PlusReportage

Wadden worstelen met ‘nieuwe’ toeristen: type ‘all-inclusivevakantieganger’ dat lastiger is

De Wadden zitten in hun maag met hun ‘nieuwe’ toeristen. Veeleisender en luidruchtiger zijn ze. De eilanders zijn bezorgd. ‘Laat je ellende thuis alsjeblieft.’

Dennis van Bergen
De Haagse vrienden Bart, Robert en Tim lijken zich er bepaald niet druk om te maken.  Beeld Edo Kooiman
De Haagse vrienden Bart, Robert en Tim lijken zich er bepaald niet druk om te maken.Beeld Edo Kooiman

Bart (22), Robert (24) en Tim (23) tuffen vrolijk met hun solex over Texel, als de toer prompt wordt onderbroken voor een rustpauze. De nacht ervoor hebben de Haagse vrienden zich op het eiland gelaafd aan flink wat biertjes. En nu, een stralende donderdagochtend, voelen ze de gezelligheid stevig nadreunen in het hoofd. “Het is een wonder dat we hier nog staan”, puft de een, de zweetparels van zijn gezicht vegend. “Het ging wel erg hard, ja”, zegt de ander. Maar, één ding is zeker, vanavond hangen ze weer gebroederlijk aan de toog in De Koog. Want: vakantie. “En waar kun je dan beter zijn dan hier?”

Er was een tijd dat Texel de uitvalsbasis vormde voor vogelspotters, strandjutters en vuurtorenliefhebbers. Mensen, kortom, die vooral voor de rust en stilte de oversteek maakten vanaf Den Helder. Die tijden zijn voorbij. Sinds corona treffen ze op het eiland een ander soort toerist. Het type ‘all-inclusivevakantieganger’ dat tot voor kort naar Turkije of Spanje trok, stellen bewoners. Veeleisender en luidruchtiger zijn ze. En, dat vooral, lastiger dan de gepensioneerde registeraccountants en scheikundeleraren die ze gewend waren.

Vraag het Michel Gregoire, winkeleigenaar en als voorman van de plaatselijke ondernemers lid van de Raad van Toezicht van de VVV. “Aan spullen zitten, ze op de grond laten vallen, vervolgens niet oprapen; mensen struinen hier door de souvenirshop alsof ze bij de Primark zijn.” Diepe zucht. “En als je ze vriendelijk vraagt of ze hun ijsje alsjeblieft buiten willen opeten, krijg je een grote mond.”

Overkanters

Ze zijn er klaar mee op het eiland, waar op dagen als vandaag circa 80.000 toeristen rondlopen en jaarlijks zo’n 4,1 miljoen overnachtingen worden geboekt. Vorig jaar werd bekend dat de gemeenteraad de toestroom van zogenoemde overkanters aan banden gaat leggen. Er komt een (nog nader te bepalen) quotum. Dit om ‘de balans tussen de bijna 14.000 vaste eilandbewoners en bezoekers te waarborgen’.

Het is een wonderlijk contrast, hier op Texel. Wandel over het eiland en het is alsof je in een kuuroord bent beland. Het geluid van nachtegalen, lepelaars en tapuiten weerklinkt. Lammetjes grazen onbekommerd op de grasvelden, niet wetend dat ze over een paar weken als stoofpotje op de restaurantborden van Taveerne De Twaalf Balcken liggen. En wie goed luistert, kan het geruis van de golven horen.

Wat opvalt: de gastvrijheid van de bevolking, niemand uitgezonderd. Maar juist die gastvrijheid wordt al een poosje stevig op de proef gesteld. Gina de Groot, uitbater van proeflokaal Onder de Pomp, draait er niet omheen. “Tot een paar jaar geleden waren de gasten veel relaxter”, ervaart ze. “Er was begrip als ze even op hun drankje moesten wachten. Nu is dat anders. Je hebt hun biertje soms nog niet getapt, of ze knippen al boos met hun vingers. Zo van: ‘Opschieten, jij, dame’. Dat maakte je hier vroeger nooit mee.”

Johnny Rep

Gina is aangeschoven op het terras van haar bruine café, de plek waar de op het eiland gebrouwen Skuumkoppe-biertjes gretig aftrek vinden en stamgast en oud-topvoetballler Johnny Rep vaak komt genieten van de zilte lucht. Ze zoekt naar een verklaring voor de gedragsverandering die ook zij ervaart. “Weet je”, zegt ze. “Soms heb ik het idee dat het gewoon met de tijd te maken heeft. Nederland is boos. Boos om corona. Boos om de hoge prijzen. Boos om alles. Het is net alsof ze die boosheid op ons afreageren wanneer ze op Texel zijn. Ja, hallo, denk ik dan. Alsof wij er iets aan kunnen doen dat jullie boos zijn. Alsof het voor óns makkelijk is, een kroeg bestieren, terwijl we een enorm personeelstekort hebben. Laat je ellende thuis, zou ik willen zeggen.”

Feilloos schetst ze daarmee de gemengde gevoelens die leven op Texel. Enerzijds zijn ze blij met de klandizie vanaf het vasteland. Anderzijds is het ook een feit dat die klandizie steeds nadrukkelijker afbreuk doet aan het karakter van het eiland, waar de onderlinge saamhorigheid lang zo’n belangrijk kenmerk was.

‘Dorp bestaat niet meer’

Iets dat ook voelbaar is in Den Hoorn, een van de dorpjes. Daar is inmiddels een kwart van de tweehonderd woningen opgekocht door niet-eilanders. Ter illustratie: ze bewonen – veelal parttime – huizen die voor het gros van de Texelaars niet te betalen zijn. Gevolg, signaleert Joop Groeskamp van de dorpscommissie: de oorspronkelijke bewoner wordt verdreven.

“Het dorp van veertig jaar geleden bestaat niet meer”, zegt hij, wijzend naar zijn straat waarin de Amsterdamse bakfiets het eenvoudige stalen ros heeft verdrongen. “En dat hoeft niet per se erg te zijn, hoor, nieuwe buren. Integendeel. Een deel van die mensen doet volop mee aan het sociale leven hier. Er zijn er alleen ook veel, te veel, die dat níet doen. Die parkeren hun auto – of, vaker nog, auto’s – voor de deur en bouwen hun eigen feestje. Dát is de situatie. De overkanters hebben Texel een ander gezicht gegeven.”

De Haagse vrienden Bart, Robert en Tim lijken zich er bepaald niet druk om te maken. Nu het katerige gevoel langzaam uit hun lijven drijft, de dames op het strand goedgemutst hun weg vinden naar de kroegjes, dubben zij deze donderdag welbeschouwd slechts over één ding: de locatie op het eiland waar ze vanavond dronken gaan worden. “Ons zien ze voorlopig niet meer in het buitenland”, zegt de oudste van de drie. “Texel is het nieuwe Salou. Proost!”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden