PlusNieuws

Te veel gebluf, te veel improvisatie: overheid doorstond de coronatest niet

Improviserend worstelde het kabinet zich door de eerste coronamaanden. Maar het oordeel van de Onderzoeksraad voor Veiligheid is hard: eigenlijk doorstond de overheid de test niet. De pijnpunten op een rij.

Tobias den Hartog en Niels Klaassen
Ook door gebrek aan beschermingsmiddelen kon het virus in verpleeghuizen ongenadig rondrazen. Beeld
Ook door gebrek aan beschermingsmiddelen kon het virus in verpleeghuizen ongenadig rondrazen.

Verpleeghuizen leken vergeten

De ‘stille ramp’ in de verpleeghuizen is vaak benoemd, maar niet eerder zo uitgebreid onderbouwd als nu door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. In het rapport beschrijven onderzoekers hoe de ouderenzorg te laat op de politieke radar kwam. Ook door gebrek aan beschermingsmiddelen kon het virus in verpleeghuizen ongenadig rondrazen.

Uiteindelijk moeten verpleeghuizen op slot voor bezoek, een paardenmiddel met veel leed tot gevolg. “Heel schrijnend,” oordeelt OVV-voorzitter Jeroen Dijsselbloem. “Het geestelijk lijden was enorm. En ongeveer de helft van alle sterfgevallen die periode betrof bewoners van verpleeghuizen.”

Als er meer getest kon worden en als schaarse mondkapjes eerder aan de ouderenzorg verstrekt waren, zouden de verpleeghuizen beter door de eerste coronagolf gekomen zijn, stelt Dijsselbloem. “Uiteindelijk is gezegd: dan gooien we de hele boel op slot. Maar dat was nodig omdat er geen beschermingsmiddelen waren, en omdat er veel te weinig getest kon worden, waardoor de verspreiding enorm snel ging daarvoor.”

De schaarse mondkapjes hadden eerlijker verdeeld moeten worden tussen ziekenhuizen en verpleeghuizen, schetst Dijsselbloem: “Belangrijk doel was: bescherm kwetsbaren. Natuurlijk zijn coronapatiënten kwetsbaar, maar ouderen in verpleeghuizen zijn dat misschien wel net zo. Als dat je doel is, waarom geef je dan zo weinig aandacht en prioriteit aan die verpleeghuizen in die eerste maand?” Volgens Dijsselbloem komt dat ook doordat in het OMT alleen mensen zaten met een ziekenhuisachtergrond en niet uit de ouderenzorg.

Communicatie: te veel gebluf

De OVV schrijft het zo: toenmalig minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) hield er qua communicatie een man on the moon-strategie op na. Ofwel: hij was te vaak te stellig met toezeggingen en voorspellingen voor de toekomst. Zo hoopte hij iedereen te motiveren het onmogelijke mogelijk te maken. Maar dat lukte niet altijd. Een terugkerend patroon, aldus de OVV. “Terwijl nog niet duidelijk is of en hoe die te realiseren zijn.”

Soms zelfs willens en wetens. Op 1 juni wilde De Jonge iedereen met klachten kunnen testen. De GGD’en waarschuwden die dag dat de capaciteit ontbrak: ‘onhaalbaar’. Maar dezelfde avond zei De Jonge toch ‘aan de vooravond’ te staan de mogelijkheid om iedereen te kunnen testen. En in augustus claimde De Jonge dat er genoeg bron- en contactonderzoek kon worden gedaan, maar een dag later bleek er capaciteitsgebrek. Met ‘minder stelligheid’, concludeert de raad, had de overheid ‘onrealistische verwachtingen’ en ‘erosie van maatschappelijk draagvlak’ kunnen voorkomen.

Toen het virus toesloeg, creëerde premier Rutte naast bestaande overleg- en beslisgremia al snel een informeel circuit van Torentjesoverleg en Catshuissessies, waar ministers en adviseurs vrijuit konden spreken. Daardoor werd al snel onduidelijk waar de echte besluiten werden genomen, en door wie. Beeld Getty
Toen het virus toesloeg, creëerde premier Rutte naast bestaande overleg- en beslisgremia al snel een informeel circuit van Torentjesoverleg en Catshuissessies, waar ministers en adviseurs vrijuit konden spreken. Daardoor werd al snel onduidelijk waar de echte besluiten werden genomen, en door wie.Beeld Getty

Ook RIVM-kopstuk Jaap van Dissel krijgt kritiek. Hij zou het coronabeleid zelfs hebben ‘ondermijnd’ door te stellen dat mondkapjes slechts ‘schijnveiligheid’ bieden. Toen het kabinet het dragen toch verplichtte, noemde Van Dissel dat een ‘politieke keuze, geen ‘wetenschappelijke’.

Het slotoordeel is hard: de crisiscommunicatie was ‘niet toereikend’. Sommige groepen in de samenleving werden niet bereikt of niet gehoord.

Polderend de pandemie te lijf

Met de beste bedoelingen improviseerden experts en ministers zich door de eerste golf van de pandemie. Makkelijk was dat niet. Het Nederlandse zorgsysteem, met de regionale GGD’en en gespreide regie, bleek een zwak stelsel in een crisis waarvan bestrijders lang hoopten dat het een sprint zou zijn. Het werd een driedubbele marathon.

“De overheid dacht voorbereid te zijn, maar dat was ze niet,” zei Dijsselbloem. “Er waren oefeningen en draaiboeken, maar niet voor zo’n langdurige crisis. En in de praktijk heeft een minister niet de bevoegdheden om zorginstellingen of GGD’en aan te sturen.”

Toen het virus toesloeg, creëerde premier Rutte naast bestaande overleg- en beslisgremia al snel een informeel circuit van Torentjesoverleg en Catshuissessies, waar ministers en adviseurs vrijuit konden spreken. Daardoor werd al snel onduidelijk waar de echte besluiten werden genomen, en door wie.

De dominantie stem van OMT-voorzitter Jaap van Dissel is daarbij potentieel riskant, vindt de Onderzoeksraad. Van Dissel stuurt de onafhankelijke experts aan, maar schuift ook aan bij de informele vergaderingen. Dijsselbloem: “Als steeds dezelfde mensen terugkomen in veel lagen van de besluitvorming, krijg je een herhaling van dezelfde discussie.” Dat vernauwt de blik.

Daarbij hield het OMT bij de advisering al rekening met praktisch-logistieke obstakels, terwijl zulke afwegingen elders thuishoren of expliciet vermeld moeten worden: ‘In zijn adviezen over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen hield het OMT al rekening met de schaarste hiervan, zonder dat het OMT expliciet maakte dat het de schaarste meewoog’. Die rolvermenging moet vermeden worden.

En hoe nu verder?

Het oordeel is: Nederland was niet klaar voor de crisis. Dus wat nu? Gooit het kabinet het roer om? Dat valt te bezien. Ambtenaren - en toenmalig minister Hugo de Jonge - mochten reageren op de bevindingen, maar van deemoed was geen sprake. Volgens Dijsselbloem was De Jonges respons er één met ‘iets verongelijkts erin’. Toch zegt Ernst Kuipers in maart met een uitgebreide reactie op het rapport te komen, waar ook misschien wat koerswijziging in te zien zal zijn.

Pijnlijk was immers dat het ministerie als crisismanager voor veel ‘verantwoordelijk’ was, maar zelden ‘bevoegd’. Die macht lag bij het gedecentraliseerde zorgstelsel. Het kabinet werkt daarom al aan een nieuwe ‘landelijke functionaliteit infectieziektebestrijding’. Ofwel: een nieuwe organisatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden