Punt voor punt

Waarom de komende dagen cruciaal worden voor ziekenhuizen

De piek aan coronapatiënten komt op de ziekenhuizen af. “Als we deze week geen problemen krijgen, ben ik meer gerustgesteld.”

Een corona-polikliniek bij het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Beeld ANP

Waarom worden de komende dagen cruciaal?

Omdat er nog nauwelijks effecten te verwachten zijn van het stilgelegde openbare leven. Sinds 27 februari –toen de eerste infectie werd vastgesteld – circuleert het coronavirus in toenemende mate in Nederland. Steeds meer mensen liepen een besmetting op, die ze aan steeds meer anderen doorgaven. Elke geïnfecteerde infecteert vermoedelijk twee tot drie personen.

Het virus kon tot 12 maart min of meer zijn gang gaan, ook al was men tot die tijd alert op importgevallen en hun contacten: die moesten in afzondering. Maar vanaf 12 maart gelden publieke maatregelen om de virusverspreiding te remmen. Het aantal contactmomenten tussen Nederlanders is door thuiswerken en social distancing gereduceerd. Op 15 maart sloten scholen, sportclubs en horeca dicht.

Het duurt echter zo’n twee weken – de tijdspanne tussen besmetting en ernstige klachten – voordat die maatregelen leiden tot een daling in de statistieken. Dat betekent dat we rond aanstaande donderdag of vrijdag langzaamaan een dalend aantal besmettingen zouden moeten zien, zegt viroloog Menno de Jong van Amsterdam UMC. Tot die tijd blijven de getallen naar verwachting flink stijgen. Het is de vraag of de zorgcapaciteit het redt, met name de intensive care.

“Als we komende week geen problemen krijgen, ben ik meer gerustgesteld,” aldus De Jong. “Na deze week zullen de maatregelen hopelijk hun vruchten afwerpen, waardoor we genoeg zorg kunnen blijven verlenen.” De Jong sluit aanvullende maatregelen niet uit.

Gelooft iedereen dat de zorg het aankan?

Nee. Klinisch epidemioloog Frits Rosendaal (LUMC) denkt dat Nederland te laat is begonnen met de publieke maatregelen. “Al hoop ik dat ik ongelijk krijg,” zegt hij. “We konden aan Italië zien welke ellende op ons afkwam, maar die voorsprong hebben we niet voldoende uitgebuit.”

We hebben niet zozeer een coronacrisis, meer een materiaalcrisis, zegt Rosendaal. Er dreigt immers een tekort aan ic-bedden en mondkapjes, maar het is te vroeg om te concluderen dat het coronavirus zelf een ware ramp is. Daarvoor weten we nog te weinig. “Het is een maand of drie onder ons, we kennen de belangrijke karakteristieken niet.”

Gaat het virus bijvoorbeeld minder circuleren tijdens de zomer, zoals het influenzavirus? Hopelijk wel, zegt Rosendaal, want dat verschaft ons tijd, maar we weten het niet. En hoe dodelijk is het eigenlijk? “Volstrekt onduidelijk,” zegt Rosendaal. “Want niemand weet hoeveel Nederlanders Covid-19 hebben, of hebben gehad.”

Hoeveel mensen zijn besmet met het coronavirus?

Dat is onbekend. We weten dat er 4204 mensen positief zijn getest, maar we testen heel weinig. In werkelijkheid hebben meer mensen de ziekte gehad. Zie het aantal vastgestelde besmettingen als het topje van de ijsberg, en het aantal werkelijke coronabesmettingen als de onzichtbare bulk onder de oppervlakte.

Die onzichtbare bulk is van groot belang, omdat je het nodig hebt om het sterftecijfer uit te rekenen: aantal doden gedeeld door het aantal werkelijke besmettingen. In Nederland weten we slechts het aantal gedetecteerde besmettingen (4204). Hoe meer ongedetecteerde besmettingen er zijn, hoe hoger het aantal werkelijke besmettingen uitvalt, dus hoe lager het sterftecijfer uitvalt.

Ter illustratie: in China zijn 81.250 mensen met het virus gedetecteerd, van wie er 3253 stierven; een mortaliteit van 4 procent. In Zuid-Korea (104 doden) zijn ook veel mensen met mildere ziektesymptomen getest, waardoor het aantal gedetecteerde besmettingen (8897) dichter bij het aantal werkelijke besmettingen ligt. Zodoende komt het sterftecijfer uit op 1,6 procent. Op een miljoen besmette mensen scheelt dat 24.000 doden. Maar goed, we weten het sterftepercentage niet.

Waarom test het RIVM zo weinig?

Omdat er een gebrek is aan tests. Landen als Singapore en Zuid-Korea hebben veel tests opgekocht, zei RIVM-voorman Jaap van Dissel woensdag in een technische briefing tegen Kamerleden.

Het RIVM probeert nu op andere wijzen een beeld te krijgen van het werkelijke aantal coronabesmettingen in Nederland. Via steekproeven in ziekenhuizen en bloedtests onder bloeddonoren, bijvoorbeeld.

Voor bloeddonoren komen tests beschikbaar die op grond van antistoffen aantonen of zij het coronavirus al hebben doorstaan. Mensen die zó ziek werden dat ze naar het ziekenhuis moesten, zijn op corona getest. Maar in naar schatting tachtig of negentig procent van de gevallen verlopen de ziektesymptomen mild of zeer mild, en is er niet getest.

We kunnen binnenkort dus achteraf bepalen of mensen met milde of nauwelijks ziektesymptomen een stevige verkoudheid hebben gehad, een griepje, of het coronavirus. Zo krijgen we zicht op het deel van de ijsberg dat zich onder water bevindt. Dan kunnen we ook de sterftekans berekenen en bovendien kijken hoe de groepsimmuniteit zich ontwikkelt.

Premier Rutte noemde die groepsimmuniteit – als zestig procent van de bevolking de ziekte heeft doorstaan, is Nederland beschermd tegen een nieuwe corona-uitbraak – prominent in zijn toespraak aan het volk, maar later legde hij uit dat bereiken van groepsimmuniteit ondergeschikt is aan afremmen van de huidige virusuitbraak.

Wat kan de medische wetenschap betekenen voor coronapatiënten?

Er is geen specifieke behandeling tegen het virus. Wie eenmaal in het ziekenhuis komt, krijgt hulp bij ademhalingsproblemen of koorts, maar meer dan complicaties bestrijden, kunnen artsen niet. Het lichaam zelf moet het virus verslaan.

“Er is in het laboratorium gekeken of er bestaande middelen zijn die het coronavirus remmen,” zegt viroloog De Jong. Zo is getest of het hiv-middel Kaletra tegen het coronavirus helpt (nee, zo bleek vorige week), of de anti-malaria-pil Chloroquine.

Maar dat kost tijd, omdat er een gedegen wetenschappelijk onderzoek moet worden opgezet. In eerdere studies met een ander virus (chikungunya) is bijvoorbeeld gebleken dat Chloroquine kan leiden tot een tragere afweerrespons van het lichaam. Dat is natuurlijk niet wat je wilt, dus het is belangrijk om te onderzoeken of Chloroquine hetzelfde doet bij Covid-19.

De Jong hoopt dat het bestaande middel Remdesivir – ook onderzocht tegen ebola – nog iets kan betekenen, maar dat moet blijken uit lopende onderzoeken.

Dan een vaccin. 

Ook dat is er (nog) niet. Er wordt met man en macht aan gewerkt, ook al omdat de uitvinder een pot met goud verdient. “Ik verwacht dat het anderhalf jaar duurt voordat er een vaccin op de markt komt dat voor iedereen beschikbaar is,” zegt De Jong.

Als het vaccin er eenmaal is, voorspelt hij een lelijk schouwspel. “Landen zullen ongetwijfeld met elkaar concurreren, zo leren ervaringen met een vaccin tegen de Mexicaanse Griep. Arme landen mogen dan achteraan aansluiten, heel tragisch.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden