PlusAnalyse

Vuurwerkverbod past in lange rij verdwenen gebruiken

Beeld Rein Janssen

De Nederlandse vuurwerktraditie lijkt geen lang leven meer beschoren. Hoog tijd, vindt de een, eeuwig zonde, vindt de ander. Maar tradities schikken zich altijd naar de tijdgeest.

Het kan verkeren: eind 2015 werd het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling toegevoegd aan de Nationale Inventaris Imma­terieel Cultureel ­Erfgoed in Nederland.

Daar was toen al niet iedereen blij mee, maar, zo zei toenmalig directeur van het ­Nederlands Centrum voor Volkscultuur ­Ineke Strouken: de lijst is geen populariteitspoll. “Het gaat om het zichtbaar maken van erfgoed dat bepaalde mensen koesteren.” Wel gaf ze een waarschuwing af: als consumentenvuurwerk verboden werd, zou het weer van de lijst verdwijnen.

We zijn nog geen vijf jaar verder en de Tipp-Ex kan uit de bureauladen van het Kenniscentrum ­Immaterieel Erfgoed Nederland worden gevist. Nu ook VVD en CDA om zijn, is een (gedeeltelijk) verbod op consumentenvuurwerk onafwendbaar.

Vaarwel traditie, het was leuk zolang het ­duurde.

Roekeloos

Het einde van de jaarwisseling is niet het enige decemberritueel dat onder druk staat. Zwarte Piet verdwijnt in rap tempo, op veel scholen is het kerstdiner vervangen door een ‘winter­diner’ en ook de kerstboom moet er in progressieve kringen vanwege het klimaat aan geloven.

Hoe erg is dit? Afgezien van de goede argumenten die voor elk genoemd voorbeeld voor­handen zijn, lijkt de vraag gerechtvaardigd of Nederland niet al te roekeloos met zijn rituelen omgaat. Verliezen we met het schrappen van een traditie niet ook een deel van onszelf, zoals cultuurpessimisten vrezen?

Grote vragen.

Eerst maar eens contact zoeken met het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, dat de nodige nuance in de zaak aanbrengt. “In het algemeen gesteld: de geschiedenis leert dat veel tradities goed met hun tijd meegaan. Voorwaarde daarvoor is dat ze veranderlijk zijn,” legt woordvoerder Maaike van Dam uit. “Immate­rieel erfgoed is levend, dynamisch erfgoed, dat betekenis moet hebben voor deze tijd en deze samenleving en zich daar dus naar zal moeten aanpassen.”

Wreed volksvermaak

Kortom: tradities zijn in essentie onderhevig aan verandering. En toch is voor veel mensen het aanpassen of het verdwijnen van een traditie moeilijk te verkroppen, weet ook Arnoud-Jan Bijsterveld, bijzonder hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Tilburg University. Hij is een ­expert op het gebied van cultureel erfgoed en volkscultuur. “Een traditie die verandert, is voor veel mensen een verlieservaring. Ze hebben het gevoel dat hierdoor de eigen identiteit onder druk komt te staan. Dat kan leiden tot heftige emoties.”

Een bekend voorbeeld hiervan is het Palingoproer, dat in 1886 in de Jordaan uitbrak en waarbij 26 doden vielen. De rellen ontstonden nadat het traditionele palingtrekken was verboden. Palingtrekken was een oud ‘kwelspel’, waarbij een touw over een gracht werd gespannen waaraan een levende paling hing. Deel­nemers moesten vanuit een bootje de glibberige paling met de hand te pakken zien te krijgen. ‘Wreed volksvermaak’, vonden de autoriteiten, die het verboden, met alle gevolgen van dien.

“Aanpassing van een traditie wordt vrijwel ­altijd als een achteruitgang geïnterpreteerd,” zegt Bijsterveld. “Terwijl we ons ook niet meer met paard en wagen verplaatsen en daar is ­niemand rouwig om.”

Mensen hebben volgens de hoogleraar de neiging om tradities te overschatten. “Ze denken dat tradities al eeuwen bestaan en onveranderlijk zijn. Terwijl veel tradities relatief jong zijn en juist niet in beton gegoten. Tijdens colleges vraag ik vaak aan studenten hoe lang supporters van het Nederlands elftal zich in het oranje uitdossen. Bijna niemand weet dat dit pas sinds 1988 gebeurt. Ik heb in een commissie gezeten die advies gaf over de manier waarop de carnavalsviering in Tilburg inclusiever en vrouwvriendelijker kon worden. Er waren mensen die dachten dat we een eeuwenoude traditie de nek om gingen draaien. Terwijl de manier waarop carnaval in Tilburg wordt gevierd, pas sinds 1965 bestaat.”

Vrijheid

Toch is het te kort door de bocht om tradities dan maar weg te zetten als valse nostalgie. In het vorig jaar verschenen rapport Denkend aan ­Nederland gaat het Sociaal en Cultureel Plan­bureau in op wat Nederlanders bindt. Dat is, in de woorden van het SCP, ‘meer dan een vlek op de wereldbol’. ‘Het is een verbeelde gemeenschap, door velen ervaren als een land, een volk, een samenleving met een eigen collectieve identiteit. Met herkenbare tradities, gewoonten en symbolen. Met gedeelde ervaringen, herinneringen en denkbeelden over de toekomst.’

De onderzoekers van het planbureau zien wel een verschil tussen mensen die zich met Nederland verbonden voelen op basis van symbolen en tradities, en mensen voor wie die binding ­bestaat op basis van burgerlijke vrijheden.

‘Terwijl voor de een ‘vrijheid’ betekent dat je vrij bent om vast te houden aan bepaalde tradities, is voor de ander ‘vrijheid’ juist de mogelijkheid om je daartegen te verzetten.’

Het aanpassen of afschaffen van een traditie roept dus verschillende emoties op: voor sommigen is het ‘meegaan met de tijd’, anderen ­interpreteren het als verlies van iets wat Nederland bindt. Dit kan leiden tot discussie, waarin de toonhoogte kan verschillen: waar het debat over Zwarte Piet met hevige emoties en fysieke confrontaties gepaard gaat, verliep de discussie over een vuurwerkverbod gesmeerd. Niet heel verwonderlijk, zegt Bijsterveld. “In het geval van Zwarte Piet moesten de mensen die dit ­altijd als hun traditie beschouwden, zich verplaatsen in de gevoelens van anderen. Terwijl, als je mensen wilt laten veranderen, het belangrijk is om hen te laten voelen wat de handhaving van de traditie voor hen zou betekenen. In het geval van vuurwerk: iedereen kan gewond ­raken door een vuurpijl. Het argument van zelfbelang wint vaak van een beroep op empathie.”

The Passion en Top2000

Jef de Jager, cultureel antropoloog en beheerder van de website Rituelen & Tradities, waarschuwt voor het rücksichtslos schrappen van tradities, zoals nu met het afsteken van consumentenvuurwerk dreigt te gebeuren. “Elke traditie die verdwijnt, betekent ook het verdwijnen van een deel van de maatschappelijke binding,” zegt hij. “Natuurlijk zijn er te veel incidenten rond de jaarwisseling, en het hinderen of ­belagen van hulpverleners is ontoelaatbaar. Maar ik vind deze traditie ook wel goed bij ­Nederland passen. Een nacht van anarchie waarin dan weer een vorm van samenhang ontstaat: buurten die tegen elkaar opboksen wie het mooiste vuurwerk heeft, mensen die elkaar op straat een zalig nieuwjaar wensen; het zorgt ook voor binding.”

Door secularisering en globalisering neemt de behoefte aan tradities alleen maar toe, ziet Bijsterveld. “Veel mensen voelen zich ontheemd en hebben behoefte aan verbinding, aan collectiviteit. Dit verklaart het ontstaan van veel nieuwe tradities, zoals The Passion, of de Top2000.”

Duindorpse vreugdevuren

Nu de vuurwerktraditie ingrijpend wordt veranderd, zou het goed zijn als er een alternatief komt, vindt De Jager. “In grote steden kunnen dat vuurwerkshows zijn, maar ik vraag me af of die in kleine dorpen ook georganiseerd gaan worden. Het zou jammer zijn als de vrolijkheid die bij het vieren van het nieuwe jaar hoort, verloren gaat. In Engeland zingen ze samen, in Spanje eten ze gezamenlijk twaalf druiven. In Nederland staken we met z’n allen vuurwerk af. Daar moet een alternatief voor komen.”

Precies dat is wat volgens Bijsterveld misging in Den Haag, waar de Duindorpers het jaarlijkse vreugdevuur werd afgenomen zonder er wat voor in de plaats te krijgen. “Zoiets versterkt het gevoel van ontheemding.”

Opvallend detail: het Duindorpse vreugdevuur werd in 2015 toegevoegd aan de lijst met cultureel erfgoed, tegelijk met het afsteken van vuurwerk en zeven andere tradities, waaronder de Indonesische rijsttafel, Limburgs stroop ­koken en de Brielse Maskerade, een verkleedfeest op 5 december, waarbij gemaskerde volwassenen in een optocht door de straten van Brielle lopen. Ook die traditie is niet statisch: om meer jongeren bij het feest te betrekken, wordt sinds twee jaar een afterparty georganiseerd. Precies zoals het Kenniscentrum ­Immaterieel Erfgoed Nederland het op zijn site verwoordt: ‘Tradities passen zich aan de veranderende tijd aan en worden van generatie op ­generatie doorgegeven.’

Hoe lang bestaan tradities?

Jan Klaassenpoppentheater op de Dam - 1801
Zwarte Piet - circa 1830
Vierdaagse van Nijmegen - 1925
TT van Assen - 1925
Vuurwerk op oudejaarsavond - midden 20ste eeuw
Oudejaarsvuur Floradorp - 1951
Koning(s/inne)dag met Oranjes die het land in gaan - 1981
Amsterdam Pride - 1996
Top2000 op Radio 2 - 1999

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden