Tweede Kamer eist controle op miljoenenuitkering voor koning

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat elke vijf jaar wordt gecontroleerd of de onkostenvergoeding voor koning Willem-Alexander moet worden bijgesteld. Maar premier Rutte wil niets van zo’n controle weten.

Beeld ANP

D66 en PvdA hebben vorige maand een motie ingediend om een vijfjaarlijkse controle in te voeren op de vaste onkostenvergoeding van de koning. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunde die motie. Alleen VVD, Forum voor Democratie en de christelijke partijen CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen.

Tot nu toe heeft het kabinet niets gedaan met de aangenomen motie. “Daarom zal ik premier Rutte hier opnieuw over bevragen,” zegt D66-Kamerlid Joost Sneller. Hij doet dat tijdens de begrotingsbehandeling van het Koninklijk Huis, vanavond in de Tweede Kamer. “Het is heel belangrijk dat er transparantie komt over de uitkering aan de koning.”

5,1 miljoen euro

Koning Willem-Alexander krijgt in 2021 een staatsuitkering van 6,1 miljoen euro. Daarvan is 1 miljoen euro inkomen (de zogenoemde A-component). De rest – ruim 5,1 miljoen euro – is een onkostenvergoeding voor ‘personele en materiële uitgaven’ (de B-component). De koning betaalt hiervan zijn personeel dat ‘grotendeels in de familiesfeer’ werkt en allerlei overige uitgaven.

De hoogte van de vaste onkostenvergoeding is in 1972 bepaald en sindsdien alleen in 2008 herzien. Eerder dit jaar adviseerde de Algemene Rekenkamer om elke vijf jaar te bekijken of de miljoenenuitkering verlaagd of verhoogd moet worden. Zo’n controle ‘vergroot de transparantie en voorkomt discussies zoals over de onderhoudskosten van paleisinventaris’, aldus de Rekenkamer.

Daarmee doelde het rekeninstituut op de discussie die vorig jaar losbarstte toen bleek dat de Nederlandse staat dubbele kosten zou hebben gemaakt voor het onderhoud van meubels in de paleizen van Willem-Alexander.

‘Niet nodig’

Premier Rutte reageerde op het advies door te zeggen dat hij géén vijfjaarlijkse controle wil. “Er is voldoende ruimte aanwezig om nieuwe ontwikkelingen op te vangen binnen de bestaande B-component,” stelde Rutte. “Een vijfjaarlijkse beoordeling of de hoogte van deze B-component aangepast moet worden op basis van nieuwe ontwikkelingen is hierom niet benodigd.”

Met die reactie neemt D66 geen genoegen. “Een meerderheid in de Tweede Kamer wil nu dat het kabinet dit advies van de Rekenkamer opvolgt. Dat zal Rutte dus moeten doen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden