Premier Mark Rutte aan het woord in de Tweede Kamer.

Plus Analyse

Waarom de toon in Den Haag steeds milder wordt

Premier Mark Rutte aan het woord in de Tweede Kamer. Beeld ANP

Met een schuin oog op de volgende verkiezingen slaan politieke partijen ineens opvallend milde taal uit. Dat is strategie: het aantal kiezers dat ze nog kunnen verleiden, is het grootst in het politieke midden.

Een jaar, vijf maanden en veertien dagen. Het lijkt nog lang tot de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer, maar politieke partijen zijn al begonnen positie te kiezen voor de strijd om de kiezersgunst. Toen veel partijen tijdens de Algemene Politieke ­Beschouwingen vorige maand opvallend mild voor elkaar waren in het debat, kwam dat niet doordat politici ineens ­bevangen waren door altruïsme. In de aanloop naar 17 maart 2021 weten de meeste partijen één ding: wie straks de grootste wil worden, moet de steun krijgen van de grote groep ge­matigde ­kiezers in het midden. En die gemiddelde kiezer is een beetje polarisatiemoe.

“De meeste Nederlanders hechten aan fatsoen,” zegt onderzoeker Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Uit onder­zoek van Maurice de Hond bleek vorige week direct dat het vriendelijker voor elkaar zijn tijdens het belangrijkste politieke debat van het jaar door de meeste kiezers positief wordt beoordeeld. Alleen de kiezers van FvD, PVV en SP waren er gemiddeld negatief over.

Beschroomd

“Mensen maken zich zorgen over de polarisatie, dat keert telkens in onze onderzoeken terug,” zegt Dekker. Het SCP doet aanhoudend onderzoek om te peilen wat er leeft in de samen­leving. “Het is echt manifest: mensen beginnen er in onze onderzoeken vaak zelf over dat ze zich zorgen maken over de verharding in de maatschappij.”

Hoewel middenpartijen in de loop der decennia steeds meer aanhang hebben verloren aan partijen aan de flanken, zijn de meeste kiezers in hun opvattingen nog steeds niet uitgesproken links of rechts. Dekker ziet het terug in zijn onderzoeken. “Als je stellingen voorlegt over immigranten of de Europese Unie, blijkt dat mensen helemaal niet heel erg voor of tegen zijn, maar juist ergens twijfelend in het midden zitten. Ze geven vaak aan het gevoel te hebben ergens erg voor of tegen te moeten zijn, terwijl de meeste mensen juist heel genuanceerd zijn en zich zowel bij de voor- als tegenargumenten iets kunnen voorstellen.”

Dekker noemt als voorbeeld het vluchtelingenvraagstuk. “Zelfs mensen die zich als vrijwilliger inzetten voor vluchtelingen, kunnen wel degelijk kritisch zijn over wat nieuwkomers krijgen. Door alle heftige meningen in de media zijn mensen soms beschroomd toe te geven dat ze in het midden zitten met hun opvattingen.”

Fatsoenlijke zorg

De meeste kiezers zijn over de hele linie ge­nomen gematigd. Hoewel ze in SCP-onderzoeken enerzijds klagen dat de politieke besluit­vorming transparanter moet, geeft een groeien- de groep aan dat het ‘een goede zaak is dat in de politiek compromissen worden gesloten’. Die grote groep kiezers in het midden voelt zich verwaarloosd in een tijd waarin alle aandacht uitgaat naar ‘gele hesjes’.

Na de enorme verkiezings­nederlaag van de PvdA in 2017 schreef het wetenschappelijk ­bureau van die partij dat ‘de steun van de middenklasse noodzakelijk is voor de PvdA om weer een betekenisvolle partij te kunnen zijn’. Sindsdien werkt de PvdA in samenwerking met reclamebureau N=5 aan een aantrekkelijker merk. ‘Zeker zijn’ is het motto dat nu al anderhalf jaar voortdurend terugkeert. Daarmee wil de partij uitstralen dat zij oog heeft voor de ­noden van de middenklasse: fatsoenlijke zorg voor hun ouders, goed onderwijs voor hun kinderen en een zeker pensioen voor later.

En zo vijlen alle partijen in het midden aan hun merk. GroenLinksleider Jesse Klaver zei bijvoorbeeld bij de Algemene Politieke Beschou­wingen dat het maar eens afgelopen moest zijn met dat elkaar vliegen afvangen, ‘daar helpen we Nederland niet verder mee’. Hij kondigde meteen aan voor het Belastingplan te stemmen. Die milde, coöperatieve toon staat in schril contrast met de radicale veranderingen waar Klaver een jaar geleden van sprak.

Hij kijkt ook naar de opiniepeilingen en ziet dat de electorale groei van zijn partij al een tijdje stokt. “Als GroenLinks wil groeien, moet hij kiezers zien los te weken bij middenpartijen als PvdA en D66,” stelt opiniepeiler Maurice de Hond. Die kiezers lijkt hij volgens De Hond te willen bereiken door zich op te stellen als het rede­lijke alternatief.

Of neem de VVD. Partijleider Rutte, die vorig jaar nog belastingverlaging voor aandeelhouders verdedigde, opende op het laatste partijcongres de aanval op grote bedrijven die zich te weinig verantwoordelijk voelen voor de samen­leving. Het imago dat de partij op schoot zit bij het grootkapitaal, moest worden bij­gesteld.

Nieuw tijdperk

Dat komt niet helemaal uit de lucht vallen. Het vertrouwen in het bedrijfsleven is licht gedaald, blijkt uit SCP-onderzoek. Bovenal wil de VVD laten zien dat zij zo een breed gehoorde zorg onder Nederlanders deelt. Dekker: “Zorgen over de verschillen tussen rijk en arm zijn er al langer in grote delen van het electoraat.”

Uiteindelijk moet een partij die de grootste wil worden op 17 maart 2021 het hebben van de grote groep kiezers in het midden. Bijkomend voordeel: zelfs kiezers die wat inkomen of opleiding betreft niet tot de middenklasse behoren, horen daar voor hun gevoel wel bij. Uit onderzoek blijkt dat 86 procent van de Nederlanders zichzelf onderdeel van de middenklasse acht. Wie zegt voor hen op te komen, boort daarmee een enorm potentieel electoraat aan.

Met dat besef lijkt een nieuw politiek tijdperk aangebroken. In 2012 beet Rutte PVV-leider Geert Wilders na het klappen van zijn eerste kabi­net nog toe dat hij ‘dat partijtje van hem tot de laatste zetel zou afbreken’. Dat is niet bepaald gelukt. De PVV is de tweede van het land. Inmiddels heeft ook Forum voor Democratie zich gemeld ter rechterzijde. De VVD heeft het dan ook opgegeven dat alle kiezers op de rechtervleugel van het politieke spectrum ooit terugkeren.

Het alternatief: kijken naar de andere kant.

De VVD komt daar geen dag te vroeg mee. Het CDA is zich al langer aan het voorbereiden op wat komen gaat. Nadat de vorige lijsttrekker, Sybrand Buma, is vertrokken, loopt zowel minis­ter Wopke Hoekstra (Financiën) als vicepremier Hugo de Jonge (Volksgezondheid) zich warm om het straks in de campagne als nieuw gezicht op te nemen tegen Rutte. “Na Rocky 1, 2 en 3 hadden we het wel gezien,” sneerde De Jonge op Prinsjesdag over de periode Rutte.

Uniek karakter

Bij de meest recente verkiezingen werd de VVD al twee keer op rij niet de grootste. Bij de Statenverkiezingen won FvD, bij de Europese verkiezingen triomfeerde de PvdA. Toch kunnen uitdagers niet te veel hoop ontlenen aan die uitslagen. Verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn anders dan andere verkiezingen, zegt Maurice de Hond. “Waar mensen bij Europese of Statenverkiezingen eerder geneigd zijn met hun ­gevoel te stemmen, stemmen mensen bij ­Kamerverkiezingen vaak strategischer. Dan speelt de vraag mee: wie wordt premier?”

Door dat unieke karakter van de Kamerverkiezingen liggen er voor partijen kansen. Een gema­tigde kandidaat kan dan ineens ook stemmers voor zich winnen die anders voor een ande­re partij hadden gekozen. Dat geldt volgens De Hond voor VVD en CDA, maar ook voor D66, PvdA en GroenLinks. “Een goede kandidaat laat zijn partij groeien ten koste van andere middenpartijen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden