Joop Stork

PlusTen Slotte

Volgens dokter Joop Stork (1939-2020) was humor een goed medicijn

Joop StorkBeeld -

Geen beter medicijn dan humor, vond de Amsterdamse internist Joop Stork. Een flamboyante en kleurrijke arts met een scherpe blik. Een moppentapper in hart en nieren, met veel hart voor zijn patiënten.

Stork werd een jaar voor het uit­breken van de Tweede Wereldoorlog geboren. Het Joodse gezin Stork moest in 1942 vanuit Zuid verhuizen naar het voormalig ‘heropvoedingskamp’ Asterdorp in Noord, een getto van waaruit Joden efficiënter konden worden gedeporteerd. Joops ouders besloten dat niet af te wachten en doken onder.

Joop en zijn zus Loes (1941) kwamen in een kindertehuis onder de hoede van zuster Dop in het Brabantse Oud Gastel. Hun ouders zaten elders ondergedoken.

Het gezin overleefde de oorlog en ging weer in Amsterdam wonen. “Mijn broer sprak nooit over de oorlog,” zegt Loes Stork, die een sterke band met hem had. “Hij was mijn alles. Toen een jongen een keer met hem vocht, heb ik die knul door de hele Admiralenbuurt getimmerd.”

Encyclopedische kennis

Na de middelbare school ging Joop Stork medicijnen studeren. In 1969 begon hij als internist in het toen­malige Centrale Israëlitische Ziekenverpleging in de Jacob Obrechtstraat. Negen jaar later kwam hij in het ­Ziekenhuis Amstelveen te werken.

Stork stond bekend om zijn encyclopedische kennis en zijn betrokkenheid bij zijn patiënten. Eind 2004 moest hij met pensioen. Hij ging verder met zijn praktijk aan huis op het Bachplein in Zuid, waar hij werd geconsulteerd door een keur aan bekende Nederlanders, onder wie oud-Ajacied Sjaak Swart en tekenaar Marten Toonder, die hem uit dank een Olivier B. Bommeljasje gaf.

Hij vertelde bij het consult graag een mop, want een beter medicijn was er in zijn ogen niet. Swart: “Ik kwam niet graag bij een dokter. Maar meteen bij binnenkomst vertelde hij een mop en dan voelde je je direct op je gemak. Joop was na Max Tailleur de beste moppentapper.”

Stork hield van sport: voetbal en tennis, schaken en bridgen. Hij sloeg op uitnodiging een balletje met Richard Krajicek op Wimbledon.

Ook mocht hij in de jaren zeventig mee­trainen met Sjaak Swart, Johan Neeskens en Johan Cruijff. “Hij kon goed voetballen en was fanatiek. Hij ging voor de winst. Als arts was hij net zo. Hij was heel goed in het stellen van diagnoses. Een toffe dokter,” zegt Swart.

Stork nam de tijd voor zijn patiënten. Zoon Alexander (49), ook internist: “Op kaartjes die wij nu krijgen, wordt hij door velen ‘mensch’ genoemd.”

Bas (47), zijn andere zoon, fiscalist: “Hij beschikte over een zesde zintuig. Hij was meer met mensen bezig dan met symptomen. Bang voor het leven was hij niet. Hij was onverschrokken, daarom heeft hij zoveel bereikt.”

“Hij leerde ons ook het leven te vieren,” zegt Alexander.

Rare peren

Stork was medeoprichter, voorzitter of bestuurslid van zo’n twintig verenigingen, clubs en stichtingen, waaronder de Nierstichting, de ­Diabetesvereniging, Stichting Weerklank voor meervoudig gehandicapte kinderen en de Kiwanis Club die zich inzet voor kwetsbare kinderen. Een bevriende drukker ontwierp een ­visitekaartje voor hem met de tekst: ‘Joop Stork, voorzitter’.

Hij schreef in de jaren zeventig medische columns voor Het Parool, hield van pianospelen en schreef boeken over onder meer euthanasie. Het werk is genoemd naar zijn lijfspreuk: ‘In de tuin des Heeren groeien rare peren.’ Daarnaast was hij voorzitter van de VVD in Amsterdam en hielp hij in de jaren tachtig met het opzetten van de Amsterdamse stadsdeelraden.

De vier kleinkinderen Stork gingen elke dinsdagmiddag naar hun grootouders en bleven daar eten. Kleindochter Marouz (17): “Opa was een familieman. Heel zorgzaam. Toen ik een keer ernstig ziek was, stond hij voor de deur. Hij voelde aan dat het mis was.”

Kleinzoon Chaim (18) had een bijzondere band met zijn grootvader. “Toen ik een moeilijke periode zat en even tien weken elders was, stuurde opa mij een brief. Hij zei dat hij altijd achter me stond. Daar ben ik zo dankbaar voor. Dat hielp me heel erg.”

Stork is op 18 februari op 80-jarige leeftijd in het harnas gestorven, ­zittend achter zijn bureau, werkend aan een boek over Jiddische gein. Zaterdag om 13.00 uur is de crematie en afscheidsplechtigheid, op Zorg­vlied.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden