Plus

Winkelvoorraad met verlies verkocht? Dan moet de coronasteun terug

Voorraad verkocht, coronasteun kwijt. Veel meer ondernemers dan verwacht moeten de overheidshulp terugbetalen die ze vorig jaar ontvingen, door weeffouten in de haastig opgezette regelingen.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Winkeliers deden het afgelopen jaar overtollige voorraad van de hand, omdat ze de spullen door de verplichte sluiting of het wegblijven van klanten niet meer konden verkopen. Ze worden nu afgerekend op de omzet die ze daarmee hebben gemaakt.

“Iedereen in mijn omgeving die acuut geld nodig had, heeft vorig jaar zijn voorraad verkocht,” zegt Bart de Groot van de Amsterdamse modewinkel Cowboys to Catwalk. “Soms tegen inkoopprijs, maar vaak met verlies. Op die manier kregen we nog een beetje geld binnen. We hebben dat verlies genomen, maar worden nu in de afrekening voor onze steun gepakt op de omzet die dat heeft opgeleverd.”

Het gaat daarbij zowel om salarissteun NOW als om de tegemoetkoming vaste lasten (TVL) die mede op basis van omzet worden uitgekeerd. Bij de eerste NOW-regeling moesten ondernemers vorig jaar de omzetval en salariskosten tussen maart en juni opgeven om in aanmerking te komen voor steun. Veel ondernemers moesten die cijfers schatten.

60 procent moet terugbetalen

Inmiddels is het UWV aan het rekenen geslagen met de definitieve omzet- en looncijfers. In 60 procent van de ruim 144.000 gevallen wijken die af en moet er worden terugbetaald. Dat komt onder meer doordat omzetcijfers vertekend zijn geraakt door voorraadverkopen. “Als je veel voorraad hebt verkocht, word je nu gepakt,” zegt De Groot. “De overheid denkt dat uit die omzet de lonen betaald kunnen worden en kort daarom de steun. Lonen betaal je niet uit omzet, maar uit de marge. En die maak ik niet.”

Hetzelfde dreigt te gebeuren in de tweede NOW-ronde (juni tot oktober), waarvoor sinds vorige week de terugbetalingen zijn gestart. Pas eind vorig jaar kwam er een uitgebreide regeling voor overtollige seizoensvoorraden die grotendeels vergoed worden door de overheid. Maar dat geldt niet voor voorraad die eerder is verkocht.

Daarbij gaat het niet alleen om modezaken, maar onder meer ook om meubelwinkels of autodealers. “Niemand wist bij het begin van de crisis of klanten nog zouden kopen,” zegt Tom Huyskens van autobrancheorganisatie Bovag waarbij 9000 bedrijven zijn aangesloten.

“Veel dealers hebben voorraad afgestoten, soms met verlies. Vooral in de eerste maanden van de crisis. Een auto, motor of caravan die op het terrein staat, kost alleen maar geld. Het was van tevoren bekend dat daardoor problemen konden ontstaan. Maar we begrijpen heel goed dat ondernemers soms niet anders konden.”

Thuisbezorgen of afhalen

“We zouden graag zien dat het gerepareerd wordt en er ook naar de marge wordt gekeken. Maar ik weet niet of het realistisch is om dat nu nog te repareren. Hoe meer kerstballen, hoe zwaarder de boom. Als ze in eerste instantie het werk goed hadden gedaan, dan was dit niet nodig geweest.”

Veel meer ondernemers vrezen steun te moeten terugbetalen - of hebben dat al te horen gekregen. Zoals horecazaken en winkels die zijn gaan thuisbezorgen of winkels die afhalen mogelijk hebben gemaakt. “Het zijn vooral kleinere ondernemers die hierdoor zwaar worden getroffen,” zegt Paul te Grotehuis van branchevereniging Inretail. “Terwijl juist deze groep de steun heel hard nodig heeft.”

De branchevereniging kent een hele trits oorzaken waarom ondernemers toch moeten terugbetalen. Zoals bedrijven die in 2019 getroffen zijn door brand en daardoor tijdelijk een lagere omzet maakten. Of winkeliers die hun winkel net hebben uitgebreid of vlak voor de pandemie een nieuwe vestiging hebben geopend. “Dat zorgt allemaal voor een vertekend beeld voor de omzetvergelijking.”

Ook blijkt januari 2020 als peilmaand voor de laatste ‘coronavrije’ omzet vooral in de winkelbranche ongelukkig uit te vallen. De loonkosten zijn dan relatief hoog omdat overwerk en bonussen uit de voorgaande kerstmaand worden betaald. Maar januari is ook traditioneel de maand met de laagste winkelomzet. Daardoor valt de omzetvergelijking met steunmaanden maart tot juni ongunstig uit.

‘Geen maatwerk’

Vooraf werd al gezegd dat de haastig in elkaar gezette eerste NOW-ronde niet optimaal zou zijn, maar dat eventuele gaten later konden worden gedicht. Maar volgens minister Wouter Koolmees van Sociale zaken is dat nauwelijks mogelijk, om met ruim 144.000 aanvragen maatwerk te leveren.

Bezwaar maken kan wel: tot nu heeft een op de twintig ondernemers dat gedaan en elk bezwaar moet alsnog apart worden beoordeeld. Ook zijn er al ondernemers naar de rechter gestapt. “Het is enorm triest dat er voor uitzonderingsgevallen geen maatwerk wordt geboden,” zegt Te Grotehuis. “Koolmees roept telkens dat er geen ruimte is voor maatwerk, maar het beoordelen van al die bezwaren kost ook tijd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden