PlusInterview

Wopke Hoekstra: ‘Neem als politicus jezelf niet te serieus’

Naast de coronacrisis kampte het CDA met een tumultueuze zomer vol strijd over het lijsttrekkerschap. De man die niet wilde, minister van Financiën Wopke Hoekstra (44), blikt vooruit en terug.

Hoekstra: ‘Ik steun Hugo de Jonge honderd procent.’Beeld GUUS SCHOONEWILLE

Hij komt uit een ‘warm gezin’ met maatschappelijke betrokkenheid. Wopke Hoekstra’s vader, die nog leeft, was internist. Zijn moeder werkte bij de stichting Bartiméus met blinden en slechtzienden. Hoekstra noemt de definiërende momenten uit zijn jeugd kwesties van leven en dood.

“Mijn moeder werd ernstig ziek toen ik op de lagere school zat, ze kreeg kanker. Dat was het eerste moment dat je als klein jongetje beseft dat het geen gegeven is dat het allemaal alleen maar goed gaat. In het tweede jaar dat ik studeerde overleed mijn moeder. Mijn broertje zat nog halverwege de middelbare school, mijn zusje deed in die week eindexamen. Dat was een nare periode waar we als familie goed doorheen zijn gekomen. Daarvan heb ik geleerd dat je het belangrijkste het belangrijkste moet laten zijn. En dát liefde en aandacht geven. Keuzes maken: niet alles kan. En veel dingen kunnen ook niet tegelijkertijd.”

Als minister zet u zich ook in voor kinderen met kanker. Kunt u daar verschil maken?

“Wat ik doe is een druppel op de gloeiende plaat. De reden dat ik er af en toe over praat, is omdat het ook gek is om het weg te houden en te doen alsof alles rozengeur en maneschijn is. In mijn ouderlijk gezin hebben we zelf meegemaakt wat kanker betekent. En wat wij nu hebben meegemaakt is niet te vergelijken met een situatie waarin ouders hun kind ook echt verliezen. Ik kan me herinneren dat een jongen bij mij op de lagere school kanker kreeg. Toen was dat een doodvonnis. Nu is het goede nieuws dat twee van de drie kinderen met kanker het overleven. Het betekent dus ook dat in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht, waar onze jongste zoon is geopereerd, een van de drie kinderen overlijdt. Daar moet meer tegen worden gedaan. Dat geldt overigens ook voor kanker in de volle breedte.”

U wandelde deze zomer door de Pyreneeën terwijl de ontknoping over het CDA-lijsttrekkerschap zich voltrok. Viel er iets van u af?

“Nee, want er was ook niet iets wat van mij af moest vallen. Ik weet niet of dat met de aard van het beestje te maken heeft of met wat ik in mijn leven heb meegemaakt. In mijn baan moet je het werk en de burgers heel serieus nemen. Maar het is goed voor politici jezelf niet al te serieus te nemen.”

Waar zat de aarzeling bij u om CDA-lijsttrekker te worden?

“Alle belangrijke beslissingen in je leven neem je ook op je onderbuik. Je probeert daarover te spiegelen met mensen die je hoog acht, die je vertrouwt en die daar goed op kunnen reflecteren. Omdat het lijsttrekkerschap in de pers voortdurend aan je wordt toegeschreven, vinden mensen het merkwaardig als je daarin een andere afweging maakt.”

Waarvan dacht u: ik moet er niet aan denken?

“Zo was het niet. Als er dingen waren geweest waarvan ik dacht: daar moet ik niet aan denken, dan had ik ook eerder nee kunnen zeggen. Over veel aspecten van die politiek ben ik positief, het is ook een verslavend vak. En als je me nu met het pistool op de borst zou vragen zou je nog als minister van Financiën door willen, dan zou ik ja zeggen.”

Er ontstond een enorme kater in de partij toen u het niet deed. Ze zagen dat iemand afhaakte die zich voor hun gevoel zich anderhalf jaar had warmgelopen. Snapt u dat?

“Tegelijkertijd ben ik er binnenskamers wel transparant over geweest. Ik vond het reëel om in februari aan een paar van de meest betrokkenen in de partij te laten doorschemeren dat het voor mij geen gelopen race was. Juist om daar een verrassing te voorkomen. Terwijl er ook mensen waren die mij probeerden te enthousiasmeren om het wel te doen. Wat ik vanaf het begin doe, is mijn ziel en zaligheid in mijn functie van minister van Financiën stoppen. Bovendien was ik niet de enige. Er waren toen nog twee andere uitstekende kandidaten. En ik denk dat het CDA nu ook met Hugo de Jonge alles in huis heeft om een hele goede uitslag te maken.”

U steunt De Jonge honderd procent?

“Absoluut.”

Wat zijn de risico’s voor het CDA het komend half jaar?

“We zitten nu niet in de makkelijkste fase. Ik denk ook dat het kan om nu de gelederen weer te sluiten en vooruit te kijken. Want ik denk dat de boodschap die het CDA voor Nederland heeft is: verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en voor de samenleving. Dat is nog steeds de kern van een zeer 21ste-eeuwse boodschap voor de komende jaren.”

Wat staat u het sterkst op het netvlies van die eerste coronagolf?

“Twee dingen. Omdat mijn vrouw Liselot huisarts is en ik deze baan heb, gingen onze kinderen wel een aantal dagen per week naar school tijdens de lockdown. Dan kwamen we met de vier kinderen in zo’n desolaat schoolgebouw in één klasje met drie, vier anderen. Het andere is dat ik een scherp beeld uit de praktijk kreeg van de medische nevenschade van de coronacrisis. Liselot liet me de cijfers zien van het aantal mensen waarbij een kankerdiagnose was gesteld. Dat was gedaald van 3500 naar 2000. Veel mensen hebben zich niet laten onderzoeken en zijn dus door blijven lopen met bijvoorbeeld een melanoom.”

Acht u het denkbaar dat de financiële effecten van corona op financieringstekort en de staatsschuld over tien jaar zijn gladgestreken?

“Daar is geen garantie voor, maar het is goed mogelijk. Waarom zeg ik dat? Wat je bij de Nederlandse economie altijd ziet: als het tegenzit in een economische crisis, dan zit het vaak ook heel fors tegen. Het tegenovergestelde is ook waar. Als het in Nederland goed gaat, dan kan je heel veel tegelijk doen. Als je een serieuze fase van herstel hebt, dan zou dat kunnen.”

“Maar vergeet daarbij niet: voor heel veel mensen is dit een pittige tijd. En het zal eerst minder worden voordat het beter gaat. Maar als je de langere termijn bekijkt: een aantal elementen in de economie is ijzersterk. We hebben echt de mogelijkheid om veerkracht te tonen, to bounce back, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen. Daarom ben ik ook echt optimistisch over ons vermogen uiteindelijk weer op te krabbelen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden