Plus Ten Slotte

Ten slotte: ‘Troostmeisje’ Jan Ruff-O’Herne

De Nederlands-Australische mensenrechtenactivist Jan Ruff-O’Herne overleed maandagochtend  in Adelaide. Ze is 96 jaar geworden.

Jan Ruff-O’Herne in 2007. Beeld Getty Images

 ‘Troostmeisje’ Jan Ruff-O’Herne weigerde vijftig jaar te praten over wat haar in de Tweede Wereldoorlog was overkomen. De Nederlands-Australische mensenrechtenactivist overleed maandagochtend lokale tijd in haar woonplaats Adelaide, zo werd vandaag bekend. Ze is 96 jaar geworden.

Jan Ruff-O’Herne deed er alles aan om zo onaantrekkelijk mogelijk te zijn voor de Japanse bezetter. In haar donkere haar ging rigoureus de schaar. Het had een tegenovergesteld effect. Met kort koppie bleek ze alleen nog meer in trek als ‘troostmeisje’. “Ze wilden allemaal het kale meisje.”

Jeanne Alida O’Herne – Jan – werd in 1923 geboren in Nederlands-Indië. Op Java had ze een gelukkige jeugd – tot de oorlog uitbrak. Ze werd met haar familie geïnterneerd in een Japans gevangenenkamp. Dat bleek nog niet het ergst: in 1944 werd ze geselecteerd om naar een ander ‘kamp’ te gaan. Het koloniaal-Nederlandse huis bleek een bordeel.

Haat voor bloemen

De eerste nacht was het ergst, vertelde ze in 2001 in een documentaire. Een kale Japanse officier met een zwaard koos haar uit de groep van tien jonge vrouwen en meisjes. Ze zei ‘nee’ in elke taal die ze kende. Smeekte om genade. “Hij gooide me op het bed, rukte de kleren van mijn lijf en verkrachtte me. Ik dacht dat hij nooit zou stoppen.”

Na de oorlog trouwde ze met de Britse militair Tom Ruff en emigreerde ze in 1960 naar Australië. Na vier miskramen en een operatie die het mogelijk maakte een zwangerschap te voldragen, kregen ze twee dochters. Haar man kende haar geheim, maar verder hield ze haar mond.

Tot in 1992 de oorlog in Bosnië uitbrak. Ze hoorde dat vrouwen er werden verkracht. Vervolgens verbraken Zuid-Koreaanse troostmeisjes hun stilzwijgen. Ruff-O’Herne hoorde dat en dacht: “Dit is het moment om me uit te spreken.”

Ze werd uitgenodigd om in december 1992 naar Tokio te gaan voor een hoorzitting over oorlogsmisdaden. “Maar ik moest het eerst tegen mijn familie vertellen. Hoe vertel je zoiets aan je dochters?” Dat kon ze niet, dus zette ze haar verhaal op papier – dertig handgeschreven vellen. Het kwam als een grote schok voor haar dochters, maar er vielen ook puzzelstukjes op hun plek.

Zo haatte hun moeder bloemen. Elke verjaardag en Moederdag drukte ze haar dochters op het hart vooral géén bos bloemen voor haar te kopen. De liefde voor bloemen was in 1944 in één klap over toen de Japanners de jonge vrouwen in het bordeel hun namen ontnam en in plaats daarvan de naam van een bloem gaf. Welke bloem Ruff-O’Herne was, kon ze zich niet meer herinneren.

De volgende twintig jaar van haar leven vroeg Ruff-O’Herne aandacht voor slachtoffers van verkrachting in oorlogstijd. Ze deed haar verhaal in het boek Vijftig jaar zwijgen en sprak in Japan, Nederland, Groot-Brittannië en in het Amerikaanse Congres. In Nederland kreeg ze in 2001 een onderscheiding in de Orde van Oranje-Nassau.

In 1995 werd er door de Japanse regering een fonds ingesteld voor Nederlandse troostmeisjes. Ruff-O’Herne noemde dat ‘een belediging’ en weigerde de schadevergoeding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden