. In artistieke processen wil ik vaak veel te snel naar resultaat, waardoor ik ga persen en er iets kunstmatigs uitkomt. Ik zou graag een goede wachter zijn. Zoals een uil. Die zit stil in de boom en spaart zijn energie tot het er werkelijk toedoet. Dan slaat hij toe.”

Plastic

“Toen ik de zoveelste foto zag van een vogel helemaal in het plastic verstrikt dacht ik: nu is het genoeg. Het komt echt niet goed als we op deze manier doorgaan. Het is verfrissend om je bij de dingen die je automatisch doet af te vragen: waarom eigenlijk? En: heb ik het nodig? Wc-blokjes? Hoezo? Dat heeft een soort huishoudelijke revolutie ontketend. Ik weet echt wel dat ik de wereld er niet mee red, maar het voelt heel goed. Plastic komt er hier niet meer in. Het gekke is: dat was helemaal niet moeilijk. Wat het wel is: je moet er de tijd voor nemen om te bedenken hoe je het anders gaat doen. Die tijd hadden wij, toen we twee jaar geleden een sabbatical namen.”

Plant

“Mijn nieuwe voorstelling. Het gaat in principe over de mens, maar ook over het probleem dat wij onszelf altijd zo centraal stellen. We zijn naar onze omgeving gaan kijken als een verzameling dingen. Maar wat zien we als we vanuit het perspectief van een plant kijken? Of vanuit het perspectief van je achterachterkleinkinderen? Ik had er nooit bij stilgestaan dat ik niet alleen voorouders heb, maar er ook een ben. Als je dat laat doordringen, maak je misschien andere keuzes. Soms denk ik ook: kon ik maar wortel schieten en een plant worden. Gewoon: groeien en zijn. Ik vind mens-zijn best gecompliceerd. Mijn zoon heeft het niet van een vreemde dat hij een vogel wil zijn. Mijn man voelt zich ook al een vogel.”

Sytze Pruiksma

“We werken altijd samen. Het voelt gek als hij er niet is. Ik ken hem van het openluchtspel van Jorwerd. Toen ik vijftien was mocht ik voor het eerst met de grote mensen meedoen. Sytze zat als drummer in het combo. Hij stond verderop met mijn vader een biertje te drinken en lachte heel uitbundig, met zijn hele hoofd. Ik dacht: zo’n man moet ik later hebben. Niet per se hem, want hij was acht jaar ouder, maar zo’n man. Twee jaar geleden zijn we getrouwd, met houten ringen, in elf laagjes. Twee enen naast elkaar die bij elkaar horen. We hebben een heel eigen ritueel bedacht op het strand van Terschelling, met de hele familie in een cirkel. Daar hebben we elkaar elf geloftes gedaan. Na elke gelofte sloegen de gasten op een buisklok: kloeoenggg. De kinderen waren erbij. We zijn met zijn vieren getrouwd.”

Improvisatie

“We hebben voor Plant elf songs gemaakt. Die krijg je allemaal over je heen in een heftig videodecor met dans. Maar het laatste stuk is improvisatie. Sytze heeft een pianothemaatje waar hij mee begint en dan kijk ik wel wanneer ik iets doe. Zonder tekst, zonder taal. De grootste stap die een controlfreak als ik kan nemen. Je kunt voor van alles bang zijn: dat het saai wordt of dat het publiek wegloopt. Ik weet het niet en dat is precies wat we ermee willen zeggen: we weten het gewoon even niet. Die onzekerheid vinden we vreselijk, maar er komt altijd weer een richting, je weet alleen niet wanneer en hoe.”

Hugo Logtenberg

“Een boek over De Dijk? Een hele goede band. Ik geloof wat ze doen. Bestaan ze al veertig jaar? En ze zijn nog steeds bij elkaar? Wauw. Sytze en ik kunnen ons ook niet voorstellen dat we met pensioen gaan.”

De voorstelling Plant gaat vrijdag 15 oktober in première in theater DeLaMar en tourt nu door het land. Podcast en album via: nynkelaverman.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden