PlusAchtergrond

We zijn altijd maar druk, druk, druk. Moeten we minder werken?

Werk en privé zijn niet meer in balans. Is minder werken, misschien zelfs een dertigurige werkweek, de oplossing? ‘We hebben de handjes nodig.’

In 1971 voerden bouwvakkers nog actie voor een werkweek van maximaal 40 uur. Beeld Kors van Bennekom / Nederlands Fotomuseum

We zijn altijd maar druk, druk, druk en worden zo opgejaagd door ons werk dat het burn-outs regent. Het is ‘een ziekmakend systeem’, als je het vakbondsvoorman Piet Fortuin vraagt. 

Voor Fortuin wegen de opbrengsten van vijf dagen per week acht uur zwoegen allang niet meer op tegen de hoog opgelopen kosten van uitval en ziekteverzuim. Zijn oplossing: de dertigurige werkweek.

“We zitten in een soort ratrace,” zegt Fortuin, sinds het najaar voorzitter van vakcentrale CNV. “Daardoor zijn we heel productief, maar dat heeft ook zijn schaduwzijde.” Deze week kwamen die schaduwkanten nog eens vol in het licht te staan door een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Veel banen zijn zo intensief geworden, dat de balans tussen werk en privé zoek is.

En dat terwijl Nederland het goed voor elkaar leek te hebben. We boeken mooie groeicijfers met relatief weinig werkuren en nergens wordt zoveel in deeltijd gewerkt. Maar helaas. Zo schrijft de WRR dat we vergeleken met de landen om ons heen weinig betaaldverlofregelingen hebben om een baan te combineren met mantelzorg voor ouders op leeftijd of de opvoeding van kinderen.

In de knel

“Dertig uur zou de norm moeten worden,” vindt Fortuin. Hij staat bepaald niet alleen. 

Vorige week kwam ook de nieuwe regering van Finland met het voornemen korter te gaan werken. Doel is daar een werkweek van vier dagen en een werkdag van zes uur. Uit onderzoek dat CNV liet doen door Maurice de Hond bleek dat het gevoel knel te zitten tussen werk, privé en allerlei andere verplichtingen door bijna de helft van de 3000 werkenden uit de enquête wordt herkend. Nog eens zo’n percentage denkt met een dertig­urige werkweek zelfs productiever en efficiënter te gaan werken. 

Dat is precies de manier waarop Fortuin de kortere werkweek wil betalen. Behalve door lagere kosten van ziekteverzuim en lagere zorgkosten als we meer tijd hebben voor mantelzorg, verwacht hij ook dat de uren die we werken beter worden besteed. 

“De laatste uren op vrijdagmiddag zijn niet de meest productieve uur­tjes van de week.” En we hebben het eerder gedaan: tot de jaren zestig was er geen vrije zaterdag en was een werkweek van 48 uur normaal. De 40-urige werkweek die daarna gangbaar werd, is voor veel mensen een 38-urige of zelfs 36-urige werkweek geworden. Door per uur meer werk te verzetten is onze economie toch sterk gegroeid.

Nu al personeelstekort

Fortuin zegt veel bijval te krijgen van jongeren. Dat is mooi meegenomen. Jongeren worden nauwelijks lid van de vakbonden, ook al omdat die zich vooral druk lijken te maken om verworven rechten uit het verleden. De dertigurige werkweek kan de vakbond nieuw elan geven: “We hebben vooral een defensieve agenda gehad: hoe houden we het pensioenstelsel op peil, en sociale zekerheid? Hiermee kunnen we weer ergens naartoe werken.”

Economen zijn niet per se enthousiast over de dertigurige werkweek. Want of die nou een oplossing gaat brengen voor de werkdruk die we voelen? Korter werken kan ook zorgen voor meer stress, zegt Janneke Plantenga, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht. Als veel mensen in deeltijd werken, brengt dat ook weer gejaagdheid met zich mee. “We moeten wel alles in één dag proppen, want morgen zijn we vrij...”

Bovendien is het werk oneerlijk verdeeld, zegt Plantenga. In veel gezinnen heeft de man een fulltimebaan, terwijl de vrouw in deeltijd werkt – vaak zelfs minder dan 24 per uur per week. De samenleving is daar helemaal op ingesteld: van de schooltijden tot de kinderopvang. Als vrouwen straks nog minder gaan werken, zijn we verder van huis, vreest Plantenga. Aan de andere kant: ”Als de dertigurige werkweek betekent dat vrouwen méér gaan werken, dan zou ik daar een groot voorstander van zijn.”

Of het realistisch is? Plantenga denkt van niet. De samenleving heeft nou eenmaal niet een vaste hoeveelheid werk te verdelen in porties van dertig uur. Werknemers zijn niet inwisselbaar. “Er is nu een tekort aan IT’ers en vakspecialisten. Die willen werkgevers wel voor 50 uur hebben.”

Ook werkgeversorganisatie AWVN ziet de dertigurige werkweek er in de huidige krappe arbeidsmarkt niet van komen. “We hebben de handjes nodig,” zegt Jannes van der Velde namens de grootste werkgeversvereniging. Het werk komt nu al niet af, zoveel vacatures zijn er. Op de langere termijn komt de vergrijzing daar nog bij. “Je hoort mij niet zeggen dat een dertig­urige werkweek onmogelijk is, maar zeker op de korte termijn is het onverstandig.”

Seizoenspieken

Voor de cao-onderhandelingen van dit jaar zetten de werkgevers juist in op meer en langer werken. Althans, ze dringen aan op meer flexibiliteit bij personeelstekorten. Veel cao’s beschouwen de werkdag nu na acht uur voor beëindigd. Daar moet meer ruimte komen voor uitzonderingen, bij seizoenspieken bijvoorbeeld. Van der Velde zegt ook: “In het verleden is de werkweek van 40 naar 38 en 36 uur gegaan. Waarom zou dat niet de andere kant op ­kunnen?”

Het komt werknemers misschien ook wel goed uit om in bepaalde delen van het jaar minder te werken, zegt Van der Velde. Omdat de kinderen vakantie hebben, ouders mantelzorg nodig hebben of gewoon, omdat ze tijd willen maken voor een hobby. Daar staan dan in de rest van het jaar langere werkweken tegenover.

Fortuin ziet de personeelstekorten in bepaalde beroepsgroepen ook. “Maar op de lange termijn gaan automatisering en robotisering ons werk uit handen nemen. Het moet mogelijk zijn om taken handiger te verdelen,” zegt hij. “Als deeltijdbanen met weinig uren juist iets worden uitgebreid , zal het ook zorgen voor een gelijkere arbeidsmarktpositie tussen man en vrouw.” Als het aan hem ligt, wordt in elk gezin straks twee keer dertig uur gewerkt.

Hij heeft ontegenzeggelijk het tij mee. De 13.000 werknemers van zorgverzekeraar Achmea krijgen vanaf volgend jaar een werkweek van 34 uur, met behoud van het salaris dat ze nu in 36 uur verdienen, net zoals Fortuin beoogt.

Blijft alleen de vraag of minder werken voor iedereen is weggelegd. Hoe zit het bijvoorbeeld met topfuncties? Als CNV-voorzitter zit Fortuin in de cockpit van het polderoverleg. “Eerlijk gezegd lukt het me op dit moment niet om het werk in dertig uur te doen.” Dat hij met die extra uren ook zijn idealen dichterbij brengt, vergoedt veel. “Ik vergelijk het maar met vrijwilligerswerk.”

Geen zekerheid, geen autonomie

Jarenlang lag alle nadruk op de kwantiteit van werk: er moesten banen zijn, uren worden gedraaid. Dat is nu dik voor mekaar – meer Nederlanders dan ooit hebben werk. Maar de kwaliteit van werk is verwaarloosd. Tot die conclusie kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid deze week. De vele flexwerkers hebben weinig zekerheden, werkenden hebben weinig autonomie en weinig tijd om werk te combineren met zorgtaken en een privéleven. De WRR bepleit een ‘basisbaan’ voor mensen met een uitkering en weinig kans op de arbeidsmarkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden