PlusAnalyse

Voor de tweede keer Covid-19 krijgen, het kan. Maar moeten we ons zorgen maken?

Mensen kunnen voor een tweede keer Covid-19 krijgen, zo bevestigen verschillende onderzoeken. Doorgaans verlopen herinfecties van vergelijkbare virussen milder dan de eerste infectie, tenzij het virus zo ingrijpend muteert dat het immuunsysteem niets meer heeft aan het opgedane geheugen.

Drive-in waar medewerkers getest worden op corona vanuit hun auto bij het Amsterdam UMC, locatie AMC.Beeld ANP

Hoe zeker is het dat mensen twee keer een corona-infectie kunnen krijgen?

Heel zeker. Het werd aangetoond in een studie in Hongkong, en ook in Nederland en België zijn er voorbeelden van, zo bevestigen Marion Koopmans (Erasmus MC) en Marc Van Ranst (Katholieke Universiteit Leuven) in diverse media.

Verhalen over herinfecties waren er al langer, maar bewijs ontbrak. Nu is aangetoond dat het virus de tweede infectie bij dezelfde personen genetisch een beetje afwijkt van de eerste, is uitgesloten dat de ziektesymptomen zijn veroorzaakt door dezelfde virusstam die maandenlang in het lichaam bleef rondzwerven. Daarom is het zeker dat het om herinfecties gaat.

Is de herinfectie opzienbarend?

Niet echt, zeggen viroloog Menno de Jong (Amsterdam UMC) en immunoloog Huub Savelkoul (Universiteit Wageningen). Van andere luchtweg- en coronavirussen is bekend dat er geen levenslange immuniteit tegen bestaat, dus het is geen verrassing dat dit ook geldt voor SARS-CoV-2. “Het is wel opzienbarend dat de herinfecties slechts enkele maanden na de eerste infectie optreden,” aldus De Jong. “Bij vergelijkbare virussen duurt dat langer: een jaar ongeveer.”

Savelkoul: “Het vaststellen van herinfecties is een belangrijke ontwikkeling om meer zicht te krijgen op het virus, maar het is in lijn met soortgelijke luchtwegvirussen.”

Is het zorgwekkend dat mensen zo snel een tweede keer Covid-19 kunnen krijgen?

De Jong vindt van niet. Wereldwijd zijn er bijna 24 miljoen besmettingen vastgesteld, de enkele herinfecties lijken incidenten, aldus De Jong. “In Nederland lijkt de herinfectie te gaan om iemand met een immuunstoornis, die moeite heeft om antilichamen aan te maken. Dat is een uitzondering op de regel. De regel is dat je na een besmetting met dergelijke luchtwegvirussen langer dan enkele maanden beschermd bent door de antilichamen die je hebt aangemaakt.”

De casus in Hongkong lijkt ook geen reden tot zorg. Het gaat om een 33-jarige man die eind maart geïnfecteerd raakte in Hongkong, en half augustus opnieuw, na bezoeken aan Spanje en Groot-Brittannië. Bij de eerste infectie had hij milde symptomen, en van de herinfectie merkte hij niets. Hoewel de test een nieuwe besmetting aantoonde, had hij geen ziektesymptomen.

Zit er geen adder onder het gras?

Jawel, zegt Savelkoul. De casus in Hongkong toont dat de genetische code van het virus bij de herinfectie slechts lichtjes verschilde van de genetische code van de eerste infectie. “Maar de crux is dat we niet weten niet in welke mate het virus muteert,” aldus Savelkoul. “En dat is van belang voor het geheugen van het immuunsysteem. Hoe meer het virus muteert, hoe minder het immuunsysteem heeft aan het geheugen dat het bij de eerste infectie opbouwde.”

Ter verduidelijking gebruikt Savelkoul een beeldspraak. “Stel dat het virus een colbertje is dat elk jaar weinig verandert. Dat is voor het immuunsysteem heel gunstig. Een colbertje waarvan jaarlijks een paar knopen wijzigen, dat blijft voor het immuunsysteem elk jaar herkenbaar. Het virus uitschakelen gaat dan goed.”

“Maar het immuunsysteem komt in de knel als het colbertje volledig verandert; andere kleur, andere snit, andere stof en ander model. Dan kan het immuunsysteem niet meer teren op het geheugen van de eerste infectie. En dan kan een herinfectie wel gevaarlijk zijn.”

Hoe lang zijn mensen na een infectie beschermd?

Waarschijnlijk ten minste drie maanden, zo liet de Amerikaanse versie van het RIVM - Centers for Disease Control and Prevention - half augustus weten. Op grond van onderzoek naar andere luchtwegvirussen denkt De Jong dat de bescherming een jaar duurt. Maar er is veel onduidelijk, omdat de kans op herinfectie afhangt van verschillende zaken.

Niet alleen de mate waarin het virus muteert speelt een rol, maar ook de hoeveelheid antistoffen die het lichaam tijdens de eerste infectie aanmaakt. Mensen met meer ziektesymptomen maken meer antistoffen aan.

“Mogelijk zijn ze beter of langer beschermd, maar dat staat niet vast,” aldus De Jong. “Ook een minieme hoeveelheid antistoffen kan beschermen.” Een studie van het Amsterdam UMC en de GGD volgt Covidpatiënten langdurig om onder meer de vraag te beantwoorden hoe lang beschermende antistoffen aanwezig zijn, en hoe groot de kans op herinfectie is.

Savelkoul: “Cruciaal blijft dan de vraag hoe de hoeveelheid antistoffen zich verhoudt tot de beschermingstijd. Dat wil elke geïnfecteerde weten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden