Plus

Wethouder Moorman: ‘Meer geld voor leraar in achterstandswijk is erkenning voor extra zwaar werk’

Docenten van 155 Amsterdamse scholen met veel ‘uitdagende’ leerlingen, krijgen een forse loonsverhoging. Eindelijk, zegt onderwijswethouder Moorman. ‘Je wordt geen leraar om rijk te worden, maar van passie kun je de huur niet betalen.’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Het besluit van onderwijsminister Arie Slob om leraren in het basis- en voortgezet onderwijs rond de 8 procent extra loon te geven, specifiek voor onderwijspersoneel op scholen met veel kinderen die een achterstand hebben, is belangrijk en symbolisch.

PvdA-wethouder Marjolein Moorman (onderwijs), normaal gesproken niet te beroerd om ­kritiek te hebben op Den Haag, reageerde vanochtend verheugd op de flinke loonsverhoging die het personeel op scholen in, veelal, achterstandswijken tegemoet kan zien.

Erkenning van ongelijkheid

“Op een vacature op een school op IJburg ­reageren zes mensen, een school in Nieuw-West krijgt geen sollicitaties,” zegt Moorman. “Het is revolutionair dat het rijk nu erkent dat de mensen op die laatste school extra inkomen verdienen. Het werk is daar immers ook extra zwaar.”

Het zijn niet alleen ‘zwakke’ scholen waar het personeel extra loon tegemoet mag zien, maar ook de goede scholen die wel veel – zoals Slob het noemt – ‘uitdagende leerlingen’ tellen. Die docenten krijgen bruto 350 euro extra in het basisonderwijs, op de middelbare school loopt dat op tot maandelijks 490 euro extra. “Scholen met veel uitdagende leerlingen hebben de meeste moeite met het lerarentekort: het verloop van personeel is hoger en zij krijgen vacatures moeilijker vervuld,” zegt minister Slob. “Terwijl goed personeel juist nu hard nodig is om alle leer­lingen een kans op een volwaardige toekomst te geven.”

Onrust op de arbeidsmarkt

Voor Moorman is de salarisverhoging niet ­alleen goed nieuws voor de portemonnee van leraren, maar heeft het besluit van Slob ook symbolische waarde. “Differentiëren van de salarissen betekent erkenning dat er veel ongelijkheid in ons onderwijssysteem zit. En ongelijkheid moet je met ongelijkheid bestrijden, zoals meer loon. Je wordt geen leraar om rijk te worden, maar van passie alleen kun je de huur niet betalen.”

Moorman is zelf vorig jaar al begonnen met ­‘gedifferentieerd belonen’. Leraren ontvangen in Amsterdam sinds 2020 een grotesteden­bonus. Voor docenten op scholen met veel achterstanden loopt dat bedrag op naar jaarlijks 2500 euro. Het extra geld van Slob komt boven op de ­Amsterdamse regeling, dus dat betekent dat ­leraren uit Amsterdam in relatief korte tijd ­netto honderden euro’s extra salaris krijgen.

Dat werkt, zegt Moorman. “We zaten op vijf zij-­instromers per jaar. Dat is sinds onze grote­stedenbonus opgelopen tot ongeveer 140.” Ook de lerarenopleidingen merken volgens de wethouder dat meer studenten zich aanmelden.

Andere wensen

Een nog belangrijker effect van gedifferentieerd belonen is dat het de onrust op de arbeidsmarkt van het onderwijs vermindert. De mantra in het onderwijsveld waarmee verschillen in salaris werden tegenhouden was lang: gelijk loon voor gelijk werk, terwijl leraren in de praktijk merkten dat het werk heel verschillend was per school. Zodra een school te veel kinderen met achterstanden telde, gingen veel leraren op zoek naar een rustigere, stabielere school. “Met een hogere beloning voorkom je hopelijk dat leraren stoppen of vertrekken.”

Moorman zou Moorman niet zijn als er geen wensen overblijven. Zo is de regeling die Slob vandaag aankondigt geldig voor twee jaar. Structurele financiering moet in de coalitieonderhandelingen die nu gaande zijn in Den Haag geregeld worden. Bovendien moet het verschil in beloning tussen basisschoolleraren en onderwijspersoneel op de middelbare school ­verdwijnen, vindt de wethouder. “Ook de werkdruk, de ondersteuning en de opleiding van ­docenten verdienen meer aandacht, maar het begint bij structurele waardering van de leraar. Dan is dit een stap in goede richting.”

Waardering

Amsterdam telt 215 basisscholen met in totaal ongeveer 4555 leraren. 83 procent van hen is vrouw. Volgens wethouder Marjolein Moorman werken er relatief veel mensen in deeltijd in het basisonderwijs, omdat in de meeste huishoudens de leraar niet de kostwinner is. “Dat zegt iets over het salaris,” zegt de onderwijswethouder. “Salaris is een vorm van waardering. Ik heb het gek gevonden dat iets wat zo belangrijk is, een van de meest cruciale vakken die we kennen, niet meer waardering krijgt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden