PlusAchtergrond

Uit het hotel, op straat: schoonmakers zijn de verborgen slachtoffers van de coronacrisis

Minder zichtbaar, maar net zo goed slachtoffer van de crisis zijn de duizenden horecaschoonmakers die het nu veelal zonder inkomen moeten stellen en terug zijn naar hun geboorteland. Wie nog wel werkt, doet dat een dubbele slag in de rondte, uit angst voor ontslag. 

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

“Hotelschoonmaak is een pittige baan, zeker in de zomer. Vóór corona was het ontzettend druk, omdat er steeds meer hotels zijn bijgekomen. Toen kwam corona. Hotels gingen allemaal dicht. Ook als schoonmakers een contract hadden, was het: we hebben jullie niet meer nodig. Iedereen zat thuis.”

Barbara (niet haar echte naam), die bij een groot bedrijf voor een tiental hotels de schoonmaak regelt, kon haar personeel, meestal flexers, nog eventjes aan boord houden. “Maar er waren geen inkomsten. Op een gegeven moment moesten er steeds meer mensen uit.”

Het gaat om duizenden schoonmakers in de horeca, mensen die we toch al zelden zien – of niet wíllen zien – omdat ze op onmogelijke uren onze kroeg schoonmaken, de keuken reinigen van het restaurant waar we graag eten of de bedden opmaken in de hotels waar we overnachten. Ze behoren tot de verborgen slachtoffers van de coronacrisis. 

“Bijna iedere horecaschoonmaker die op een tijdelijk contract werkte, is weggestuurd,” zegt CNV-bestuurder Jan Kampherbeek. “Sommigen vinden ander werk, die gaan bijvoorbeeld pakketjes bezorgen. Ze rennen zo van de ene onzekere werkplek naar de andere.” Er is nauwelijks zicht op de gevolgen. “De kwetsbaarsten bereiken wij als bond ook niet.”

Keukentaken erbij

Wie nog wel werkt, wordt vaak uitgeknepen. Zo is Oumar (niet zijn echte naam) ‘kamermeisje’, bordenwasser en keukenschoonmaker ineen. Tegen zijn zin. “Eerst moest ik naast hotelkamers opruimen ook borden gaan wassen. Daarna ook de keuken schoonmaken terwijl ze daarvoor normaal iemand inhuurden. Die kreeg daar vier uur per dag voor. Ik moet het naast mijn andere werk doen. ”

Vijf jaar werkt hij in de vestiging van een Amsterdamse familiehotelketen. Omdat het aantal overnachtingen vanwege de coronacrisis inmiddels tot een minimum is beperkt, werd zijn werkweek al naar 32 uur teruggebracht. “Nu werk ik meer uren dan waar ik voor word betaald. Ik krijg geen vakantiegeld, geen toeslagen.” Tegensputteren durft hij niet. “Laatst zeiden ze dat als ik niet beter schoonmaak, ik word ontslagen. Nu willen ze dat ik ook op zaterdag kom. Ze maken misbruik van corona.”

Mensen als Oumar doen zwaar en matig betaald werk waarvoor de meeste Nederlanders bedanken. Hierdoor doen vooral mensen uit Oost-Europa of West-Afrika het. Vaak worden ze op bedenkelijke contracten ingehuurd via schimmige tussenpersonen, steeds vaker via grote schoonmaakbedrijven of gespecialiseerde horeca-uitzenders. 

Maar bij allemaal geldt nu: er is geen werk meer. Schoonmaakgrootheid CSU houdt, als uitzondering, nog dit kwartaal thuiszittend horecapersoneel in dienst. Maar een andere grote hotelschoonmaker, EW Facility Services, stuurt op 1 maart 200 medewerkers weg. Een deel kan elders aan de slag, voor allemaal is er geld voor omscholing.

‘Ga er maar aan staan’

De Amsterdamse uitzender Arbex, dat ruim honderd vier- en vijfsterrenhotels onderhoudt, waaronder The Grand, Krasnapolsky en Doubletree, heeft al 750 van de 800 mensen naar huis gestuurd. “Àls hotels al open zijn, doen ze hun schoonmaak met eigen personeel,” zegt Gerrit van der Linden van Arbex.

Voor de meeste weggestuurde schoonmakers rest een uitkering, 70 procent van een toch al mager loon, binnen enkele maanden afgelopen. Zonder inkomsten kunnen ze de torenhoge huren hier niet betalen en is terugreizen naar het land waar ze vandaan komen vaak te duur.

De gevolgen zijn schrijnend. Deze week bleek dat er flink meer werkloze arbeidsmigranten in de daklozenopvang zijn. Amsterdam heeft inmiddels 400 bedden voor hen gereserveerd.

“Deze mensen onderhouden hun familie,” zegt Van der Linden. “Mensen bouwen een huis van hun verdiensten hier. Wij gebruiken personeel uit Roemenië en Polen. Anderen halen mensen uit Oekraïne of via allerlei constructies zelfs van de Filipijnen. Dat zijn landen waar je zonder inkomen geen enkele hulp krijgt, hoogstens van kerken.”

Dat ziet ook manager Barbara. “Ze spreken de taal niet, kennen de regels niet. Ik was altijd heel druk om voor medewerkers problemen op te lossen en zaken te regelen. Nu moeten ze alles zelf doen. Hoe vragen zij een uitkering aan? Dat moet online; ga er maar aan staan. Ze vragen aan mij: ga jij geld voor me regelen of onderdak? Maar dat kan niet. Ik vrees voor hun toekomst.”

Ze weet niet hoe het straks, als de horeca weer open mag, verder moet. “Dan hebben we absoluut een probleem met de beschikbaarheid van mensen. Als in het paasweekend de hotels weer vollopen, gaan wij dat niet redden. De kans is groot dat de werkdruk dan nog hoger wordt voor de mensen die overblijven. Pittig werk wordt nog pittiger.” Terwijl een kamer schoonmaken in 20 minuten nu al de norm is.

Een tekort aan schoonmakers kan het herstel van de toch al wankelende horeca weleens flink temperen. “De hotels staan in de rij,” zegt Van der Linden van Arbex. “Die zien allemaal dat er een tekort aan schoonmakers komt. Een heleboel oud-medewerkers is uit zicht geraakt. Wij zijn bang dat we straks helemaal opnieuw moeten beginnen, met mensen zonder ervaring. Dat wordt een hele uitdaging. Hotels schoonmaken is een vak apart. Zwaar en eenzaam.”

Twee geïnterviewden wilden omwille van hun ­privacy niet met hun echte naam in de krant.

Dure stad, strenge regels

De dure stad en strenge ­gemeenteregels voor de huisvesting van arbeidsmigranten zullen Amsterdam opbreken, zegt Gerrit van der Linden van horeca-uitzender Arbex. “In de stad mogen maximaal 13.000 woningen voor expats en arbeidsmigranten worden ingericht. Dat is volstrekt ontoereikend. Huisvesting wordt voor hen veel te duur.”

Als de economie weer op gang komt, zullen volgens Van der Linden veel buitenlandse schoonmakers Amsterdam links laten liggen. “Die gaan naar Duitsland en Scandinavië. Amsterdam heeft een slechte naam. Dit beleid leidt ertoe dat steeds meer illegaal wordt ondergehuurd en zwart wordt gewerkt. Wil je dat?”

Huisvesting van arbeidsmigranten ligt toch al onder het vergrootglas. Donderdag nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan waarin het wordt verboden hen een arbeidscontract en huurcontract ineen op te dringen. Dat leidde er vaak toe dat mensen hun huis uit moesten, als ze hun werk kwijtraakten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden