Achter de schermen

Verslaggeving in de tweede coronagolf: ‘De urgentie blijft’

Oververmoeid zorgpersoneel, een verslapte naleving van de coronaregels en vragen over de vaccinatiestrategie: de verslaggeving van de gezondheidszorg is veranderd sinds de eerste golf, maar niet minder belangrijk geworden.

Kim van der Meulen
null Beeld Marc Driessen
Beeld Marc Driessen

Toen de gevreesde tweede coronagolf zich in september sneller dan verwacht aandiende, werd Amsterdam een risicogebied: de stad ontwikkelde zich tot een van de grootste coronabrandhaarden van Europa.

Met de opleving van het virus veranderde ook de verslaggeving. Verhalen over de gezondheidszorg richtten zich in het voorjaar vooral op de ontwikkeling van het virus, de acute zorg en de schaarste aan bedden en beademingsapparatuur op ic’s.

Nu schreven Parool-verslaggevers Malika Sevil, Jop van Kempen en Bas Soetenhorst stukken over mensen die het niet meer zo nauw nemen met de coronaregels, de vraag of scholen toch bijdragen aan de verspreiding van het virus en het ‘coronageweld’ waarmee zorgverleners te maken kregen.

“De urgentie zat ’m tijdens die eerste golf onder meer in de schaarste van beschermingsmiddelen en de vaart waarmee de ziekenhuizen volliepen met covidpatiënten. Het was ook een nieuwe ziekte. Artsen waren zoekende hoe ze deze patiënten het beste konden behandelen,” zegt Sevil.

“Tijdens de tweede golf verschoof de urgentie naar het feit dat Amsterdamse ziekenhuizen snel overbelast raakten; sneller dan in andere delen van het land. Dat verhoogde de druk op de zorg niet alleen omdat het aantal opgenomen patiënten steeg, maar ook omdat zorgmedewerkers vaker thuis zaten omdat ze zelf besmet waren. Ze wonen en werken immers ook in die brandhaard. Bovendien zijn veel van hen moe en overbelast door die eerste golf.”

Het blijft schipperen
In het voorjaar was het lastig om verslag te doen vanuit ziekenhuizen. Het tekort aan beschermingsmiddelen was zo nijpend, dat zelfs familieleden van patiënten niet op bezoek konden. “Een schrijnende situatie,” zegt Sevil. “We hebben in overleg met Amsterdam UMC toch besloten verhalen vanuit het ziekenhuis te maken, zij het niet te vaak, omdat je toch wilt laten zien wat daar op zo’n moment gebeurt. Daar zijn we niet lichtzinnig mee omgegaan. En we hebben, samen met het ziekenhuis, uitgelegd waarom we het toch verantwoord vonden een reportage te maken en dus schaarse beschermingsmiddelen te gebruiken.”

Verhalen in het ziekenhuis zijn nu makkelijker te maken en zijn anders van toon: waar zorgpersoneel toen kon rekenen op steun, krijgen ze nu te maken met onbegrip en agressie van familieleden van patiënten. Die vinden de zorg niet snel genoeg gaan, of weigeren zich aan de coronamaatregelen te houden.

De acute paniek van de eerste coronagolf is er nu niet, maar het blijft schipperen met de onderbezetting van personeel, het rondkrijgen van de roosters en de beschikbaarheid van bedden, zegt Sevil. “In het begin van de tweede golf liep ik een ochtend mee met een ic-hoofd, die met de handen in het haar zat. Hij moest op het laatste moment een grote hartoperatie van een patiënt afzeggen, omdat er geen bed gereserveerd kon worden – ook dat bed moest last minute naar een covidpatiënt. De arts baalde daar enorm van. Begrijpelijk: je moet iemand naar huis sturen die al in het ziekenhuis lag, mentaal voorbereid op een operatie die ook kan misgaan. Maar covidpatiënten kun je ook niet laten wachten; die hebben direct zorg nodig.”

Met reportages uit ziekenhuizen en verpleeghuizen, achtergrondartikelen en interviews met artsen en patiënten laten de verslaggevers zien waar de Amsterdamse gezondheidszorg mee te maken heeft. Soms levert dat aangrijpende, persoonlijke verhalen op. Sevil schreef in mei een portret van, destijds, de jongste zorgverlener die aan het coronavirus overleed en maakte een serie waarin een ic-verpleegkundige vertelde welke impact werken in coronatijd op haar had.

“De covidafdeling of covid-ic is een soort parallel universum, waar je bent afgesloten van de rest van de wereld: de klapdeuren zijn dicht, er hangt rood-wit lint, waarschuwingsborden, iedereen draagt beschermende kleding. En daar werken de zorgverleners dienst-in-dienst-uit in omstandigheden die compleet anders zijn dan ‘normaal’. Vaak met andere collega’s dan ze gewend zijn, met een ziekte die relatief nieuw is. En tijdens de eerste golf moesten ze ook nog contact met de familie onderhouden, want er mocht geen bezoek komen. Verpleegkundigen krijgen, zo vertelden ze mij, best vaak de vraag: ‘Ja, maar wat dóén jullie nu eigenlijk?’ Dan is het goed om dat te laten zien.”

Toekomst van de zorg
Hoewel de tweede coronagolf sneller kwam dan verwacht, was al maanden voorspeld dat er een zou komen. Dat maakte de aanvankelijke verbijstering en het ongeloof minder, zegt verslaggever Jop van Kempen, maar maakte de opleving van het virus niet minder noodzakelijk om over te schrijven.

“Het zorgde ervoor dat ziekenhuizen beter voorbereid waren op wat er ging komen, ook doordat er inmiddels meer bekend was over het virus. Maar doordat mensen het allemaal wat minder spannend leken te vinden, hielden ze zich ook minder aan de coronaregels. Eerder luisterde iedereen naar de adviezen van het OMT, maar de laatste maanden is er steeds meer discussie gekomen over het nut en de noodzaak van de maatregelen. Daar hebben we veel over geschreven.”

Ook over de achtergrond van de tweede golf verschenen verhalen in Het Parool. Zo zocht Van Kempen in oktober met collega Bas Soetenhorst uit hoe het kon dat Amsterdam uitgroeide tot de grootste brandhaard, op basis van onder meer GGD-onderzoeken, gegevens van het CBS en interviews met wetenschappers.

Uit de gegevens bleek onder andere dat coronapatiënten op ic’s vooral een niet-westerse migratieachtergrond hebben. “Zij hebben over het algemeen een slechtere basisgezondheid dan mensen met een westerse – of zonder – migratieachtergrond,” zegt Van Kempen. “Dat was al bekend, maar dat verschil werd verder versterkt door de coronapandemie. Hetzelfde geldt voor de verschillen tussen de gezondheid van hoog- en laagopgeleide mensen in Nederland.”

Suikertaks

In de verslaggeving ligt de focus nu wat minder op acute zorg, zegt ook Van Kempen, en meer op bijvoorbeeld de gevolgen van het afschalen van de reguliere zorg en de ontwikkelingen rondom het coronavaccin. “We maken nu verhalen over de vaccinatiestrategie: is het niet zinvol om gebruik te maken van natuurlijke immuniteit? Mensen die al een besmetting achter de rug hebben, worden immers de komende één, twee jaar zeer waarschijnlijk niet meer ziek van Sars-CoV-2.”

Daarnaast zijn er volop verhalen te maken over de werking van het zorgsysteem, dat niet toegerust bleek op een pandemie. “Alles is ingericht op effectiviteit en efficiëntie, met minimale voorraden,” zegt Van Kempen, die nu aan een artikel over dit onderwerp werkt. “Eén disruptie en het werkt niet meer naar behoren. Hoe kan dat? Zou dat dertig jaar geleden anders zijn geweest? Hoe kun je het zorgsysteem anders inrichten? En wat kunnen we zelf doen om minder vatbaar voor een virus te worden? Minister Hugo de Jonge heeft half november één keer gezegd dat gezond leven een nieuw wapen tegen het coronavirus is. Is het tijd om daar meer werk van te maken en bijvoorbeeld de suikertaks in te voeren? Allemaal relevante en interessante vragen, met het oog op de toekomst van de gezondheidszorg.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden