PlusInterview

Wat moeten we nou aan met die verdomde drugs? ‘Er is zoveel ambivalentie’

In de Lange Leidse­dwarsstraat laten mensen bloemen, kaarsjes en kaartjes achter op de plaats van de aanslag. Beeld ANP
In de Lange Leidse­dwarsstraat laten mensen bloemen, kaarsjes en kaartjes achter op de plaats van de aanslag.Beeld ANP

Ambivalentie over drugs belemmert de bestrijding van de georganiseerde misdaad, vindt hoogleraar Hans Boutellier. Terwijl de moordaanslag op Peter R. de Vries schreeuwt om een duidelijke reactie. ‘Het komt er nu op aan.’

“Het gaat te ver om te spreken van de colombianisering van Nederland. Het is hier ook echt geen Mexico City. We hebben een robuust rechtssysteem, onafhankelijk en niet aangetast door corruptie. Maar het komt er nu wel op aan. Er moet een geloofwaardig antwoord komen op deze aantasting van de rechtsstaat.”

Als het aan Hans Boutellier ligt geeft het neerschieten van Peter R. de Vries de aanzet tot een breed gedragen maatschappelijke reactie. De hoogleraar en oud-directeur van het Verwey-Jonker Instituut houdt zich al tientallen jaren bezig met veiligheids- en sociale vraagstukken. In zijn meest recente boek, Het nieuwe Westen, onderzoekt hij hoe de democratische rechtsstaat stand kan houden in tijden van polarisatie.

“De veiligheidsproblematiek is in de 21ste eeuw drastisch veranderd. Reguliere misdrijven als inbraak en diefstal – zogenaamd high impact crimes – zijn met 45 procent verminderd ten opzichte van het jaar 2000. Je ziet nu veel meer wat ik noem hidden impact crime: venijnige, verborgen criminaliteit die vaak weinig directe slachtoffers maakt, maar wel het systeem ondermijnt. Met name de onwaarschijnlijke hoeveelheden geld die rond gaat in de georganiseerde drugscriminaliteit, zet de rechtsstaat onder druk.”

Kan dat criminele geld ook een grote rechtszaak als het Marengo-proces rondom Ridouan Taghi in de soep doen lopen? Een broer van de kroongetuige en diens advocaat zijn vermoord en Peter R. de Vries was zijn adviseur.

“Ik ga niet speculeren over mogelijke verbanden. Maar de robuustheid van ons rechtstelsel maakt dat we dit soort aanslagen kunnen weerstaan. De uitdaging wordt wel steeds groter. Zoiets als de Bunker (de zwaarbeveiligde rechtbank in Nieuw-West –red.) was vroeger overbodig. Bestrijding van de ondermijnende criminaliteit slurpt energie, capaciteit en aandacht. Dat is verontrustend.”

In Het nieuwe Westen schrijft u over de rechtsstaat die verkeert in een performance crisis, zoals een sporter in een vormcrisis kan verkeren. Jongeren hechten steeds minder belang aan democratie.

“Dat gaat dan vooral om aspecten als vrijheid en gelijkheid, waarbij je de rechtsstaat veel breder opvat dan alleen de veiligheidskant. Maar de uitdaging die de georganiseerde misdaad vormt vergt een geloofwaardig antwoord om ook die kant van de rechtsstaat te beschermen.”

“Dat moet via opsporing en handhaving, waarbij het criminele verdienmodel wordt aangepakt. En via het creëren van weerbare wijken, want georganiseerde misdaad slaat lokaal neer in meestal de kwetsbaarste wijken, waar jongeren zich laten ronselen. Je moet niet alleen repressief te werk gaan en ook sociaal-maatschappelijk perspectief bieden.”

“En er zou zoiets als een brede maatschappelijke discussie moeten komen over drugs. Wat moeten we nou aan met die verdomde drugs? Legaliseren lost het probleem niet op. Maar er is zoveel ambivalentie. Bij handhavers, beleidsambtenaren en burgers. Vaak is het idee: tsja, die drugs, zo erg is het allemaal niet.”

“Het is ontzettend onhelder wat we daar nou van vinden. Er rust bijvoorbeeld geen zwaar taboe op cokegebruik. Het is echt een probleem als wetgeving en naleving niet op elkaar aansluiten. Ik hoor wel van politiemensen dat ze er weinig voor voelen als een gek achter drugs aan te gaan als hun burgemeester zegt dat xtc niet echt een probleem vormt. Dat roept de vraag op hoe we ons nu verhouden tot drugs. Daarover is in ieder geval debat nodig. Niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook met festivalorganisatoren, coffeeshophouders en het uitgaansleven. We moeten meer greep krijgen op ons denken.”

Waar moet dat debat in uitmonden? In legaliseren of juist harder bestrijden?

“Tussen die uitersten zitten nog heel veel mogelijkheden. Het is nu heel vaag, door de morele ambiguïteit. Misschien is het zinvol onderscheid te maken tussen razend gevaarlijke middelen als crystal meth en andere drugs. Bij minder zware drugs kun je denken aan een ontmoedigingsbeleid, zoals bij alcohol en nicotine. Er is een breder gedeeld gevoel nodig over wat we aan moeten met drugs.”

Wat schiet je daarmee op bij de aanpak van georganiseerde misdaad?

“Burgers ervaren drugscriminaliteit vaak helemaal niet als zo’n groot probleem, vanwege die morele ambiguïteit. Ze zijn best te mobiliseren op het argument van onrechtvaardigheid. Dat zie je nu met de aanslag op Peter R. de Vries. Of op het gegeven dat zo’n jong gastje dat zich laat ronselen in een dikke BMW rondrijdt. Dat kan het idee voeden dat we dit niet moeten willen als samenleving.”

Twee jaar geleden liet burgemeester Halsema de omvang van de drugshandel in Amsterdam in kaart brengen. Staat het probleem nu hoog genoeg op de agenda?

“Het heeft de betrokkenen een klein beetje wakker geschud. Maar de criminele geldstromen met hun internationale vertakkingen zijn zo complex. Na de moord op Derk Wiersum richtte minister Grapperhaus een nieuwe politie-eenheid op. Ik sta altijd aarzelend tegenover zo’n organisatorische aanpak. Het komt meer aan op het ondersteunen en faciliteren van bestaande organisaties. Het optuigen van nieuwe instanties heeft vaak een dempend effect.”

Peter R. de Vries stelde voor zover we weten zelf geen prijs op beveiliging. Ziet u reden voor debat over het stelsel van persoonsbeveiliging?

“Het is natuurlijk nuttig om mensen te beschermen. Ik vind het wel zorgelijk dat het zoveel capaciteit van de politie vergt. Je zou het daar eigenlijk weg moeten halen. De politie moet in de wijken zijn, op straat.”

Hans Boutellier

Hans Boutellier (1953) heeft verschillende leerstoelen bij de VU bekleed op het terrein van veiligheid en samenleving. Op dit moment is hij bijzonder hoogleraar Veiligheid en Veerkracht. Hij is adviseur van het Verwey-Jonker Instituut, waar hij van 2003 tot 2019 directeur was. Ook is hij lid van de raad van advies van de Politieacademie en was hij tot 2019 voorzitter van de Commissie Justitiële Interventies. Hij schreef diverse boeken, waarvan hij het laatste Het nieuwe Westen, de identitaire strijd om de sociale verbeelding, vorige maand aanbood aan burgemeester Halsema.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden