Plus

Waarom leraren wéér staken: 'Werkdruk maakt iedereen gek'

Alle onderwijssectoren doen vrijdag mee aan de landelijke onderwijsstaking: van basisschool tot universiteit. Waarom wordt er weer gestaakt? 'Iedereen wordt gek van de werkdruk.'

Stakende leraren tijdens een protest in september 2018. Beeld anp

1. Alweer een staking?
Inderdaad. De afgelopen twee jaar werd één keer landelijk gestaakt, later werd in de vorm van een estafettestaking per regio het werk neergelegd. Onder leiding van Jan van de Ven en Thijs Roovers, meesters en voormannen van PO in actie, kwam het basisonderwijs massaal in stakingsmodus. De ergernis over het verschil in betaling tussen leerkrachten in het basisonderwijs versus leraren in het voortgezet onderwijs was een van de grootste katalysatoren. Verder spelen de hoge werkdruk en het groeiende lerarentekort een rol.

2. Wie doen er mee?
Vrijdag 15 maart gaat het niet meer alleen over het basisonderwijs. Ook het voortgezet onderwijs, het mbo, hbo en de universiteiten doen mee. Het is de eerste keer dat het hele onderwijs staakt. Hoewel alle sectoren zijn vertegenwoordigd, betekent het niet dat alle scholen en docenten meedoen.

Alleen al in Amsterdam staken niet alle docenten - niet alle school­besturen betalen de stakingsdag door, waardoor de afweging niet enkel is 'wil ik staken' maar ook: 'kan ik het me het financieel veroorloven om te staken?'- en zeker niet alle middelbare scholen zijn dicht.

Een grote instelling als de Hogeschool van Amsterdam steunt de staking niet, loon wordt niet doorbetaald en docen­ten mogen studenten niet zomaar vrij­geven. Overigens loopt de actieweek al sinds maandag en is vrijdag de apotheose met tienduizenden docenten op het Malieveld in Den Haag, is de hoop van de bonden AOb en FNV.

3. Wat willen ze bereiken?
Het basisonderwijs vroeg om 1,4 miljard euro om de salarissen van juffen en meesters gelijk te trekken met die van collega's in het voortgezet onderwijs. Nu alle sectoren verenigd zijn, ligt er een grotere eis op tafel: 4 miljard euro (op een totale begroting van bijna 30 miljard per jaar). Dat geld is nodig voor een 'eerlijk salaris en minder werkdruk', aldus de AOb. Hoewel elk niveau tegen andere problemen aanloopt (op universiteiten is er geen docententekort), is er één rode draad. "Iedereen wordt gek van de werkdruk," aldus de AOb.

4. Er was toch al veel geld vrijgemaakt?
Er is 700 miljoen euro vrijgemaakt voor lerarensalarissen en het verlichten van werkdruk. Volgens de vakbonden en actievoerende leraren is dat niet genoeg. "Het was een goede eerste stap," zegt Simone van Geest van de AOb. "Maar het is niet voldoende. Klassen worden naar huis gestuurd, we hebben hier te maken met een enorm maatschappelijk probleem."

De minister zei onlangs dat nog komend schooljaar meer geld naar scholen gaat. Dat is geen extra geld, maar in de begroting naar voren geschoven middelen.

CNV Onderwijs, de op een na grootste onderwijsvakbond, doet niet mee op 15 maart. Er lopen namelijk ook onderhandelingen over de cao voor schoolleiders, leraren en conciërges in het basisonderwijs. Voorzitter Loek Schueler noemt een staking nu 'geen goed moment.'

5. Wanneer is de staking geslaagd?
Als de politiek is overtuigd dat er echt meer geld naar onderwijs moet, is de staking al geslaagd, zeggen de bonden. "We willen structureel 4 miljard extra voor het onderwijs," zegt de AOb. En als dat niet lukt? Een volgende staking of actie is nog niet gepland. "Eerst concentreren we ons op deze. Op 20 maart zijn de verkiezingen en verandert het politieke speelveld. De bal ligt nu bij de politiek."

De AOb hoopt op een opkomst van minimaal 10.000 mensen - dat aantal werd afgelopen zomer al gehaald met alleen leraren uit het basisonderwijs in Zuid-Holland en Zeeland. "Uit de recente peiling blijkt dat een derde van de AOb-leden zeker naar het Malieveld gaat." Dat zijn er meer dan 28.000. "Andere stakers denken daar nog over na."

Marijne van Dam (45) geeft filosofie op het Vossius Gymnasium in Zuid.
"Toen ik laatst bij een studiedag zat, zag ik collega's met dikke wallen, ze zagen er afgeleefd uit. Dan denk ik: hoe kan dat nou? Mensen doen dit vak toch met hart en ziel. Wij willen best vakoverstijgend werken, maar dan heb je wel ontwikkeltijd nodig. Dat doe je nu 's avonds, omdat er gewoon geen tijd is.

We vinden onze kinderen super­belangrijk, maar al bij de kinderopvang gaat het mis: mensen worden onderbetaald en op de basisschool gaat dat verder. Veel scholen richten zich op taal en rekenen, maar onderwijs zou rijker dan dat moeten zijn.

Voor mij gaat het niet zozeer om geld, maar om tijd. Ik werk niet voltijds omdat dat niet haalbaar is. Veel mensen werken parttime omdat dat een voltijds belasting is. Ontwikkeltijd zou ik heel prettig vinden. Kleinere klassen zouden ontzettend fijn zijn.

Tijd en aandacht, dat hebben we nodig om inspirerend onderwijs te bieden en kritische burgers te ontwikkelen. Door een te hoge werkdruk verlies je aan creativiteit en kwaliteit."

Marijne van Dam Beeld Tammy van Nerum

Kees Tuijp (29) is leraar in de middenbouw (groep 3, 4 en 5) van de Montessorischool Steigereiland op IJburg.
"Naar aanleiding van de vorige staking krijgt elke klas iemand een dagdeel om te helpen. Dat scheelt veel, en dat zouden we nog vaker kunnen gebruiken. Met zo'n assistent heb ik tijd om met de kinderen te praten als er lees- of reken­problemen zijn. Er is aandacht voor het individu. Meer handen in de klas: dat geeft lucht.

Salaris is een component, maar ik wil ook niet te veel klagen: daar wordt het beroep minder aantrekkelijk van. Als meer mensen, ook zijinstromers, het vak in willen, wordt het vak aantrekkelijker en hoeven we ons in ieder geval geen zorgen te maken over een tekort.

Klassen zijn te groot: kinderen worden verdeeld als er geen leerkrachten beschikbaar zijn. Als je er bij een klas van 27 of 28 nog twee bij krijgt, zit het lokaal letterlijk vol.

Meer salaris is lekker, maar het moet niet de doorslag geven voor een carrière. Ik vind het jammer als mensen door het grote verschil in salaris voor voortgezet onderwijs in plaats van primair onderwijs kiezen."

Kees Tuijp Beeld Tammy van Nerum

Carlo Ierna (39) geeft les in de ­geschiedenis van moderne filoso­fie op meerder universiteiten, onder meer de VU in ­Amsterdam.
"Met drie kinderen en een hypotheek is een opeenvolging van tijdelijke contracten ontzettend stressvol. Soms weet ik voor de zomer niet of ik na de zomer nog werk heb. En ik krijg contracten voor alleen onderwijs, het onderzoek doe ik er gratis bij.

Studenten worden uiteindelijk de dupe van mijn tijdelijke contracten: na afloop van een vak is mijn mailadres vaak plots weg en kunnen studenten geen vragen meer stellen. Ik kan een tentamen niet nabespreken, geen hertentamens rege­len en soms kan ik het gebouw niet eens meer in, omdat mijn toegangs­pasjes het niet doen. Die ­tijdelijke contracten bemoeilijken het contact tussen mij en mijn studenten.

Ik zou graag willen dat de minister goed luistert naar de stakers en kijkt of instellingen hun kerntaken nog wel kunnen uitvoeren. Ik ga donderdag, de dag voor de staking, ook nog in debat met de minister.

De vraag is of de financiering nog wel toereikend is: niet per se om hoge salarissen te verstrekken, maar om vaste contracten te kunnen aanbieden. Tien tijdelijke contracten in tweeënhalf jaar is onhoud­baar."

(Portretten door: Joanne van Gool)

Carlo Ierna Beeld Tammy van Nerum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden