PlusAchtergrond

Thuis leren is nóg moeilijker als je ouders de taal niet spreken

Beeld Rosa Snijders

Voor alle kinderen is het lastig om les te krijgen van hun ouders nu de scholen gesloten zijn, maar kwetsbare kinderen hebben het extra moeilijk. ‘Sommigen zullen een deel van wat ze eerder leerden weer vergeten.’

“Mijn kinderen komen met hun werkboek naar mij. ‘Baba, kun je mij helpen?’ Maar ik begrijp de vragen niet. Ik wil ze heel graag helpen, maar ik kan het gewoon niet,” zegt Jwan Bilal (31). De vader van twee kinderen van negen en zes jaar is tweeënhalf jaar geleden uit Syrië gevlucht. Bilal was bezig de taal te leren, had voor de corona­crisis nog een baan bij een fietsen­maker. Nu zit het gezin, met twee schoolgaande kinderen, ineens thuis. De vader maakt zich zorgen om de ontwikkeling van zijn kinderen.

“Voor de school dichtging, kregen we huiswerk mee, inlogcodes en instructies om de lessen online voort te zetten. Dat vond ik echt lastig. Wat moet ik doen? Ik begrijp het niet. Dat is heel frustrerend.”

Taalcontacten

De situatie van Bilal staat niet op zichzelf, weet Hanna Kuijs, adviseur bij onderwijsadvies­bureau ABC en leerkracht. Kuijs benadrukt dat alle leerlingen het nu moeilijk hebben. “Het is zwaar voor kinderen om thuis te zitten, niet met vriendjes te kunnen spelen, maar sommigen hebben het nu nóg moeilijker.”

Kinderen wier ouders de taal niet of niet voldoende spreken kunnen niet even voor hulp naar hun vader of moeder lopen. En lang niet alle ouders zijn digitaal vaardig genoeg om toegang te krijgen tot de online omgevingen waar hun kinderen nu les krijgen. Kuijs: “Voor leerkrachten is het een probleem om überhaupt in contact te komen met die leerlingen.” Het gaat beter dan in de eerste weken, maar levert nog altijd moeilijkheden op.

De Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman (Onderwijs) sprak zich eerder al uit over haar angst dat de sluiting van scholen vanwege het coronavirus tot nog meer ongelijkheid leidt. “Ik ben bang dat deze sluiting effect heeft op de lange termijn. Een grote groep kinderen gaat achterstanden oplopen.”

Kuijs ziet dat gezinnen er alles aan doen om het beste van de situatie te maken, maar alsnog vreest ze voor een lacune in de ontwikkeling. “In de praktijk komt het erop neer dat kinderen heel weinig Nederlandse taalcontacten hebben. Dat zal in de komende periode nog steeds beperkt zijn, terwijl dat juist de manier is waarop je Nederlands leert.”

Volgens de onderwijsadviseur is het niet eens alleen stilstand in de ontwikkeling van kinderen, maar ook achteruitgang. “Sommigen zullen een deel van wat ze eerder leerden weer vergeten. Het is: use it or lose it.”

Heavenly Oerlemans geeft les en coördineert de nieuwkomersgroepen op basisschool De Roos in De Baarsjes. Zij merkt de grote verschillen en de invloed daarvan op leerlingen. “We hebben een superdiverse populatie op school. Kinderen uit arme gezinnen, kinderen met een vluchtelingenachtergrond, kinderen van hoogopgeleide ouders. Je ziet veel verschillen in wie iets wel of niet thuis kan doen en welke leerlingen hulp krijgen.”

Non-verbale communicatie

Sommige leerlingen kunnen − dankzij hulp van hun ouders of een tutor die is ingehuurd door de ouders − het grootste deel van de lessen bij­benen en blijven op schema. Anderen maken geen opdrachten, leveren niets in of verschijnen niet op de afgesproken onlinecontactmomenten. Het is zelden onwil.

Bij kinderen van heel recente nieuwkomers − zowel expats als mensen die bijvoorbeeld als vluchteling naar Nederland zijn gekomen − is beeldende communicatie van belang. Kuijs: “Dat betekent handen- en voetenwerk. We beelden veel uit en juist die non-verbale communicatie is cruciaal. Ze kennen de taal vaak nog maar amper.”

Veel scholen proberen daarom op een andere manier in contact te komen met leerlingen. Beeldbellen bijvoorbeeld via WhatsApp, dat laagdrempelig is. De leerkrachten van De Roos hebben een tot twee keer per week een video­belsessie met leerlingen. Dat vergt veel van de leerkrachten. “Je wil alle kinderen helpen, maar je tijd is niet oneindig.”

Daar komt direct een ander probleem bovendrijven: er zijn ook kinderen die de middelen niet hebben voor thuisonderwijs. Duizenden kinderen in Amsterdam hebben geen computer, goed internet of de ruimte om thuis lessen te volgen. Wie drie kinderen heeft moet ineens drie laptops of computers hebben. Om beurten op een device gaat bij thuisonderwijs immers niet op.

Eind vorige maand gaf de gemeente Amsterdam nog 3250 laptops in bruikleen aan kinderen die er zelf geen hadden. Ook werden 450 internetaansluitingen door de gemeente beschikbaar gesteld.

Voor Jwan Bilal, die wel de middelen had, maar niet de kennis, kwam er ook hulp. Hij werd benaderd door OpenEmbassy, een organisatie die nieuwkomers helpt hun weg te vinden in Nederland. Hij kreeg een coach toegewezen die elke dag een uur beschikbaar is voor al zijn ­vragen. “Mijn kinderen kunnen nu verder leren. Ik ben daar echt heel dankbaar voor.”

Zomerschool

Er moet meer gebeuren om de gevolgen van de coronamaatregelen voor kinderen te beperken. “Kinderen moeten meer onderwijstijd krijgen,” zegt Thea Michel, directeur van basisscholen De Vijf Sterren en De Kinderboom in Amsterdam-Noord. “Ik verwacht niet dat we alles kunnen inhalen anders. Leerkrachten doen enorm hun best. Eigenlijk: iedereen doet z’n best om het beste te maken van deze situatie. Maar een gat van drie maanden of langer heeft enorme impact – sociaal en cognitief. Dat moeten we ergens inhalen, anders zie ik het somber in voor ze.”

Ook wethouder Moorman is het daarmee eens. Die zei eerder al dat er compensatie nodig is voor kinderen die door de crisis achterstanden hebben opgelopen. Zij denkt vooralsnog aan ­zomerscholen en verlengde leertijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden