Rond 1900 aten we 30 kilo suiker per jaar. Inmiddels is dat circa 44 kilo suiker per jaar, waarvan circa 26 kilo uit toegevoegde suiker.

Plus Achtergrond

We eten veel te veel suiker. Is ‘ontzoeten’ de oplossing?

Rond 1900 aten we 30 kilo suiker per jaar. Inmiddels is dat circa 44 kilo suiker per jaar, waarvan circa 26 kilo uit toegevoegde suiker. Beeld Rein Janssen

Een zoete smaak was altijd een teken van veilig, voedzaam en lekker eten. Inmiddels is suiker zo alomtegenwoordig dat we er ziek van worden. Zijn zoetstoffen de oplossing? Of moet het roer helemaal om?

Ons lichaam weet van oudsher: zoet vult, is veilig en smakelijk

Gedurende honderdduizenden jaren waren onze verre voorouders een groot deel van de dag bezig met het bij elkaar scharrelen van voedsel. Terwijl ze vanuit Afrika steeds verder uitwaaierden naar andere delen van de planeet met nieuwe voedselomgevingen, moesten ze steeds uitvinden wat ter plekke veilig en voedzaam voedsel was. Ze werden daarbij onder meer geleid door hun smaak. Door even te proeven konden ze vaak onmiddellijk beoordelen wat je wel en niet in je mond moest stoppen. Een zoete smaak was daarbij een belangrijk criterium. Er zijn geen natuurlijke voedingsmiddelen bekend die zowel zoet als giftig zijn. Dat in tegenstelling tot bitter en zuur smakend voedsel waar je behoorlijk ziek van kan worden.

Behalve veilig zijn van nature zoete voedingsmiddelen zoals honing, fruit, wortels en amandelen doorgaans ook rijk aan energie (calorieën) en/of voedingsstoffen (zoals eiwitten, vetten en vitaminen). Het menselijk brein ontwikkelde daarom beloningssignalen die ons in een prettige stemming brengen als we iets zoets proeven. Dat soort mentale beloningen zijn belangrijke drijfveren voor voedselkeuze en gedrag van dier en mens. We doen dan ook al tienduizenden jaren ons best om die fijne zoetprikkel zo vaak mogelijk te kunnen ondergaan.

Suiker is goede handel

Rond achtduizend jaar voor onze jaartelling wist men in Azië al een zoet sap uit suikerriet te onttrekken. Ongeveer tweeduizend jaar geleden wist men daar suikerkristallen van te maken en werd suikerriet op steeds meer plaatsen gecultiveerd. Suiker werd gewilde handel.

Vanuit Azië ging het de hele wereld over als een luxeproduct. Rijke landen moesten het wel impor­teren, want suikerriet gedijt niet in het westerse klimaat. Pas aan het einde van de achttiende eeuw werd er in toenemende mate gemechaniseerd suiker geproduceerd en vond men in Europa uit dat je suiker ook uit bieten kunt winnen. Daarmee werd suiker hier goedkoper en in grotere hoeveelheden beschikbaar voor grote delen van de bevolking. Ongeveer 30 procent van de suiker die wereldwijd geconsumeerd wordt, komt nu van bieten.

Zoet verkoopt. De heffingen op suiker en suikerrijke producten zijn dan ook altijd een onderdeel van de grote handelsovereenkomsten tussen landen.

Pas rond 1975 werd ontdekt dat fructoserijke maïssiroop ook een alternatief is voor suiker uit riet en biet en dat nam vooral in de VS een grote vlucht. Sommige wetenschappers verkondigen dat de introductie van maïssiroop mede tot de epidemie van obesitas en andere welvaartsziekten in de VS leidde vanwege het hoge fructose­gehalte. Het fructosegehalte van suiker heeft echter geen invloed op het aantal calorieën; suiker uit maïs is daardoor niet meer dikmakend dan andere suiker. Het fructosegehalte van maïs­siroop (55 procent) is vergelijkbaar met dat van veel fruit en fruitsap en maar een beetje hoger dan dat van onze suiker uit bieten of riet (beide 50 procent).

Allerlei ‘modieuze’ (en dure) suikers zoals kokos­bloesem­suiker, palmsuiker of ahorn- of agavesiroop bestaan, net als suiker uit biet of riet, louter uit fructose en glucose en bieden dus ook geen gezondheidsvoordelen. Voor ons lichaam en brein maakt het niet uit uit welke plant de suiker komt.

We eten inmiddels meer suiker dan goed voor ons is

Rond 1700 aten we circa 2 kilo suiker per jaar, honderd jaar later 9 kilo en rond 1900 al 30 kilo. Inmiddels eten we circa 44 kilo suiker per jaar (waarvan circa 26 kilo toegevoegde suiker). Er is dus in enkele honderden jaren een opmerkelijke verzoeting van ons voedsel opgetreden. De belangrijkste bron van die toegevoegde suiker is momenteel frisdrank. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert voor volwassenen niet meer dan circa 20 kilo toegevoegde suiker per jaar te consumeren, maar eigenlijk liever niet meer dan de helft daarvan. Dat laatste komt neer op 27 gram ofwel zo’n 7 suikerklontjes per dag. Maar liefst 90 procent van de kinderen in Nederland nuttigt dagelijks meer toegevoegde suiker dan de Wereldgezondheidsorganisatie als maximum voor kinderen aanbeveelt. Onder meer omdat ze veel zoete dranken drinken zoals diksap, appelsap, cola en Fristi, waar al gauw 4 tot 6 klontjes suiker per glas in zit.

Overheid en bedrijfsleven zijn het erover eens dat de suikerinname te hoog is en dat het reduceren van de hoeveelheid suiker in een aantal producten daarom noodzakelijk is. Dat staat in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling uit 2014. Die afspraken leiden, volgens het Rijksinstituut voor Volks­gezondheid RIVM, echter maar tot een daling van de dagelijkse suikerconsumptie met 2 gram per dag.

Het RIVM pleit daarom voor een aanscherping met een extra 10 procent verlaging van de suiker­gehaltes en een uitbreiding van de reductie tot meer voedingsmiddelen. Op die manier kan de suiker­inname met 9 gram per dag dalen (3 kilo per jaar). Dat is mooi, maar de suikerconsumptie blijft ook dan nog ruim hoger dan de Wereldgezondheidsorganisatie aanbeveelt.

Suiker vervangen door zoetstoffen maakt voedsel niet veel gezonder

De voornaamste manier waarop in het akkoord het suikergehalte van producten wordt verlaagd, is door suiker te vervangen door zoetstoffen. De Romeinen maakten al zoetmiddelen door geconcentreerd druivensap langdurig te koken in potten van lood. Het loodacetaat dat hierbij ontstond, had een zoete smaak en de zo verkregen zoetstof werd veelvuldig toegepast. De hoge dosis lood leidde echter ook tot massale loodvergiftiging, wat onder meer onomkeerbare hersenafwijkingen kan veroorzaken.

De moderne zoetstoffen zijn gelukkig niet schadelijk. Het lijkt een briljante zet. Zoetstoffen (synthetische zoals aspartaam, sacharine en sucralose, en van nature voorkomende zoals sorbitol, xylitol en stevia) zijn veilig verklaard voor menselijke consumptie door de European Food Safety Authority. Beter voor de tanden, het lichaamsgewicht en het bloedsuikergehalte dan suiker.

Maar uit recent onderzoek blijken die mogelijke gezondheidsvoordelen extreem klein dan wel afwezig. Ook voor wie mensen met type 2 diabetes hebben zoetstoffen weinig voordelen. Zij kunnen beter stoppen met het eten van producten rijk aan geraffineerd zetmeel (witbrood, witte rijst en pasta). Een uitzondering zijn zoetstoffen als xylitol en sorbitol in kauwgum en snoep, die inderdaad leiden tot minder tandcariës. Sorbitol in snoep veroorzaakt echter wel maagdarmproblemen.

Een eetpatroon met veel voedingsstoffen en weinig toegevoegde ­suiker is aan te bevelen

De hoge consumptie van toegevoegde suikers is een onderdeel van een modern voedings­patroon, dat voor een groot deel bestaat uit goedkoop en lekker gemaksvoedsel. Dat is ­mede de oorzaak van het grote aantal mensen met obesitas. Het antwoord daarop is niet om suikerrijk voedsel en dranken te vervangen door varianten met zoetstoffen, maar door in te zetten op de ‘ontzoeting’ van ons voedsel, waarin dan meer plaats is voor voedsel dat rijk is aan voedingstoffen. Genieten van zoet kan natuurlijk zo nu en dan, maar dat hoeft niet door­lopend. Gezonder eten leren waarderen is een ­beter alternatief.

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam. Jutka Halberstadt is psycholoog en universitair ­docent kinderobesitas bij de VU.

Van de auteurs verschenen de boeken ‘Jongleren met voeding – kleine en grote vragen over een leven lang gezond eten’ (2018) en ‘Het voedsellabyrint – een weg uit het doolhof van eetadviezen en trends’ (2014) bij Uitgeverij Atlas Contact.

Is light drank gezond?

Het makkelijkst is het om suiker in frisdranken te vervangen door zoetstoffen. In vaste voedingsmiddelen is het lastiger omdat door vervanging van suiker door zoetstoffen het volume afneemt en dat moet worden opgevuld met andere stoffen. In vloeistof heb je dat probleem niet want water neemt dan de plaats van suiker in. De gemiddelde Nederlander drinkt nu 86 liter frisdrank per jaar (1,6 glazen per dag). Dat was in 2012 nog 100 liter per jaar. Het aandeel light was en is ongeveer 30 procent.

Door een verschuiving naar meer light in de toekomst kan de consumptie van suiker dalen, maar light frisdrank is geen gezond product.

Light frisdranken zijn erg zuur door de toevoeging van fosforzuur en dat tast het tandglazuur aan. Het kan leiden tot tanderosie. In 1998 had slechts

3 procent van de kinderen in Nederland van 12 jaar last van tand­erosie; dat was in 2010 opgelopen tot 42 procent. Dat komt omdat het gebit van kinderen steeds vaker per dag te maken heeft met zuuraanvallen omdat het aantal eet- en drink­momenten is toegenomen.

Daarnaast bevatten light frisdranken soms cafeïne (ook niet geschikt voor kinderen), maar, belangrijker, ze bevat­ten geen gunstige voedingsstoffen. De calorieën van frisdrank zouden dan ook moeten worden vervangen door die van groenten en andere vezel­rijke producten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden