PlusAchtergrond

Van gezonde scepsis naar verlammend cynisme: wie heeft er nog vertrouwen in de politiek?

Het vertrouwen in de politiek neemt af. Kibbelende politici, een dralende formatie en grote dossiers waarop de overheid het laat afweten zorgen ervoor dat de onvrede over politici groeit. Hoe alarmerend is dat, en wanneer slaat scepsis om in cynisme? ‘We moeten oppassen dat sommige groepen helemaal afhaken.’

Een cynische houding zie je terug bij een deel van de mensen die demonstreren tegen het coronabeleid. Beeld ANP
Een cynische houding zie je terug bij een deel van de mensen die demonstreren tegen het coronabeleid.Beeld ANP

Een weekje politiek Den Haag. Minister van Financiën Wopke Hoekstra had beleggingen in dubieuze belastingparadijzen. Onderzoek naar een explosief memo over de toeslagenaffaire blijkt te zijn afgezwakt. SGP-leider Kees van der Staaij, toch niet het meest opgewonden standje in de Tweede Kamer, noemt de gang van zaken in het formatiedebat een ‘poppenkast’.

Een week eerder beschuldigden anonieme D66’ers informateur Johan Remkes van dronkenschap, werd Mona Keijzer uit het demissionaire kabinet ontslagen en besloten de vier partijen die een half jaar elkaar uitsloten toch met elkaar in zee te gaan. Zaken die ogenschijnlijk los staan van elkaar, maar ook wat gemeen hebben: ze zullen het vertrouwen in de politiek weinig goed doen.

Scherpe daling

Dat mensen even ‘helemaal klaar zijn’ met politici is meer dan borrelpraat. Het blijkt ook uit onderzoeken. Het vertrouwen van burgers in politiek en overheid als geheel wordt nauwgezet gemonitord. En niet zonder reden: vertrouwen in de instituties is het bindmiddel van een maatschappij. Ipsos constateerde aan de vooravond van Prinsjesdag dat het percentage mensen dat (heel) weinig vertrouwen heeft in de politiek en in het demissionaire kabinet is gestegen van 38 procent in 2020 naar meer dan 60 procent in 2021.

Uit onderzoek van I&O Research bleek dat slechts 32 procent van de 1100 ondervraagden vertrouwen heeft in ministers, het vertrouwen in de Kamer is gedaald naar 36 procent, en dat in de overheid naar 42 procent. Ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) constateerde een scherpe daling: in april gaf 46 procent de regering een voldoende, een half jaar eerder was dit nog 66. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, maar hier leek een halve manege vanaf het Binnenhof de benen te nemen.

Beweeglijk

Hier past enige nuance: de daling is ook een correctie op een ongekende stijging van het vertrouwen in de eerste maanden van de coronacrisis. Dit was het ‘rally round the flag-effect’: in crisistijd is men geneigd om achter de leiders te gaan staan. Bovendien, zegt Josje den Ridder, onderzoeker van het SCP, is vertrouwen in de politiek sowieso beweeglijk. Dat na de eerste coronapiek, het ‘functie elders’-debat en de trage formatie er een daling zou plaatsvinden, viel te verwachten. “Politiek gedoe is nooit goed voor het vertrouwen, maar je ziet ook dat als de rust in Den Haag terugkeert, bijvoorbeeld na het aantreden van een nieuw kabinet, het vertrouwen weer stijgt. Dat zag je zelfs na het aantreden van het eerste kabinet-Rutte, met gedoogsteun van de PVV. Het wordt pas zorgelijk als ruzies en schandalen structureel worden. Dan loop je het risico dat sommige groepen helemaal afhaken.”

Dat laatste is een houding van cynisme, of vervreemding, zegt Tom van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Vooropgesteld: een zekere mate van scepsis jegens de overheid is gezond. Het zorgt ervoor dat mensen betrokken blijven en de macht kritisch volgen. Het blinde vertrouwen in de eerste maanden van de coronacrisis was wellicht begrijpelijk, maar is op de lange termijn niet wenselijk. Maar aan de andere kant is cynisme de overtreffende trap van gebrek aan vertrouwen, waarbij mensen alle politici, ongeacht wie ze zijn of tot welke partij ze behoren, inherent onbetrouwbaar vinden.”

Die houding zie je terug bij een deel van de mensen die demonstreren tegen het coronabeleid. Een op de zeven mensen is niet gevaccineerd en is dit ook niet van plan. Van hen vertrouwt 90 procent de overheid niet. Die doen, zoals ze het zelf zeggen, niet meer mee, zegt Peter Kanne van I&O Research. Een stelling in zijn enquêtes, en een indicator van cynisme, is: politieke partijen zijn alleen maar geïnteresseerd in mijn stem, niet in mijn mening. In 2018 werd die nog door 49 procent van de ondervraagden onderschreven, nu is dat 57. Zorgelijk, vindt Kanne, want zo komt het gezag van de overheid onder druk te staan. “Een overheid heeft macht en kan zo regels handhaven. Maar veel zaken, bijvoorbeeld de energietransitie, kun je niet afdwingen. Daarvoor moet je de mensen meekrijgen. Een overheid die niet geloofd wordt, heeft dan een groot probleem.”

Gekanaliseerde onvrede

Volgens Kanne is een laag vertrouwen in de politiek sterker zichtbaar bij mensen die stemmen op flankpartijen, zoals de PVV, FvD of SP. “Dat deze groepen terechtkunnen bij partijen aan het uiterste rechtse of linkse uiteinde van het spectrum is enerzijds goed, want zo wordt hun onvrede gekanaliseerd. Tegelijkertijd kun je vaststellen dat deze partijen eigenlijk niet meedoen om de macht; bij de vorming van een kabinet staan ze buitenspel. Teleurgestelde kiezers kunnen dus eventjes stoom afblazen in het stemhokje, maar daarna gebeurt er niets met hun stem.” Kanne wijst erop dat in 1977 nog 88 procent van de kiezers op de traditionele middenpartijen stemden, in 2006 kregen VVD, CDA en PvdA samen nog 62 procent van de stemmen, bij de laatste verkiezingen nog maar 37 procent. “Het midden erodeert en de flanken groeien, waarbij de polarisatie tussen de cultureel progressieve en conservatieve mensen steeds pregnanter wordt.”

Niet alleen de coronamaatregelen, maar ook de toeslagenaffaire, de gaswinning in Groningen en de steeds verder uitgeklede verzorgingsstaat hebben onder sommige groepen het wantrouwen tegenover de politiek aangewakkerd. Dat is volgens Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden relevanter dan incidenten in de Tweede Kamer.

Kruiter onderscheidt, in navolging van de Franse filosoof Claude Lefort, twee soorten politiek: een met een kleine, en een met een grote p. “Politiek met een kleine p betreft het spel, de ruzies, incidenten. Interessant voor politieke junkies, maar voor de meesten een ver-van-hun-bedshow. Daarnaast is er de P die gaat om de verdeling van middelen en om een betrouwbare overheid. Voor veel mensen is die veel belangrijker. Zij houden zich amper bezig met wat er gebeurt in de Tweede Kamer, maar zijn wel sterk afhankelijk van de overheid. Ze moeten jaren wachten op een huurwoning, hebben te maken met wachtlijsten voor de GGZ, raken slachtoffer van de toeslagenaffaire. Hun vertrouwen in de politiek heeft weinig te maken met wat er in Den Haag gebeurt, maar wel met hun ‘bureaucratische ervaringen’. Pas als de overheid beter gaat presteren, zal bij hen het vertrouwen terugkeren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden