PlusAchtergrond

Wel of niet inenten? Veel mensen twijfelen over coronavaccin

Beeld ANP

Lang niet alle Nederlanders zouden zich zonder meer laten inenten met een vaccin tegen corona. Twijfelaars hebben hun bedenkingen bij het hoge tempo waarin een vaccin nu wordt ontwikkeld of ze zijn bang dat het virus muteert.

Dat blijkt uit een onderzoek van actualiteitenprogramma EenVandaag, gehouden onder zo’n 35.000 respondenten. Van de deelnemers staat 59 procent open voor inenting, mocht op korte termijn een coronavaccin op de markt komen. Iets minder dan een kwart twijfelt nog, 18 procent van de respondenten zegt een vaccinatie zelfs absoluut niet te willen.

Veel twijfelaars hebben hun bedenkingen bij het hoge tempo waarin nu wordt gewerkt aan een vaccin.  Farmaceuten zijn vooral bezig om snel een vaccin op de markt te brengen en staan minder stil bij de mogelijke bijwerkingen, klinkt het. Ander veelgehoord tegenargument: de kans dat het coronavirus zich muteert is groot, waardoor een vaccin op termijn nutteloos is.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) reageert optimistisch op de uitkomsten van het onderzoek. “Dat geeft aan dat een groot deel van de bevolking er welwillend tegenover staat zonder nog iets van het vaccin af te weten,” concludeert hoofd van het Rijksvaccinatieprogramma Hans van Vliet. “Het is mooi dat wij er over het algemeen positief tegenover staan.”

Koudwatervrees

Dat tegelijkertijd ook een hoop mensen twijfelen, verbaast gedragspsycholoog Roos Alink niet. Ze werkt bij SHIFT, een onderzoeksbureau dat maatschappelijke trends duidt: “Bij vaccins bestaat nu eenmaal altijd een hoge mate van koudwatervrees, dat zal nu niet anders zijn.”

Alink vermoedt daarnaast dat veel mensen denken dat één vaccinatie meer of minder niet uitmaakt: “Ze gaan er vanuit dat de meeste Nederlanders zich sowieso wel laten inenten, waardoor vanzelf groepsimmuniteit ontstaat. Maar als iedereen zo denkt, is een coronavaccin natuurlijk volstrekt nutteloos. Daarom is het belangrijk om constant te benadrukken dat een vaccin alleen werkt als een meerderheid van de Nederlanders zich laat inenten.”

Binnen de medische wereld wordt reikhalzend uitgekeken naar een werkend coronavaccin. Om groepsimmuniteit te bereiken, moet immers zo’n 60 procent van de bevolking immuun zijn voor het coronavirus. Vooralsnog lijkt slechts zo’n 5 procent van de Nederlanders antistoffen voor corona te hebben aangemaakt. Met een vaccinatiebereidheid van 59 procent is die groepsimmuniteit in één klap alsnog binnen handbereik.

Tegelijkertijd laat het onderzoek van EenVandaag zien dat er een grote groep Nederlanders die niets van een coronavaccin moeten hebben.

Twee vragen

Hoe mensen daadwerkelijk gaan reageren als het vaccin er is hangt volgens het RIVM af van twee dingen. Hoofd van het Rijksvaccinatieprogramma Hans van Vliet: “Het eerste is: Hoe doet het vaccin het? Gebeuren er gekke dingen of gaat het eigenlijk heel goed en werkt het als een tierelier? Het andere waar het heel erg van afhangt is hoe gaat het met de ziekte.” Dat hangt volgens hem ook samen met in hoeverre het virus nog aanwezig is en de gemoederen bezig houdt. “Vergelijk het met hiv als er toen in de begintijd een vaccin geweest zou zijn, hadden ongetwijfeld heel veel mensen dat genomen. Nu zou je zeggen dat je zo’n vaccin alleen zou geven aan bepaalde risicogroepen.”

Veel twijfelaars vinden dat het vaccin te snel wordt ontwikkeld en daardoor mogelijk onveilig is. ‘Ik ben een groot voorstander van het Rijksvaccinatieprogramma, omdat de vaccins die daarin worden opgenomen eerst jarenlang zijn getest,’ laat een respondent weten aan EenVandaag. ‘Een vaccin tegen het coronavirus zal echter een veel kortere testperiode hebben doorgemaakt, waardoor de eventuele gevolgen op de lange, middellange en zelfs korte termijn (bijvoorbeeld een week ziek op bed) onduidelijk zijn.’

Een andere respondent is nog kritischer: ‘Corona is een griepachtig virus. Ik heb mij twee keer laten inenten tegen de griep en ben nog nooit zo ziek geweest.’

Viroloog Ab Osterhaus (links).Beeld Hollandse Hoogte/ANP

‘Veiliger dan ooit’

Volgens viroloog Ab Osterhaus zijn vaccins tegenwoordig juist ‘veiliger dan ooit’. “In de zoektocht naar een coronavaccin gaan onderzoekers ook echt niet over een nacht ijs. Tegelijkertijd: de kans op geringe bijwerkingen is niet te voorkomen. Je moet bij de ontwikkeling van een vaccin constant een balans zoeken tussen werkzaamheid en veiligheid. Maar er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat een coronavaccin gepaard gaat met forse risico’s.”

En ja, de kans dat het coronavirus in de toekomst muteert is groot, vervolgt de viroloog. “Maar dat gebeurt waarschijnlijk op een andere wijze dan bij het influenzavirus. Anders dan bij een griepprik - die maar één jaar werkzaam is - biedt een coronavaccin hoogstwaarschijnlijk ook bescherming na zo’n virusmutatie.

Hij noemt het wantrouwen tegen vaccins in Nederland een groeiend probleem. “Je ziet dat vooral hoogopgeleiden nog wel eens menen dat ze het allemaal beter weten en hun eigen koers varen. Dat is niet alleen bij corona zo, ook bij andere vaccinatieprogramma’s zien we dat terug. Steeds vaker menen ze dat een vaccinatie overbodig is. Daardoor brengen ze anderen - en in dit geval vooral ouderen - in gevaar.”

Datzelfde geldt voor jongvolwassenen, die in de regel beduidend minder klachten hebben als gevolg van het coronavirus. Osterhaus: “Ook voor die groep geldt: doe je het niet voor jezelf, doe het dan voor een ander die er wel enorm ziek van kan worden.” 

Bereidheid onder mannen hoger

De bereidheid tot vaccinatie blijkt onder ouderen het grootst te zijn. Zo zou van de 55-plussers bijna driekwart zich laten inenten. Van die leeftijdsgroep ziet slechts tien procent helemaal niets in een coronavaccin.

Volgens hoofd van het Rijksvaccinatieprogramma Hans van Vliet is dat ‘logisch’. “Ten eerste vormen zij de grootste risicogroep en ten tweede staan ouderen over het algemeen positiever tegenover vaccineren. Bij griep zien we ook: hoe ouder, hoe hoger de opkomst.” Volgens het RIVM is de kans niet zo groot dat als er een vaccin is dit aan de hele bevolking wordt aangeboden. “Waarschijnlijk bieden we het in eerste instantie aan aan bepaalde risicogroepen.”

Een groep twijfelaars die eruit springt, zijn ouders met kinderen die jonger zijn dan 18 jaar: van hen zou slechts 45 procent direct openstaan voor een inenting. Opvallend is ten slotte dat de bereidheid tot inenting onder mannen (65 procent) aanzienlijk hoger is dan onder vrouwen (53 procent). Als mogelijke verklaring daarvoor noemt Osterhaus de impact van het virus: “Mannen lijken er zieker van te worden dan vrouwen. Wellicht dat die achtergrond, al dan niet onbewust, toch een rol speelt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden