Plus Achtergrond

Verhuizing van de rode lampjes? Ook buiten Amsterdam is discussie

Ook buiten Amsterdam is er discussie over prostitutie in binnensteden. Verplaatsing gaat altijd gepaard met gedoe. ‘Als burgemeester moet je verdomd stevig in je schoenen staan.’

Bij ’t Poortje in Haarlem zijn 20 werkplekken. Om pottenkijkers te ontmoedigen moet 2 euro toegang worden betaald. Beeld Elmer van der Marel

Burgemeester Femke Halsema heeft het deze week aangedurfd de situatie op de Wallen ter discussie te stellen. Variërend van verplaatsing van de ramen tot het sluiten van bordelen of juist de uitbreiding van het aantal werkplekken: alle opties liggen op tafel.

Die discussie is interessant, maar het wordt pas echt ingewikkeld als er een besluit moet worden genomen, waarschuwt prostitutie­deskundige Rodney Haan van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.

Hij heeft ze al genoeg voorbij zien komen, gemeenten die bedenkingen hebben bij raamprostitutie in het oude stadshart en ambitieuze plannen hebben het sekswerk te verplaatsen.

Zijn ervaring leert dat dit soort projecten erg lang duren en een garantie zijn voor veel protest. “Als burgemeester moet je verdomd stevig in je schoenen staan. Buurtbewoners zijn meestal zeer fel tegen de komst van een bordeel, waardoor dit soort beslissingen al heel snel politiek worden, vóór of tegen prostitutie,” zegt Haan. “De acceptatie en tolerantie van sekswerk zijn heel relatief.”

In de gemeente Den Haag speelt de kwestie ook; daar worden al sinds 2010 concrete plannen gemaakt om enkele tientallen ramen in de Doubletstraat en de Geleenstraat in z’n geheel te verplaatsen naar de Sporendriehoek. Dit is een stuk grond tussen de stations HS, Centraal en Laan van NOI: een gebied waar niemand woont, omringd door treinsporen.

Een nieuw te bouwen prostitutiecentrum op deze plek is op het eerste gezicht een perfecte oplossing. Toch luidt er kritiek dat de sekswerkers uit het zicht worden verwijderd, hoewel het een legaal beroep is. Volgens oppositiepartij HSP speelt verplaatsing vooral de project­ontwikkelaars van de Haagse binnenstad in de kaart.

Werken vanuit huis

In Utrecht is het ingrijpen in de prostitutiebranche uitgemond in een hoofdpijndossier. In 2013 sloot de gemeente alle raambordelen, gevestigd in diverse woonboten langs het Zandpad aan de Vecht, vanwege het grote aantal signalen van mensenhandel, maar sinds de sluiting is er ondanks beloften nog geen legaal alternatief voor het Zandpad geopend. Dit voorjaar kondigde de gemeente aan op zoek te zijn naar drie exploitanten, die gezamenlijk 96 tot 128 nieuwe werkplekken mogen uitbaten in een nieuw te bouwen prostitutiecomplex. De bouw van dit Nieuwe Zandpad is pas voorzien in 2021, maar onder omwonenden is de weerstand al groot, schreef het AD Utrechts Nieuwsblad dit voorjaar.

Bij ’t Poortje in Haarlem zijn 20 werkplekken. Om pottenkijkers te ontmoedigen moet 2 euro toegang worden betaald. Beeld Elmer van der Marel

Het gevolg van de verplaatsing van bordeel­ramen is volgens Haan vaak dat het aantal werkplekken afneemt, om boze omwonenden tevreden te stellen. In het uiterste geval verdwijnt de prostitutie helemaal uit het straatbeeld, zoals in Arnhem. Die stad had met het Spijkerkwartier de grootste hoerenbuurt na Amsterdam, maar sloot alle ramen in 2006 zonder alternatieven te organiseren. Het zorgde ervoor dat de vrouwen in erotisch centrum Escape in Doetinchem (zie kader) veel meer klandizie kregen. De Arnhemse sekswerkers zijn vooral vanuit privélocaties gaan werken, een grijs gebied tussen legaal en illegaal.

De Haan vindt het kwalijk dat prostitutie, in het bijzonder raambordelen, steeds vaker wordt aangewezen als de oorzaak van allerlei problemen. “In veel gemeente zijn de raam­bordelen de zondebok voor van alles, variërend van mensenhandel tot de toeristische overlast, zoals in Amsterdam. Ik snap dat de drukte een probleem is, maar is de prostitutie wegdrukken naar de stadsranden wel een oplossing?”

Los van ambitieuze burgemeesters staan raambordelen volgens Haan sowieso onder druk. De moderne prostituant kijkt steeds vaker online rond, leest recensies en bezoekt de sekswerker in kwestie dan gericht.

Haan stelt dat steeds meer sekswerkers hun activiteiten naar het onvergunde circuit verplaatsen. De thuiswerkers worden ze genoemd: zij werken vanuit huis of gehuurde appartementen die veranderen in kleine bordelen. Dat heeft positieve kanten – een happy hooker die haar vak onafhankelijk beoefent zonder dat ze een deel van haar inkomsten hoeft af te dragen aan de bordeelhouder – maar de regelgeving biedt weinig houvast: thuiswerken mag zolang het geen bedrijfsmatig karakter krijgt. “Ook in Amsterdam is het aantal sekswerkers dat op deze manier werkt vele malen groter dan de groep die nog achter de ramen staat. Daar zijn de huren hoog, en de verdiensten door de grote groepen toeristen steeds lager,” zegt Haan.

Overdekte complexen

Een alternatief voor raambordelen is om zoals in Haarlem de ramen open te houden, maar dan in overdekte complexen en niet meer langs de kant van de weg, zodat de toeristische overlast verdwijnt. Bij het Nieuwe Zandpad in Utrecht wordt zeker 20 procent van de werkkamers geschikt gemaakt voor de ontvangst van prostituanten die online een afspraak hebben gemaakt, waardoor het raamwerk niet meer nodig is.

Maar zolang Amsterdam niet écht tolerant wordt, en bijvoorbeeld ook in nieuwbouw­wijken als IJburg of Haven-Stad legale werkruimte inplant voor sekswerkers, wordt de verplaatsing vanuit de Wallen een heidens karwei, denkt Haan. “Het stigma op dit werk is ook in deze liberale stad niet verdwenen.”

Vooral buitenlanders

Prostitutie op de Amsterdamse Wallen is een bedrijfstak die hoofd­zakelijk draait op en voor niet-­Amsterdammers. Uit het laatste actuele onderzoek over prostitutie in de stad, uitgevoerd door de GGD in 2015, komt naar voren dat van de prostituanten 51 procent afkomstig is van buiten Amsterdam, en 14 procent van de klanten bestaat uit buitenlandse bezoekers. Ruim een derde van de klanten komt uit Amsterdam. Van de sekswerkers achter de ramen is slechts 19 procent geboren in Nederland. Oost-Europa (44%) en Zuid-Amerika (25%) zijn de voornaamste leveranciers van arbeidskrachten in de raamprostitutie, aldus een landelijk onderzoek van het WODC/Regioplan. Slechts 1 op de 200 passanten op de Wallen neemt er diensten af, bleek uit onderzoek in 2009. Inmiddels is het toerisme exponentieel gegroeid, en mag worden aangenomen dat de verhouding kijkers en kopers nog schever is.

Bij ’t Poortje in Haarlem zijn 20 werkplekken. Om pottenkijkers te ontmoedigen moet 2 euro toegang worden betaald. Beeld Elmer van der Marel

 Hofjes in Haarlem

Haarlem heeft ook een red light district, maar voor pottenkijkers en toeristen is daar weinig te halen.

Op een doordeweekse middag is het behoorlijk rustig in de straatjes rondom de Waalse Kerk in Haarlem. Af en toe loopt een man doelgericht naar een van de drie hofjes met raambordelen die de stad rijk is. Hoewel de diensten die er geleverd worden dezelfde zijn, is sekswerk in Haarlem heel anders georganiseerd dan in Amsterdam. Hier, in de buurt waar tot de zestiende eeuw de begijnse zusters woonden, is raamprostitutie niet verborgen, maar wel beschut, tot ieders tevredenheid.

Neem de Rode Lantaarn, een inpandig gangetje in de korte Begijnestraat. Van buiten is alleen aan twee grote rode lantaarns te zien dat hier seks te koop is. Prostituanten moeten eerst een zware deur open­duwen voordat zij langs zeven roodverlichte ramen kunnen wandelen om hun keuze te ­maken.

Dit soort afgeschermde entrees zijn er ooit gekomen om pottenkijkers of baldadige jongeren weg te houden bij de sekswerkers. Bijkomend voordeel is dat toeristen er niet zo snel naar binnen zullen gaan, omdat de ramen niet langs de openbare weg te zien zijn.

Het Haarlemse systeem is geperfectioneerd bij ’t Poortje. Hier moeten prostituanten twee euro in een automaat gooien bij de hoofdingang, waarna zij via een stalen draaideur een oud begijns hofje kunnen betreden. Rondom een beschut binnenplein staan diverse houten tuinhuisjes met grote ramen. In totaal kunnen hier twintig prostituees werken.

De toegangsheffing heeft niet alleen als voordeel dat kijkers wegblijven, de sekswerkers hebben ook een grotere kans op omzet, want de passanten hebben immers al iets betaald om binnen te komen. Van overlast en drukte hebben de omwonenden geen last, zegt binnenstad­manager Falco Bloemendal.

Het zou op doordeweekse dagen juist wel iets drukker mogen worden.

Erkend thuiswerk in Assen

Vraag en aanbod in het sekswerk vinden elkaar steeds meer online. Dat heeft tot gevolg dat steeds meer sekswerkers niet meer vanuit een raambordeel, club of escortbureau werken, maar thuis hun klanten ontvangen die zij via internet werven. Het nadeel hiervan is dat sekswerkers buiten het zicht van hulporganisaties en toezichthouders werken, ook is er thuis vaak geen noodknop waarmee prostituees snel om hulp kunnen vragen.

In Assen probeert de gemeente daarom te voorkomen dat sekswerkers naar de anonimiteit verdwijnen. “We hopen met een vriendelijke aanpak, die we erkenning noemen, een kwetsbare doelgroep te ondersteunen,” zegt burgemeester Marco Out.

Sinds dit jaar krijgen omstreeks 30 tot 40 prostituees die in Assen vanuit huis werken een uitnodiging om zich te

laten erkennen door de gemeente. Niet om hen vervolgens een ­vergunning te laten aanvragen, maar om de thuiswerkers te beschermen tegen misstanden.

Volgens Out zullen de registraties niet gedeeld worden met de Belastingdienst of de woningbouwvereniging.

Sekswerkers die meedoen krijgen een registratienummer en moeten beloven één keer per jaar een contactmoment te hebben met medewerkers van de gemeente. Wie zich laat erkennen, krijgt specifieke medische zorg, hulp bij psychische problemen en de mogelijkheid deel te nemen aan een uitstap­programma.

De erkenning is niet helemaal vrijwillig. Wie zich niet aanmeldt, kan een bezoekje van handhavers verwachten, die zich zo nodig voordoen als klant om met de thuiswerkers in contact te komen.

Rodney Haan van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid vindt dat Assen het goede voorbeeld geeft. “Om het weglekken van sekswerk naar de anonimiteit te voorkomen moet je liberaler omgaan met thuiswerkende prostituee.”

Inpandig in Doetinchem

Omringd door garages, autosloperijen en ruime parkeergelegenheid staat in Doetinchem sinds 2000 een bedrijfshal die is omgebouwd tot een inpandig raambordeel. In Duitsland is dit een gangbaar prostitutieconcept, die ook wel ‘Laufhäuser’ genoemd worden. Bij de deur betalen de prostituanten entreegeld, waarna zij op hun route langs twee verdiepingen hun keuze kunnen maken uit veertig sekswerkers. “Momenteel is de situatie rondom Escape rustig, al moet ook gezegd dat er altijd wel een zweem van illegaliteit en criminaliteit rondom prostitutie hangt,” zegt een woordvoerder van Doetinchem. “Deze invulling past bij de schaal die prostitutie heeft in deze regio.” Bij de gemeente komen geen klachten binnen over dit concept. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden