Wetsvoorstel: thuiswerker moet recht krijgen onbereikbaar te zijn buiten werktijd

Thuiswerken maakt de scheiding tussen werk en privé vager, en werknemers staan daarom altijd ‘aan’. Dat moet anders, vindt de Partij van de Arbeid. De partij wil de ‘onbereikbaarheid’ van thuiswerkers vastleggen in een nieuwe wet.

null Beeld ANP XTRA
Beeld ANP XTRA

Mails beantwoorden na werktijd, of op een vrije middag toch een pushnotificatie krijgen van je werkchat: voor veel thuiswerkers is continu bereikbaar zijn de norm. Met de ‘Wet op het recht op onbereikbaarheid’ wil PvdA-kamerlid Van Dijk daar verandering in brengen. Het wetsvoorstel wordt donderdag ingediend bij de Tweede Kamer.

Hoewel de partij het recht van onbereikbaarheid al vanaf 2017 in het verkiezingsprogramma heeft staan, is corona wel een katalysator geweest, zegt Van Dijk. Het onderwerp speelde in de maatschappij, maar werd voorheen door de politiek gemeden. Daar kwam door de crisis verandering in. “Afgelopen jaar betekende dat bijna iedereen moest thuiswerken. Dat heeft de herkenbaarheid van het probleem vergroot,” aldus van Dijk.

Burn-outs

Zonder duidelijke afspraken over (on)bereikbaarheid, blijven werkenden de druk voelen om te antwoorden op binnenkomende berichten – ook als die buiten werktijd binnenkomen. Het effect: onrust, een sluimerend gevoel van stress en een grotere kans op een burn-out. “Mensen gaan geestelijk niet meer uit, nemen hun werk mee naar bed,” zegt Van Dijk.

Het Kamerlid benadrukt dat die burn-outs al jaren beroepsziekte nummer één zijn: bijna 1,3 miljoen Nederlanders kampen met burn-outklachten, laat onderzoek van TNO zien. Tijdens de pandemie liep het aantal klachten hoog op. Van Dijk ziet de coronacrisis dan ook als bevestiging van de noodzaak om onbereikbaarheid vast te leggen in de wet.

Hij noemt het wetsvoorstel een ‘typisch Nederlandse oplossing’. Waar in Frankrijk mailen na werktijd een heuse boete oplevert, moet dit wetsvoorstel ervoor zorgen dat het gesprek over bereikbaarheid buiten werktijd onderdeel wordt van het arbobeleid. Werkgever en werknemers moeten hier jaarlijks afspraken over maken, en gesprekken dienen schriftelijk terug te vinden zijn. De Inspectie SWZ zou moeten controleren of zulk overleg daadwerkelijk plaatsvindt.

Haalbaarheid

Naast de PvdA hadden ook D66 en GroenLinks het recht op onbereikbaarheid in hun verkiezingsprogramma opgenomen. Daarmee is er een redelijke kans dat het wetsvoorstel het haalt. Ook dienden die partijen vorige week al een ander wetsvoorstel over thuiswerken in bij de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ pleiten de partijen voor vrijheid om te kiezen waar je wil werken: op kantoor, op een flexplek of thuis.

Vakbond FNV steunt het wetsvoorstel. Met een wet als deze ‘worden werknemers beschermd tegen onhaalbare eisen die werkgevers opleggen in de huidige 24-uurs economie’, aldus Kitty Jong, vice-voorzitter van FNV.

De Raad van State heeft zich juist kritisch geuit over het voorstel. Volgens het adviesorgaan is onbereikbaarheid iets dat tussen werknemer en werkgever moet worden geregeld, zonder dat daar een wet tussen zit. “Dat is een beetje de oude wereld versus de nieuwe wereld,” meent Van Dijk. “Al decennialang zijn onderlinge overleggen het antwoord op werknemersproblemen, terwijl de werkdruk alleen maar toeneemt.”

Dat juist dat gesprek wettelijk wordt vastgelegd, is van belang volgens het Kamerlid. “Als je wel na vijven wil werken, prima, maar bespreek het.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden