820 miljoen mensen lijden chronisch honger en een nog groter aantal ontbreekt het aan voeding met genoeg voedings­stoffen.

PlusAchtergrond

Wat gaan we in de toekomst eten?

820 miljoen mensen lijden chronisch honger en een nog groter aantal ontbreekt het aan voeding met genoeg voedings­stoffen.Beeld Lauren Hillebrandt

De mens eet de planeet op en schaadt al doende ook de eigen gezondheid. Er is onenigheid over de route naar een eerlijk en duurzaam voedselsysteem dat een gezonde wereldbevolking en een gezonde aarde waarborgt, schrijven Jaap Seidell en Jutka Halberstadt.

Dat onze voedingsgewoonten een belangrijke verandering zullen doormaken in de komende decennia is vrijwel zeker. En we hebben haast. De Verenigde Naties hebben in 2015 ‘Duurzame Ontwikkelingsdoelen’ geformuleerd die in 2030 moeten worden behaald. Veel van die doelen hebben met gezond en duurzaam geproduceerd voedsel te maken en we zijn met dat behalen van die doelen nog niet veel opgeschoten.

Hoe staat de wereld ervoor?

In 1972 waarschuwde de Club van Rome in het rapport Grenzen aan de groei dat de voedsel­productie niet gelijk op dreigde te gaan met de bevolkingsgroei en er daardoor binnen honderd jaar op grote schaal hongersnood dreigde. Het rapport berekende dat er rond 2040 op aarde

14 miljard mensen zouden zijn. Die voorspelling is gelukkig naar beneden bijgesteld. In 2050 wonen er naar verwachting 9,7 miljard mensen op aarde en in 2100 11,2 miljard (en niet de door de Club van Rome voorspelde 56 miljard).

De voedselproductie heeft daarnaast de tred van de groei van de wereldbevolking wel kunnen bijhouden. Tenminste, als het om het gemiddelde aantal calorieën gaat dat per persoon beschikbaar is. Maar 820 miljoen mensen lijden chronisch honger en een veel groter aantal heeft weliswaar genoeg calorieën, maar het ontbreekt hun aan een volwaardige voeding met voldoende voedingsstoffen. Geschat wordt dat 2,3 miljard mensen overgewicht of obesitas hebben. Vooral in relatief arme landen komen voedingstekorten én overgewicht in combinatie voor bij dezelfde personen.

Wat is de oplossing volgens experts?

Ons huidige mondiale voedselsysteem (het geheel van productie, transport, aanbod en consumptie van voedsel) blijkt dus niet voor iedereen een gezond en volwaardig voedingspatroon op te leveren. Daarnaast draagt het huidige voedselsysteem in belangrijke mate bij aan de afnemende stabiliteit van klimaat en ecosystemen. Dit is een onhoudbare situatie, aldus 37 experts uit 16 landen die deel uitmaakten van de zogeheten EAT-Lancet Commissie.

Die commissie bracht het afgelopen jaar het in wetenschappelijke kringen meest besproken advies op dit terrein uit, getiteld Food in the Anthropocene (zie kader). EAT is een non-profit­organisatie opgericht door drie non-gouvernementele organisaties die zich inzet voor de transformatie van het mondiale voedsel­systeem en die samenwerkt met het gezag­hebbende medische tijdschrift The Lancet.

De commissie ontwierp een voedingspatroon dat bestaat uit gezond en duurzaam geproduceerd voedsel dat voor iedereen in 2050 beschikbaar zou moeten kunnen zijn. Het bevat voor velen van ons niet veel nieuws: volkoren granen, groenten, fruit, zuivel, eiwitbronnen (vlees, eieren, vis, bonen en noten), gezonde vetten en niet meer dan 30 gram suiker per dag. Het lijkt sterk op het voedingsadvies van de Nederlandse Gezondheidsraad uit 2015.

Het heeft veel gevolgen voor ons mondiale voedselsysteem: een verdubbeling van de huidige inname van groenten, fruit, peulvruchten en noten en meer dan een halvering van rood vlees, zetmeelrijke producten als aardappelen en suiker. Voor rijke landen betekent dit een relatief grote verandering in de consumptie van dierlijke producten (in armere landen eten ze minder dan de aanbevolen hoeveelheid) en in arme landen vooral minder zetmeelrijke producten als aardappelen en cassave.

Wat betreft het effect van het voedselsysteem op de gezondheid van de planeet keek de commissie naar klimaatverandering, het vruchtbaar houden van landbouwgrond, gebruik van schoon drinkwater, stikstofbelasting, fosfor­recycling en verlies aan biodiversiteit. Ten slotte hecht ze grote waarde aan het sterk verminderen van voedselverspilling.

Om die verandering in consumptie mogelijk te maken is een verandering nodig van de huidige landbouw, die vaak gericht is op het uitbreiden van de productie van een beperkt aantal gewassen zoals maïs en soja, die dan ook nog eens vaak gebruikt worden als diervoer en biobrandstof. Meer biodiversiteit, met als doel voedingsstofrijke gewassen voor menselijke consumptie, is gewenst.

Een ander voedselsysteem betekent ook investeringen in het gezond en vruchtbaar houden of maken van de bestaande landbouwgrond. Die mag ook niet verder uitbreiden ten koste van nog bestaande ecosystemen, zoals bosrijke gebieden, om te voorkomen dat de biodiversiteit van dieren en planten verder afneemt. Dit betekent radicale verandering van het beleid gericht op het gebruik van grond, ­water en bemesting.

Waarom is er strijd over de juiste weg?

Er is ook kritiek op de adviezen van de EAT-­Lancet Commissie. Met name de vleesindustrie benadrukte dat vlees en zuivel op een compacte manier veel voedingsstoffen bevatten die je lastig uit plantaardig voedsel kunt halen. Anderen wezen erop dat wanneer vee wordt gehouden op graslanden, dat goed is voor het milieu en de bodem­kwaliteit. Varkens en kippen kunnen ­leven van voedselafval en afval dat ontstaat bij de oogst en productie van voedsel. Traditionele landbouw en veeteelt kunnen dus best ecologisch zijn. De Wereldgezondheidsorganisatie trok haar steun aan het rapport in onder druk van de Italiaanse overheid, die stelde dat de adviezen zouden leiden tot het verlies van miljoenen banen in de veeteelt, zou leiden tot de productie van ‘ongezonde’ voedingsmiddelen en tot de ‘vernietiging’ van traditionele voedingspatronen.

Lang niet iedereen is het dus eens over de ­route naar een gezonde en duurzame voedselvoorziening. Soms gaan die verschillen van inzichten over aspecten als economie en werk­gelegenheid versus dierenwelzijn en natuur. Maar ook zijn er fundamentele verschillen in de inzichten over oplossingen voor klimaat- en gezond­heidsproblemen.

Charles Mann, een Amerikaanse wetenschapsjournalist, onderscheidt in zijn boek The Wizard and the Prophet twee stromingen die haaks op elkaar staan. Zetten we onze kaarten op de ‘tovenaars’ die zullen komen met technologische oplossingen voor onze voedselproductie? Denk aan zaken als genetisch gemodificeerde gewassen met hogere opbrengsten en die minder water en stikstof nodig hebben, het efficiënter maken van fotosynthese (het proces waarbij planten CO2 opnemen uit de lucht en er koolhydraten en zuurstof van maken), andere productiemethoden (bijvoorbeeld verticale tuinen in steden) en innovatie in voedsel zoals kweekvlees en andere vleesvervangers. Op die manier kunnen we met veel meer mensen dan nu onze manier van consumeren grotendeels voortzetten.

Of moeten we beter luisteren naar de ‘profeten’ die ons waarschuwen dat om de aarde leefbaar te houden er geen andere weg is dan het bewa­ken van de natuurlijke grenzen van de ­planeet en het in stand houden van het ecologisch evenwicht van bodem, dieren, planten en mensen?

We moeten van de profeten daartoe onze leefstijl en relatie met de natuur en dieren drastisch aanpassen. Zij zoeken het bijvoorbeeld meer in kleine gemeenschappen die grotendeels zelfvoorzienend zijn wat betreft hun voedsel­productie.

In essentie gaat het dus om een keuze. Respecteren en bewaken we ­natuurlijke, ecologische grenzen of overschrijden en verleggen we ze? De aanhangers van de tovenaars vinden die van de profeten romantische maar domme idealisten. Anderzijds vinden de aanhangers van profeten dat de ideeën van de tovenaars te veel ­gericht zijn op de belangen van de mens, met cata­strofale gevolgen voor de natuur en de leefbaarheid.

Het lijkt erop dat de politiek en het bedrijfs­leven vooral veel vertrouwen hebben in de ­toverkunsten van de technologie. Niet gek, want dan kun je wachten met drastisch ingrijpen in de manier van leven van burgers (en dus kiezers) en hopen op een technologische doorbraak die oplossingen gaat bieden.

Het zou fantastisch zijn als profeten en tovenaars zouden kunnen samenwerken, maar dat vergt een soepelheid van geest en werken die steeds lastiger is voor te stellen in onze door belangen gepolariseerde wereld.

Jutka Halberstadt, psycholoog en universitair docent kinderobesitas bij de VU en Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam.Beeld Maarten Steenvoort

Van de auteurs verschenen de boeken ‘Jongleren met voeding – kleine en grote vragen over een leven lang gezond eten’ (2018) en ‘Het voedsellabyrint – een weg uit het doolhof van eetadviezen en trends’ (2014) bij Uitgeverij Atlas Contact.

Het tijdperk van de mens

Het antropoceen ofwel ‘het tijdperk van de mens’ is een opkomende term die rond de eeuwwisseling mede door de Nederlandse scheikundige Paul Crutzen werd geïntroduceerd. Het antropoceen wordt voorgesteld als opvolger of onderdeel van het huidige geologische tijdperk het holoceen, waarin we sinds de laatste ijstijd leven (al bijna 120 eeuwen). De term verwijst naar de onmiskenbare invloed van de mens op de atmosfeer, het klimaat, de biodiversiteit en de bodem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden