PlusReconstructie

‘Wie praat, die gaat’: hoe Ridouan Taghi’s jeugdbende uitgroeide tot moordploeg

Jeugdbende Bad Boys groeide uit tot spil in de moorddadigste misdaadorganisatie van het land, met Ridouan Taghi als leider. De kern van die bende bewijst hoe misdaad niet loont, uiteindelijk. Vrijwel iedereen zit vast of is vermoord – door oude vrienden.

In een administratie blijkt nauwelijks verhuld voor 19 miljoen euro aan inkomsten en uitgaven te zijn genoteerd voor observeerders, huurmoordenaars en al dan niet gestolen auto’s.Beeld Sjoukje Bierma

Het begint met rondhangen en straathandel in hasj, maar het hosselen loopt uit op grootschalige hasjhandel, inbraken, wapenhandel en het bizarre fenomeen van dodelijke straatraces.

Het zijn grosso modo vijftig jongens en jonge mannen die zich, in wisselende samenstelling, vanaf het einde van de jaren tachtig in de regio Utrecht manifesteren als de beruchte jeugdbende Bad Boys. Ze hangen bij winkelcentrum City­plaza in Nieuwegein en waaieren vandaar uit naar Utrecht, IJsselstein, Maarssen en andere gemeenten in de omgeving.

Begin jaren negentig treedt een onopvallende jongen tot de groep toe: Ridouan Taghi uit Vianen, dan een jaar of veertien oud.

Hij is een pientere vwo’er op een school in Nieuwegein, die hij niettemin zonder diploma zal verlaten. Hij is klein en tenger en de, letterlijk en figuurlijk, grotere jongens geven hem geregeld een pak slaag of overvallen hem van zijn beginnende hasjhandeltje.

De Bad Boys worden ondertussen een steeds ernstiger plaag. Met steeds zwaardere misdrijven, maar ook met die straatraces die dan onder wel meer probleemjongeren een levensgevaarlijk tijdverdrijf zijn. 

Leden van de Bad Boys scheuren onwaarschijnlijk roekeloos over de Amsterdamsestraatweg in Utrecht (‘de langste winkelstraat van Nederland’), over de Ring Utrecht en over een bedrijventerrein van Maarssen. Ze proberen treinen in te halen. Volgens de overlevering vallen er bij die races acht doden – al is dat cijfer nooit formeel vastgesteld.

Ridouan Taghi’s ster begint dan al te rijzen, maar de tijd dat zijn naam in Utrecht en omstreken nog slechts wordt gefluisterd of tot ‘T’ wordt afgekort, moet nog komen. Eerst is hij gewoon nog ‘Kleine’, ‘Neus’ of ‘Freggel’.

Gezamenlijk verleden

De harde kern van de Bad Boys bestaat in de jaren negentig uit een man of twaalf. Het is een multicultureel gezelschap. De ‘Surinamers’: Mao R. (1975) en zijn jongere broer Mario (1979) uit Utrecht; Feno D. (1985) en Gerel Palm (1983) uit Amsterdam; Jaouad (Joey) W. (1979) uit Tiel; Gilbert Roemer (1979) en jeugdvriend en buurtgenoot Timon ‘Chico’ Badloe (1975) uit Nieuwegein. 

Ook de Antilliaan Sherwin S. (1975) uit Amsterdam, wiens jongere broer Shurandy begin 2018 de onschuldige broer van kroongetuige Nabil B. zal doodschieten, maakt deel uit van de groep, net als de autochtone Utrechters Levi B. (1987) en Gertjan de J. (1978) en de Marokkaan Samir Erraghib (1979) uit IJsselstein. En dan is daar nog de in Beni Selman, Marokko, geboren Ridouan Taghi (1977) uit Vianen, uiteraard.

De Bad Boys groeien door. Het gezamenlijke verleden op straat heeft sterke vertrouwensbanden gesmeed, cruciaal in de onzekere en van wantrouwen doortrokken onderwereld. Taghi ontwikkelt zich tot een bedreven drugsbaron. Hij mag een deel van de hasjlijnen uitbaten die ooit door zijn grootvader zijn opgezet en bouwt die voortvarend uit. Met snelle speedboten zetten getrouwen de hasj vanuit Marokko over naar de Spaanse zuidkust. Vandaar lopen soepele lijnen verder Europa in.

Gestaag volgt de overstap op cocaïne. Taghi’s organisatie wordt door die handel zo snel extreem rijk dat het te laat is als eerst concurrenten en jaren later de opsporingsdiensten doorkrijgen welk veelkoppig monster is ontstaan.

De organisatie hanteert een structuur van gescheiden groepen en groepjes voor verschillende taken, zodat straatsoldaten zo min mogelijk kunnen verlinken. Op verraad, op ‘snitchen’ naar rivalen of opsporing, staat de kapitale straf: wie praat, die gaat.

Eind jaren negentig smeedt Taghi zijn organisatie samen met die van de Utrechtse Marokkaan Saïd Razzouki (1972) en diens familie en verwanten. Zo heeft Taghi een rechterhand in Saïd Razzouki en een linkerhand in Bad Boy Mao R.

Rotterdams onderzoek

Het is de in doodsnood verkerende sleutelgetuige Ebrahim B. (1969) uit Utrecht die de politie op zaterdag 27 juni 2015 als eerste crimineel uiteenzet hoe zeer die Bad Boys van weleer nu niets ontziend jagen op rivalen. De hasjhandelaar, naar eigen zeggen ex-crimineel, is maanden tevoren gevolgd door ‘drie Surinamers’ die hem kennelijk in België hadden getraceerd, waar hij de luwte had gezocht. Ze willen hem liquideren.

Voorman van het trio is ‘een neger’ die volgens B. al diverse liquidaties voor Taghi heeft uitgevoerd, waaronder de (in eerste instantie mislukte) moord op zijn ex-zwager. Met die ‘neger’ bedoelt hij overduidelijk Bad Boy Joey ‘Boek’ W.. Omdat Ebrahim B. zich nog verder heeft teruggetrokken en onvindbaar is, gaan zijn belagers achter zijn vrienden aan – om via hen alsnog bij hem te komen of hen te doden om B. te raken.

De plotselinge, uiteindelijk uitvoerige verklaringen van B. komen op het moment dat een groot onderzoek naar Rotterdamse dieven van (vlucht)auto’s de recherche naar Utrecht en omgeving heeft geleid. Daar is in een nieuw onderzoek, onder codenaam 26Koper, een forse groep verdachten in beeld gekomen die een zeer professioneel opererend moordcommando lijken te vormen. 

‘Spotters’ (observanten) brengen minutieus de gangen van doelwitten in kaart. In een administratie blijkt later nauwelijks verhuld voor 19 miljoen euro aan inkomsten en uitgaven genoteerd voor spotters, ‘hitters’ (huurmoordenaars) en (gestolen) auto’s voor observaties of om in te vluchten.

In twee boxen van verhuurder De Opslagman in Nieuwegein vindt de politie in juli 2015 een ontzagwekkende berg oorlogstuig, waaronder 92 vuurwapens (waarvan 38 automatische), 9 scherfgranaten en 13 kogelwerende vesten. Elders liggen meer wapens. Van vijf duidelijk geïdentificeerde doelwitten die minutieus zijn geobserveerd, worden er ná het oprollen van de kennelijke moordploeg twee alsnog geliquideerd.

Verschillende moordcommando’s

De tien verdachten in de omvangrijke strafzaak 26Koper worden volgens de aanklagers ‘gedreven door macht, haat, geldelijk gewin en de drang te stijgen op de criminele ladder’ en zijn bereid slachtoffers te vermoorden die ze niet eens kennen. In de verdachtenbanken zitten drie gewezen Bad Boys: hoofdverdachte Joey W., Levi B. en Mario R.

Ridouan Taghi en Saïd Razzouki zijn niet meegenomen in dit proces, maar gaandeweg is het justitie duidelijk geworden dat zij samen met Mao R. organisatorisch boven verschillende moordcommando’s hangen, waarvan de groep uit 26Koper er maar één was.

Dat weten de opsporingsdiensten niet in de laatste plaats door de miljoenen versleutelde berichten tussen de criminelen die zijn gevonden op in Canada en Costa Rica in beslag genomen computerservers. De enórme berg leesbaar gemaakte tekstberichten vormt een bom aan bewijs omdat (ook) de groepen rond Taghi in hun emailverkeer in ijzingwekkend kille én glasheldere termen over liquidaties ‘spreken’, omdat ze zich onbespied wanen.

Na jaren worden de drie leiders één voor één alsnog gepakt: Mao R. (en Mario R.) in mei 2019 in Suriname; Ridouan Taghi in december 2019 in Dubai en Saïd Razzouki in februari 2020 in Colombia.

Vermoorde jeugdvrienden

In twee ongekend grote, nieuwe en al in de opstartfase nauwelijks beheersbare strafprocessen zullen zij en meer dan dertig medeverdachten terechtstaan voor betrokkenheid bij héél veel liquidaties, mislukte pogingen en nooit uitgevoerde moordplannen – plus het lidmaatschap van een moordbende.

Taghi, Razzouki en Mao en Mario R. worden in de zaak Marengo berecht; Bad Boy Feno D. is een belangrijke verdachte in het verwante proces Eris.

Op de aanklachten in Marengo prijkt óók een Bad Boy als slachtoffer: de in 2017 in IJsselstein doodgeschoten Samir Erraghib. Hij is maar één van de drie vermoorde Bad Boys. Jeugdvrienden én drugshandelaars Adjai Badloe en Gilbert Roemer zijn eveneens met grof geweld geliquideerd, in hun oude buurtje in Nieuwegein.

Gerel Palm staat op de Nationale Opsporingslijst omdat hij op 10 december 2016 twee Rotterdammers zou hebben neergeschoten in een weiland in Noordeloos in Zuid-Holland. Hij is in maart 2017 in Suriname aangehouden, maar kon ‘ontsnappen’ uit de gevangenis en is sindsdien voortvluchtig.

De enige van de harde kern van de Bad Boys die echt langdurig uit handen van de politie weet te blijven, is Sherwin S. Dat geldt niet voor diens broer Shurandy, die de onschuldige broer van kroongetuige Nabil B. tegen Taghi’s groep vermoordde.

Harde kern wacht celstraf, zit gevangen of is vermoord

Ridouan Taghi (1977)

Moet in de veelvoudige liquidatiezaak Marengo als absolute hoofdverdachte levenslang vrezen.

Mao R. (1975)

Wordt in Marengo een leidende rol toegedicht als adjudant van Taghi en moet levenslang vrezen.

Mario ‘Piet’ R. (1979)

Wordt in Marengo vervolgd als verlengstuk van broer Mao (en Taghi) en voor de liquidatie in 2015 van spyshopmedewerker Ronald Bakker in Huizen, plus voor het plan met een bazooka te schieten op de spyshop in Nieuwegein waar Bakker werkte.

Jaouad ‘Joey’/‘Boek’) W. (1979)

Kreeg als één van de hoofdverdachten in proces 26Koper 13 jaar cel voor het voorbereiden van liquidaties en het bezit van een enorm wapenarsenaal.

Levi B. (1987)

Kreeg in proces 26Koper even­eens 13 jaar cel voor het voorbereiden van liquidaties en het bezit van een enorm wapenarsenaal.

Feno D. (1985)

Wordt in liquidatieproces Eris beschuldigd van betrokkenheid bij de liquidatie in 2017 van crimineel Jaïr Wessels in Breukelen, de opdracht de Amsterdamse crimineel Inchomar Balentien te liquideren (toen mislukt), drie pogingen tot liquidatie en een (poging tot) beschieting van een woning.

Gertjan de J. (1978)

Is nu op vrije voeten, maar komt steeds in beeld in gewelds­zaken en drugsonderzoeken.

Gerel Palm (1983)

Staat op de Nationale Opsporingslijst voor de dubbele poging tot liquidatie van twee Rotterdammers op 10 december 2016 in Noordeloos.

Sherwin S. (1975)

Raakte zelf uit beeld, broer Shurandy ‘Andy’ S. is veroordeeld tot 28 jaar voor de moord op Reduan B., de broer van koongetuige Nabil B.

Gilbert ‘Rasta Gilly’ Roemer (1979)

Is op 24 juni 2013 geliquideerd in Nieuwegein.

Samir Erraghib (1979)

Is op 17 april 2016 geliquideerd in IJsselstein.

Adjai ‘Timon’/‘Chico’ Badloe (1975)

Is op 28 november 2017 geliquideerd in dezelfde straat in Nieuwegein waar zijn vriend Gilbert Roemer in 2013 werd vermoord.

Preventie is een zaak van lange adem

De 39 gemeenten, politie en justitie in Midden-Nederland willen alles op alles zetten om te voorkomen dat ‘jonge aanwas’ zich laat verlokken tot de niets ontziende drugswereld – zoals de Bad Boys.

Remco Mulder coördineert het programma Straatwaarde(n) waarin politie, justitie, gemeenten, hulpverlening en vele instanties samen optrekken om de ‘ondermijning’ van wijken door drugshandelaren te keren.

Ingewikkelde zaak

“Het drugsgebruik blijft toenemen en het aanbod blijft groeien,” zegt Mulder. “Jongeren denken dat ze makkelijk en snel geld kunnen verdienen en zien niet in dat ze onherroepelijk terecht komen in een wereld van excessief geweld; van schietpartijen, liquidaties en moorden op de verkeerden door blunders.”

Het zijn niet alleen kansarme jongens in probleemwijken die in de handel belanden, merkt Mulder op. “Het is zo best ingewikkeld de juiste jongens in je vizier te krijgen. Vroeger had je de stepping-stone-theorie: stap voor stap maakten ze hun foute carrière. Nu zie je ook jongens die wél perspectief hebben inééns voor die wereld kiezen.”

Quick Repsonse

Om de juiste individuen en groepen tijdig te zien en ‘door te dringen in de haarvaten van ­wijken’ zijn goede wijkagenten, jongerenwerkers en jeugdhulpverleners nodig. En actieve buurtbewoners, zoals moedernetwerken waaruit op tijd alarm komt als blijkt dat een zoon een kalasjnikov onder zijn bed bewaart.

Het begint volgens Mulder met het aanspreken in de wijk omdat ‘mensen vaak wel willen, maar gewoon niet weten hoe’.

Het programma Straatwaarde(n) heeft twee pijlers: via repressie proberen de partijen de ‘buurtprinsen en onderkoningen’ in de drugshandel te ‘onttronen’ en te laten zien dat de overheid hard ingrijpt als het moet – onder meer door een Quick Response Team van de Politie.

Ter preventie willen de gezamenlijke instanties ‘slimmer’ samenwerken en de partij met de beste kaarten bijvoorbeeld de zwijgcultuur laten doorbreken of wetenschappers kleinschalige experimenten laten uitvoeren om te bezien hoe barrières zijn op te werpen die jongeren uit de cokehandel houden.

Geen quick fixes

Positieve rolmodellen die respect genieten, zijn cruciaal. Dat kan de kickbokstrainer zijn, de jongerenwerker of de moeder of de kapper; spilfiguren die mee uitleggen dat dealen niet normaal is. Denk ook aan een jongen die uit het milieu is gestapt.

Het is een zaak van lange adem, maar voor Straatwaarde(n) is dan ook jaren uitgetrokken, en een deel van de pakweg 8 miljoen euro die politie, justitie en de 39 gemeenten in Midden-Nederland uit het fonds tegen ‘ondermijning’ hebben gekregen. “Er zijn geen quick fixes,” zegt Mulder. “Jongens moeten vóelen dat er geen romantiek zit aan drugshandel, maar juist een heel donkere schaduwzijde.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden