Plus Achtergrond

Vijftien jaar later: dit is de nalatenschap van Theo van Gogh

Vijftien jaar geleden, op 2 november 2004, werd Theo van Gogh vermoord. Geliefd en gehaat tegelijk, maar wat is zijn erfenis? Waar het op neerkomt: “Theo kon ongelooflijk goed beledigen.”

‘Ik zal altijd het recht verdedigen van imams om te zeggen dat homo’s minder zijn dan varkens,’ zei Van Gogh. ‘Als je mensen wilt beschermen, moet je het gif juist boven laten komen.’ Beeld Paul Levitton/HH

Theo van Gogh? “Jazeker,” zegt Siebe Stok (21), student Media en Cultuur. Die kent hij wel. “Hij is vermoord door een Marokkaanse jongen. Een spraakmakend journalist. Controversieel. Had het niet iets met de islam te maken?”

“Een man die niet bang was de randen op te zoeken van wat nog betamelijk is,” zegt de 22-jarige Manon, student geschiedenis,’.

Kleuters waren ze, toen Van Gogh vijftien jaar geleden voor de avondwinkel in de Linnaeusstraat werd doodgeschoten en hem de keel werd doorgesneden door de islamitische extremist Mohammed Bouyeri. Een belletje doet het vermoorde enfant terrible van de Amsterdamse smaakmakers nog altijd rinkelen. Er werd thuis over hem gesproken en op school. Of er stond een stukje in de krant. Maar wat weten de jongeren echt over hem?

Stok: “Als het bij ons over het begin van de eeuw gaat, hebben we het over de aanslag op het WTC in New York in 2001 of de moord op Pim Fortuyn in 2002. Dat zijn de beelden die zijn blijven hangen, niet de moord op Theo van Gogh.”

Ronde Statements

De vijfde colonne van de geitenneukers? Lege blikken op het pleintje tussen Binnengasthuisstraat en Turfdraagsterpad. Huh?

Op een koude donderdagavond in september 2004 stond het pleintje vol. Van Gogh was op de universiteit uitgenodigd voor een avondje ­discussiëren over de vrije meningsuiting door de linkse jongerenorganisaties Rood, Dwars en Jonge Socialisten. Het zaaltje dat ze ervoor hadden afgehuurd was vele malen te klein en dus werd er uitgeweken naar de straat.

Honderden studenten vormden een cirkel. In het midden mocht de columnist zijn verhaal doen, zomaar, zonder beveiliging. Daar kwamen de ronde statements, die hem tegelijk zo geliefd en gehaat maakten: de moslims die met de koran in de hand hun vrouw mishandelen. De profeet, die niet met zijn handen van kleine meisjes af kon blijven. Burgemeester Job Cohen die kopjes thee drinkt met radicale imams.

Het vrije woord

“Als je mensen wilt beschermen,” zei Van Gogh, “moet je het gif juist boven laten komen. Ik zal altijd het recht verdedigen van imams om te zeggen dat homo’s minder zijn dan varkens. Of van Janmaat om te roepen dat de Holocaust nooit heeft plaatsgehad.”

“Zeg jij altijd wat je denkt?” vroeg debatleider Rob Oudkerk, de voormalig PvdA-wethouder van Sociale Zaken en Onderwijs.

Van Gogh: “Meestal wel. Dat heeft me een hoop leed opgeleverd. Lege zalen, onverkochte boeken. Maar ik zie het nu eenmaal als een ­belangrijke verworvenheid.”

Zeven weken later was hij dood en stond de stad volkomen op zijn kop.

Zaterdag is dat precies vijftien jaar geleden, maar wat zegt het nog? Zo populair als Van Gogh bij leven was, zo treurig waren de laatste jaren de herdenkingen van zijn overlijden in het nabijgelegen Oosterpark, waar De Schreeuw van Jeroen Henneman getuigt van de manier waarop hij de vrije meningsuiting claimde: met open mond.

Bij de onthulling zong Van Goghs vriend Hans Teeuwen luidkeels een lied: ‘Zet God op de pot en stop de profeet maar in je reet en dans voor het vrije woord; en als je dan wordt doodgeschoten, heb je van dit lied genoten; de een die wordt verdreven, de ander wordt vermoord; hiep-hiep-hoera het vrije woord.’ In de jaren erna werden de bijeenkomsten alleen nog bezocht door een handvol verdwaalde Fortuynisten.

Achterkamertjes

Wat is, anno 2019, zijn erfenis als opinie­maker? “Angst,” is in al zijn stelligheid het antwoord van Wierd Duk, journalist en commen­tator van De Telegraaf. “Mensen bedenken zich wel twee keer voordat ze nog iets zeggen. Als je niet in het echt wordt vermoord, gebeurt dat wel op de sociale media.”

Een terechte observatie, aldus Yoeri Albrecht, directeur van debatcentrum De Balie. “Maar wel met een kleine correctie: angst is niet de erfenis van Van Gogh, maar van zijn moordenaar, ­Mohammed Bouyeri.”

Waarmee hij raakt aan een pijnlijk punt. Want wat herinneren we ons eigenlijk? “Aan Theo van Gogh denk ik niet vaak,” zegt Ahmed Marcouch, in 2004 woordvoerder van de Unie van Marokkaanse Moskeeën in Amsterdam en sinds twee jaar burgemeester van Arnhem. “Maar des te meer aan de moord op Theo van Gogh. Het was een keerpunt in de geschiedenis, ook voor mij persoonlijk. Ik stel mij sindsdien dagelijks de vraag: hoeveel Mohammed Bouyeri’s hebben wij in de samenleving? Dat is ook de reden waarom ik zoveel belang hecht aan een harde aanpak van het salafisme in Nederland.”

Vastgebakken institutie

Nog maar eens: wat is de erfenis van Theo van Gogh? “Hij heeft ons geleerd om niet bang te zijn om voor je mening uit te komen,” zegt zijn vriend Theodor Holman, columnist van deze krant. “Als hij nog had geleefd, had hij zich vast en zeker aangesloten bij GeenStijl. Daar hebben ze zijn mentaliteit: tegen hypocrisie, voor polemiek en provocatie.”

Hij zucht. “Wie zitten er nog wel in ons hoofd? Multatuli? Ischa Meijer? Karel van het Reve? Schrijvers die niets aan relevantie hebben verloren, maar wie is het gegeven om te schrijven voor de eeuwigheid? Ik lees Theo nog regel­matig, maar het is moeilijk te krijgen. Ik zou willen pleiten voor een heruitgave van zijn verzameld werk. Zijn stijl van schrijven staat recht overeind. Je zult ook zien hoe ver hij op zijn tijd vooruitliep. Hij schreef met grote kennis van ­zaken over de opkomst van de islam.”

Dat niet alleen, zegt Albrecht, die met Van Gogh samenwerkte voor het tv-programma Krachtstroom. “De islam was niet zijn thema, dat was: ideologie en godsdienst. Hij had ­gewoon een bloedhekel aan kerken, of ze nou christelijk, joods of islamitisch waren. Hij had ook een hekel aan de dalai lama. In die zin was hij een kind van de jaren zestig: schoppen tegen alles wat vastgebakken institutie is. Tegen – zijn uitvinding – de ‘boven ons gestelden’. Dat is ­actueler dan ooit: de achterkamertjes stromen over van mensen die weigeren maatschappe­lijke verantwoording af te leggen.”

Wierd Duk: “Wie weet nog wie Piet Grijs was? Wat dat betreft heeft Theo van Gogh nog veel ­bereikt. We hebben het tenminste nog over hem.”

Kop in de grond

En de veelbezongen vrijheid van menings­uiting? Hoe staat het daar inmiddels mee? Duk ziet, zegt hij, ‘totaal geen reden om positief te zijn’. “We hoopten allemaal dat het debat met Van Gogh eindelijk opengebroken zou worden, maar er is helemaal niets van terecht gekomen. De politiek, de media, ze stoppen allemaal hun kop in de grond. En de mensen denken: zijn wij nou gek?”

Bekijk het eens van de andere kant, zegt Fatima Elatik, als PvdA-politicus lange tijd het mikpunt van de bijtende spot van Van Gogh. “Kop in de grond? Na de aanslagen in Amerika in 2001 heb ik alleen maar kritiek op de islam gehoord, daar was Van Gogh niet uniek in. Maar moet je

je voorstellen dat je in die tijd geboren bent als islamitische jongen of meisje. Dan heb je dus je hele leven moeten horen dat je achterlijk bent. Wat denk je dat dat doet met je zelfbeeld?”

Schelden en tieren

“Roepen om te roepen,” zegt Elatik, “is niet hetzelfde als vrijheid van meningsuiting. Van Gogh was een kunstenaar. Die zijn er om ons wakker te schudden, om te irriteren en om ons anders te laten nadenken over wie we zijn. Wat me stoort zijn politici die er bij elke slechte peiling een scheutje anti-islam en identiteitsdenken overheen gooien. Dan schiet je je doel voorbij. Politici hebben een andere verantwoordelijkheid.”

Waar het volgens Albrecht op neerkomt: “Theo kon ongelooflijk goed beledigen. Navolgers heeft hij genoeg, ze kunnen alleen niet aan hem tippen. Het is schelden en tieren, te pas en vooral te onpas. Het is gemeengoed geworden, maar niemand haalt zijn niveau.”

Hij stond in 2004 in de koelcel naast het levenloze lichaam van de columnist. “Ik heb gezien hoe zijn keel was doorgesneden. Dat was niet een boodschap die je makkelijk kon missen. Maar dat het moeilijker is geworden om te zeggen wat je wilt, moeilijker dan Van Gogh het zelf ook al had? Ik denk het niet.”

Al denkt hij ook weleens: dit debat nu maar even niet. Zo werd de komst van de voormalig Charlie Hebdo-journalist Zineb El Rhazoui ­onlangs afgezegd omdat haar Franse bewakers geen vergunning kregen voor het dragen van een vuurwapen in Nederland. Ze zou in De Balie spreken over de vrijheid van geweten en expressie. “We kunnen niet elke dag een controversieel onderwerp behandelen,” zegt Albrecht. “Niet omdat we bang zijn, maar omdat tegenwoordig de veiligheid nogal wat organisatie vergt. Wat dat betreft zijn we onze naïviteit wel kwijt.”

Wie was Van Gogh?

Een ‘predikant van de nihilistische gemeente’ noemde Theo van Gogh zichzelf. Niemand was veilig voor zijn vlijmscherpe pen. Of het nou ging om zijn stotterende collega Hugo Brandt Corstius, de ­Maoïstische filmmaker Joris Ivens of, pak hem beet, de voormalig hoofdredacteur van deze krant, Sytze van der Zee. En natuurlijk, gevleugelde tekst, ‘de vijfde colonne van de geitenneukers’, de islamisten die het in Nederland tot zijn leedwezen hadden overgenomen van de priesters en de dominees.

Maar een voorkeur voor anti-islamteksten? ‘Wat ruikt het hier naar caramel, zaterdag verbranden ze zeker alleen suikerzieke joden,’ schreef Van Gogh. Als vanouds beriep hij zich op de vrijheid van meningsuiting, maar voor sommigen maakte het hem tot een onverbeterlijk antisemiet. In 1990 werd hij nog veroordeeld voor belediging van Leon de Winter, die hij ‘exploitatie van de Holocaust’ verweet.

Van Gogh werd op 23 juli 1957 geboren in Den Haag en groeide op in Wassenaar. Zijn vader was ambtenaar bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst en achterkleinzoon van Theo van Gogh, de broer van schilder Vincent van Gogh. Overigens werd hij niet naar deze Theo vernoemd, maar naar de

broer van zijn vader, een verzetsstrijder die in de oorlog werd gefusilleerd door de ­Duitsers. Via zijn moeder stamde hij af van de sociaal­democratische Amsterdamse wethouder Floor Wibaut.

Hij was filmregisseur. Op IJburg, bij het eindpunt van lijn 26, werd in 2007 een park naar hem vernoemd in de film- en fotografenbuurt, maar veel publiek heeft zijn (lowbudget-) werk nooit getrokken. Zijn bekendste film is Interview uit 2003, met Katja Schuurman en Pierre Bokma. Zijn laatste film, 06/05, ging over de moord op de door hem zo bewonderde Pim Fortuyn.

Geroemd werd hij vooral om zijn lange interviews op televisie, onder meer in Een prettig gesprek, waarvan 328 afleveringen verschenen op AT5, RTL5 en SBS6. Maar berucht (en geliefd) was hij uiteindelijk vanwege zijn opiniërende werk in columns en, nadat hij het bij vrijwel alle kranten, bladen en televisieprogramma’s had verbruid, op zijn eigen website De Gezonde Roker.

Samen met VVD-politica en islamcriticus Ayaan Hirsi Ali maakte hij in 2004 de elf minuten durende film Submission over geweld tegen vrouwen binnen de islam. Eind augustus werd de film uitgezonden bij Zomergasten. Twee maanden later was Theo van Gogh dood. Zijn moordenaar, Mohammed Bouyeri, liet op zijn lichaam twee brieven achter: een afscheidsbrief en een dreigbrief voor Hirsi Ali.

Een prettig gesprek

Het Parool organiseert zaterdagavond, 15 jaar na de dood van de cineast, interviewer en columnist, een bijeenkomst over Theo van Gogh in Spui25. Onderwerpen van gesprek zijn de vrijheid van meningsuiting, het einde van de ironie en het werk van de meester zelf. Gasten zijn onder meer Max Pam, Massih Hutak, Natascha van Weezel, Theodor Holman, Gijs van de Westelaken, Doesjka van Hoogdalem en Femke Halsema. De avond wordt geleid door Ronald Ockhuysen, hoofdredacteur van Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden