PlusInterview

UvA-studie: ‘Goed ventileren is essentieel tegen virusverspreiding’

Om de verspreiding van het coronavirus in gesloten ruimtes tegen te gaan is goede ventilatie essentieel, zo stelt een woensdag gepubliceerde studie. ‘Zet ramen en deuren open,’ zegt natuurkundige Daniel Bonn (Universiteit van Amsterdam), die het onderzoek uitvoerde.

Daniel BonnBeeld Jan Willem Steenmeijer

Wat zijn de resultaten van uw studie?

“Als je praat of hoest, produceer je heel kleine druppeltjes van 1 tot 10 micrometer (1 micrometer is een duizendste deel van een millimeter, red.). Die blijven minutenlang in de lucht hangen, zo zagen we met laserlicht. Die druppeltjes bevatten coronavirusdeeltjes als ze worden voortgebracht door iemand die is geïnfecteerd. In een slecht geïsoleerde ruimte lopen gezonde mensen zo minutenlang risico op besmetting.”

“Als je die ruimte met een mechanisch systeem ventileert, verdwijnen die kleinste druppeltjes twee keer zo snel. Zet je ook het raam en de deur open, dan verdwijnen ze tien keer zo snel. Goed ventileren is dus essentieel tegen virusverspreiding. Voldoende afstand van elkaar houden is in bijvoorbeeld het openbaar vervoer niet genoeg om de risico’s te beperken; ventilatie is van minstens even groot belang. Dat geldt ook voor geïsoleerde ruimtes waar meerdere mensen samenkomen, zoals klaslokalen of kantoren.”

Volgens het RIVM zijn vooral de wat grotere druppels van belang. Die vallen snel op de grond, en als je 1,5 meter afstand tot de ander houdt, onttrek je je dus aan besmettingsgevaar. Hoe ziet u dat?

“Het is niet mijn bedoeling om commentaar te geven op de richtlijnen van het RIVM. We proberen op wetenschappelijke wijze bij te dragen aan een oplossing voor de coronapandemie. De bevindingen die we hebben gedaan, kunnen daarbij helpen. We bevelen aan om gepaste maatregelen te nemen. Ik ga ervan uit dat onze bevindingen ook bij het RIVM bekeken worden. Daar wordt dan beoordeeld of het aanleiding vormt om de richtlijnen te wijzigen.”

In de buitenlucht lijken er minder besmettingen plaats te vinden.

“Ja. In de buitenlucht drijven die kleinste druppeltjes sneller weg, waardoor de besmettingskans drastisch afneemt. Het tegenovergestelde zie je juist tijdens repetities van bijvoorbeeld zangkoren in gesloten ruimtes, of bij kerkdiensten. Daar komen veel van die druppeltjes vrij. Als er dan iemand besmet is, raken veel anderen dat ook.”

Gaat airconditioning in kantoorgebouwen virusverspreiding tegen?

“Als de lucht goed wordt gefilterd en de virusdeeltjes eruit worden gehaald, is dat zeker het geval. Maar niet elk ventilatiesysteem heeft zulke filters. In dat geval kan een ventilatiesysteem juist zorgen voor extra verspreiding van die virusdeeltjes, en zo bijdragen aan een grotere besmettingskans. Mijn tip is daarom: zet de ramen en deuren open. Dat is gegarandeerd effectief.”

Het griepvirus gaat liggen in de zomermaanden, mogelijk omdat mensen dan minder dicht op elkaar zitten in gesloten ruimtes. Geldt dat ook voor dit coronavirus?

“Daar lijkt het wel op. Wat ook meespeelt, is dat de luchtvochtigheid in de winter lager is dan in zomer. Het water in de druppeltjes verdampt daarom sneller in de wintermaanden, waardoor de virusdeeltjes juist blijven hangen. Dat vergroot in de wintermaanden waarschijnlijk de kans op besmetting.”

Standpunt RIVM

Twistpunt tussen natuurkundigen en virologen over de allerkleinste druppeltjes – zogenoemde aerosolen – is de hoeveelheid virus die erin zit. Volgens veel virologen spelen die druppeltjes een marginale rol bij besmetting, omdat er onvoldoende virus in zit. Natuurkundigen wijzen op de grote hoeveelheden aerosolen.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gaat er op grond van wetenschappelijke bewijs (vooralsnog) van uit dat de virusverspreiding gaat via contact met besmette voorwerpen en oppervlakten en via de grotere druppeltjes als besmette personen hoesten of niezen.

Via de lucht geschiedt virustransmissie via druppeltjes met een doorsnee groter dan 5 duizendste van een millimeter, stelt het instituut, verwijzend naar wetenschappelijke literatuur. Alleen als er grote hoeveelheden druppeltjes kleiner dan 5 duizendste van een millimeter vrijkomen, zoals bij het inbrengen van een buis in de keel van een coronapatiënt op de intensive care, kan dat tot besmetting leiden, aldus het RIVM. ‘Er zijn geen studies bekend waarbij infectieuze coronavirusdeeltjes gemeten zijn in de lucht van publieke plekken als supermarkten of openbaar vervoer.’

Het RIVM houdt alle onderzoeken over virusverspreiding nauwgezet bij, zegt een voorlichter, dus ook de studie van natuurkundige Daniel Bonn, die woensdag werd gepubliceerd in The Lancet Respiratory Medicine. “Als er reden is de richtlijn aan te passen, zal dat gebeuren.”

Mocht het RIVM op grond van de studie besluiten tot aanpassingen, dan lijkt enige haast welkom. Vanaf 1 juni gaat het openbaar vervoer over op een normale dienstregeling. Vanaf 2 juni gaan de scholen (deels) open.

Aanpassing van ventilatiesystemen is volgens het RIVM niet nodig. Wel kunnen de allerkleinste druppeltjes relevant zijn bij de virusverspreiding via zingen en sporten. Nader advies van het Outbreak Management Team daarover volgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden