PlusAchtergrond

Wat doe je als je schoonmoeder met open armen op je afloopt? ‘Sla die knuffel maar eens af’

Niet op straat, in het restaurant of in het café, maar achter voordeuren besmetten we massaal onze geliefden, te bang of onhandig om elkaar op de regels te wijzen. ‘Ik ben toch niet melaats?’

Kliklijnen schieten als paddenstoelen uit de grond.Beeld Rosa Snijders

“Laat het weten als er in de buurt een feest wordt gehouden,” riep burgemeester Femke Halsema twee weken geleden de Amsterdammers op. “Dan kunnen we optreden.”

Dat hebben ze bij de politie geweten. Sindsdien wordt de meldkamer ‘significant vaker’ ­gebeld door bezorgde burgers, zegt een woordvoerder. Meestal gaat het om de vraag of er iets kan worden gedaan aan geluidsoverlast. “Maar tussen de regels door merken we dat het vooral gaat om zorgen over corona.” Hoeveel mensen zitten er eigenlijk in dat huis naast ons? Wat zijn ze daar aan het doen?

Als een donderwolk hangt corona boven het land. Kliklijnen schieten als paddenstoelen uit de grond. Kampen begon ermee tijdens de ­eerste golf. Met succes. Andere gemeenten volgden snel. In Purmerend en Beemster trok een speciale app binnen een week meer dan 130 meldingen. Ook de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer openden hun eigen meldpunten. De vertrouwde tiplijn Meld Misdaad Anoniem zag ondertussen het aantal telefoontjes over corona fors toenemen.

In Amsterdam komen bij het servicenummer 14020 van de gemeente zo’n 600 vragen en klachten per dag binnen. Daarvan gaan er inmiddels 200 over corona, waarmee het onderwerp zich tussen ‘parkeren’ en ‘erfpacht’ op een stevige tweede plaats heeft genesteld.

Angst voor afwijzing

De vraag is: hebben we er wat aan? Afgelopen weekend werd in Hilversum duidelijk dat de politie niet eens genoeg capaciteit heeft om stevig op te treden tegen massale feesten onder bruggen en in parken: men is al blij als het publiek zich snel weer verspreidt. En misschien belangrijker: de politie heeft, om goede redenen, niet de bevoegdheid om achter voordeuren te kijken – en dat is precies de plaats waar de meeste ­besmettingen plaatsvinden.

“Ruim de helft,” zegt Daniël Nagel, campagneadviseur bij de gemeente Amsterdam. “De ­bewoners steken elkaar onderling aan, maar ook vrienden en familieleden die op bezoek ­komen. Het interessante is: veel mensen geven aan bang te zijn anderen te besmetten, maar gaan tegelijkertijd rustig op bezoek als ze milde klachten hebben.”

De campagneposter van de gemeente Amsterdam.

De cijfers: 55 procent van de besmettingen vindt niet plaats op scholen, tijdens feestjes, in cafés, in restaurants of langs het sportveld, maar gewoon in de huiskamer. Veertig procent van de mensen trekt er toch op uit na positief te zijn ­getest. In 56 procent van de gevallen vinden mensen het moeilijk om afstand te houden van bezoek – omdat ze zelf behoefte hebben aan contact, of omdat ze er niks van durven te zeggen als een goede bekende of een geliefde te dichtbij komt.

“Het is angst voor afwijzing die het zo moeilijk maakt,” zegt filosoof Elke Wiss. “Zeker als het gaat om mensen die je na staan. Neem mijn schoonmoeder. Ze woont alleen, al haar clubjes liggen stil. Ze heeft behoefte aan contact, aan knuffelen. Dat is schrijnend, en ik wil haar helpen. Maar tegelijk denk ik: ik wil het niet! Wat zeg je daarmee? Jij bent een gevaar voor mij, ga weg?”

Het is, zegt ze, het gevoel dat je ook kan overvallen in de supermarkt. “Je houdt afstand van mensen en tegelijk wil je ze niet het gevoel geven dat je ze vies vindt. Of die mensen houden opzichtig afstand van jou en je denkt: ik ben toch zeker niet melaats?”

Corona confronteert ons met onszelf, zegt Wiss. “Hoe spreken we elkaar aan? Wie willen we zijn? Degene die het feestje komt verpesten of de relaxte buurvrouw die het allemaal maar zo’n beetje laat waaien? Wie ben je? Waar sta je voor? Sowieso: het is eng om in dit soort zaken stelling te nemen, dus bellen we liever de politie.”

Reflex van verontwaardiging

Haar boek, Socrates op sneakers; een praktische gids voor het stellen van goede vragen, ligt naar verluidt op het nachtkastje van menig medewerker van de GGD. Wat kunnen we van haar ­leren? Wiss: “Denk na over ongemakkelijke situaties. Wat doe je als je schoonmoeder met haar armen open op je afloopt? Wat zeg je tegen de buren als je het vermoeden hebt dat ze met veel te veel mensen een feestje hebben gehouden? Repeteer dat in gedachte, zodat je niet meteen in een reflex van boosheid of verontwaardiging schiet. Benoem je ongemak en erken het gevoel dat een ander heeft. Deel je overwegingen waarom je bijvoorbeeld niet wilt knuffelen en toon oprecht belangstelling voor het verhaal van de ander. Het is niet opzienbarend, maar we vergeten het wel steeds.”

Burgemeester Halsema zoekt de oplossing ­ondertussen in een nieuwe campagne, die ­vandaag van start gaat: ‘Ik bescherm jou, jij ­beschermt mij’. Niet praten, maar laten zien, show, don’t tell. Op een raamposter staat aan de buitenkant: ‘ik hou (afstand) van jou’ en op de binnenkant: ‘welkom; huisregels voor bezoekers’. Zo hoeft niemand meer hardop uit te ­spreken wat er van de ander wordt verwacht.

“Slim,” zegt Wiss. “Een neutrale partij die de boodschap brengt. Zo haal je in elk geval de emotie eruit.”

Campagneadviseur Nagel: “Als je ergens binnenkomt en je ziet een rijtje schoenen staan, dan denk je: de gastheer vindt het vast fijn als ik ook mijn schoenen uitdoe. Zo werkt het ook als je zo’n poster ziet. Het is zachte communicatie: zonder dat je het expliciet hoeft te zeggen, breng je toch de boodschap over.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden