PlusAchtergrond

Vrijdag praten Remkes en de boeren over stikstof. ‘Bezwaar zal wegsmelten als je deadline van 2030 loslaat’

null Beeld Jeffrey Groeneweg/ANP
Beeld Jeffrey Groeneweg/ANP

De stikstofdoelen zijn soms minder onbuigzaam dan ze lijken. Waar zit de inhoudelijke speelruimte om uit de impasse te komen bij bemiddelaar Johan Remkes als hij vrijdag met de boeren en kabinetsleden praat?

Niels Klaassen en Jurriaan Nolles

Als Johan Remkes erin slaagt alle betrokkenen naar de gesprekstafel te krijgen, treft hij daar een enorme kloof tussen de politici en de boeren. De politiek aan de ene kant van de tafel heeft ambitieuze doelen, waar de boeren aan de andere kant liefst grotendeels een streep door halen. Wat is er inhoudelijk nog mogelijk?

1. 50 procent minder stikstof: moet dat echt?

Ja dat moet, zeggen experts en veel politici. Dat de stikstofuitstoot (vooral via mest en uitlaatgassen) omlaag moet, is voor hen evident. Anders voldoet Nederland niet aan Europese Habitatrichtlijn die voorschrijft dat de natuur beschermd moet worden. Te veel aan stikstof verarmt de natuur, de soortenrijkdom neemt af.

Brandnetels en bramen overwoekeren zeldzame plantensoorten, insecten en vlinders die daarvan leven verdwijnen ook. Dus moet de uitstoot fors omlaag, omgerekend met zeker 50 procent, oordeelt de politiek na rechterlijke uitspraken en rapporten van adviescommissies (ook die club Remkes kwam tot die slotsom).

“Die vijftig procent is een harde eis,” zegt hoogleraar Jan Willem Erisman (Universiteit Leiden). “Het is een wettelijke plicht om de natuurkwaliteit in stand te houden, die vijftig procent reductie is een vertaling van die plicht. Wetenschappelijk is dat percentage echt hard.”

Jurist en expert natuurbeschermingsrecht Ralph Frins (Radboud Universiteit Nijmegen) wijst erop dat Nederland lange tijd niks serieus ondernomen heeft om de stikstofneerslag te verminderen. Sinds de tik op de vingers van de Raad van State in 2019 is er ‘eigenlijk alleen maar door gemodderd’. “De jaren na die rechterlijke uitspraak is er vooral heel veel gepraat, maar weinig echt gedaan om de uitstoot omlaag te brengen.”

Bouwen rond natuurgebieden

Als Nederland niet snel werk maakt van 50 procent reductie dreigt er een taaie juridische tweefrontenstrijd: vanuit Brussel zal de Europese Commissie ons land mogelijk op het matje roepen en voor het Europese Hof van Justitie slepen, lokaal zal het rechtszaken blijven regenen over bouwprojecten rond natuurgebieden.

“In oktober wordt alweer een nieuwe Raad van State-uitspraak verwacht over dit thema,” zegt Frins. “Als je alles laat doorgaan zoals nu, is de kans groot dat de natuur verslechtert en de Europese Commissie Nederland ter verantwoording roept en blijven economische ontwikkelingen onder een vergrootglas liggen.”

De 50 procent reductie is een gemiddelde voor heel Nederland, rond natuurgebieden is de opgave groter. Zowel bij experts als politici klinkt weinig twijfel over die norm. Over de deadline valt echter wel te praten.

2. Nu is 2030 de deadline: wie bepaalt dat?

De nationale politiek. Aanvankelijk was het plan om pas in 2035 de 50 procent reductie te behalen, die datum is ook opgenomen in een wet. Maar de coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie besloot dit eind vorig jaar te ‘versnellen’ naar 2030. En dat is nodig voor natuur. “Door het doel naar voren te halen, werk je aan de inhaalslag,” zegt Erisman. “Voor de natuur is er veel aan gelegen om zo snel mogelijk het teveel aan stikstof te verwijderen.”

Er is echter geen rechter die het jaartal 2030 formuleert als eis of plicht, bevestigen kenners. “Dus in die zin is er ruimte om vast te houden aan de deadline van 2035 uit de wet van vorig jaar,” zegt Erisman, die wel waarschuwt dat het onverstandig zou zijn.

“Vergelijk het met iemand die ernstige obesitas heeft. Die persoon eet dagelijks 5000 calorieën, terwijl het er 2500 zouden moeten zijn. Dan maakt het voor je gezondheid natuurlijk erg veel uit als je in een half jaar tijd kunt zakken naar 2500 calorieën per dag of er nog eens twee jaar langer over doet.”

Politieke keuze

Frins stelt eveneens dat de einddatum door de politiek gekozen kan worden, maar waarschuwt voor extra juridische risico’s bij getreuzel: “Als Nederland weer wacht, wordt de kans groter dat de Europese Commissie besluit in te grijpen. Gezien ons enorme stikstofprobleem kan het voor Brussel logisch zijn om Nederland als eerste lidstaat op de korrel te nemen.”

Het verschuiven van de deadline kan wel helpen om uit de stikstofimpasse te komen. Na wilde snelwegacties, intimidaties en brandstichtingen wil de politiek ‘de geest weer in de fles’. Meer tijd nemen kan helpen om de enorme omslag op het platteland mogelijk te maken.

“2030 is een puur politieke keuze,” meldt een coalitiebron. “De 25 miljard die gereserveerd is voor deze operatie loopt ook tot 2035, dus in die zin is er wel een haakje om er langer over te doen. Het bezwaar tegen die ambitieuze reductiedoelen zal ook wegsmelten als je 2030 loslaat.”

Een andere bron zegt: “Voor de natuur maakt het minder uit wanneer je precies klaar bent, als je maar snel begint, en met flinke stappen. Ik denk dat Remkes veel ruimte heeft.”

3. De kritische depositiewaarde: is die heilig?

Dit is een interessant punt: experts, politici én de boeren moeten constateren dat ze opvallend ver op één lijn komen rond de ‘kritische depositiewaarde’ (kdw), steen des aanstoots voor veel boeren en heilige graadmeter voor de rechter.

Zonder te technisch te worden: de kdw is vooralsnog de enige werkbare indicator om te bepalen of ergens te veel stikstof neerdaalt, waardoor de natuur in gevaar dreigt te komen. Ecologen bepalen de norm, gemiddeld genomen is het foute boel voor een natuurgebied als de stikstofuitstoot boven die waarde uitkomt.

Boerenbelangenclubs vinden de kdw echter veel te algemeen. “Stel dat ergens de stikstofwaarden goed zijn, maar het is veel te droog in een gebied,” zegt Bart Kemp van Agractie. “Dan heb je nog steeds slechte natuur.”

Experts en politici delen de kritiek. Jurist Frins: “Uiteindelijk moet het goed gaan met de plant- en diersoorten. De kdw is over het algemeen een goede graadmeter, maar zegt niet alles. Er zijn voorbeelden van gebieden waar de norm fors overschreden wordt, maar waar het toch goed gaat met de natuur. Bijvoorbeeld omdat de waterhuishouding van uitmuntende kwaliteit is.”

Geen ideale maatstaf

Binnen de coalitie klinkt daarom ook de wens om andere graadmeters te gaan hanteren naast de kdw, zoals de door het kabinet al aangekondigde ecologische autoriteit. “De depositiewaarde is vooral door de rechter heel belangrijk gemaakt,” meldt een bron.

“De rechter heeft een norm nodig. Als je ergens ook maar een fractie boven de waarde uitkomt, mag er geen vergunning komen. Het is de beste maatstaf die we nu hebben, maar het is niet ideaal, dus er zal zeker ruimte zijn om de kdw te nuanceren.”

De norm helemaal loslaten gaat niet, waarschuwt Erisman. “Een beter alternatief is er niet. Dus ik zeg: hanteer die norm van kdw de eerste jaren, en ga dan na genomen reductiemaatregelen in het veld kijken hoe het uitpakt. Die ervaring verwerk je dan in je normering.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden