Steeds meer winkelpanden leeg, ondanks economische voorspoed

In Nederland staan steeds meer winkelpanden leeg, ondanks de economische voorspoed. Door de aantrekkend economie nam de leegstand sinds begin 2015 af, maar het afgelopen jaar is het toch weer toegenomen.

Buitenlandse toeristen bevolken de straten van het centrum van Amsterdam. Bewoners van de hoofdstad klagen in toenemende mate over de grote hoeveelheden bezoekers. Beeld ANP

Momenteel staat in heel Nederland 7,7 procent van de winkelvloer leeg. Dat blijkt uit cijfers van winkelanalist Locatus. In diens rapportage is de sluiting van 15 Hudson’s Bayvestigingen, die formeel pas 31 december sloten, al meegenomen. Alleen die operatie voegde al 0,2 procentpunt toe aan de leegstand.

Vooral in de centra van met name middelgrote steden nam de leegstand toe. Stonden daar tot vorig jaar veel minder winkels leeg dan in de rest van het land, inmiddels is er geen verschil meer. De vijf grote steden, waaronder Amsterdam, onttrekken zich aan die trend. In de hoofdstad staat minder dan 4 procent van de winkels leeg.

Leeggevallen winkelpanden werden tot voor kort veelal nog door horecazaken geadopteerd. Die ontwikkeling is het afgelopen jaar sterk afgenomen, van 700 naar 239. De ombouw naar andere functies, zoals wonen of werken, is met de helft afgenomen.

Het CBS meldde vorige maand al dat het aantal winkels tussen 2010 en 2018 15 procent is afgenomen. Volgens Locatus is daar vorig jaar nog een schepje bovenop gedaan met de sluiting van 2767 zaken, 3 procent van het totale aantal winkels. Naast Hudson’s Bay vielen ook ketens als Cool Cat, Op=Op voordeelshop en Witteveen om.

Momenteel staat het failliete Didi op omvallen, sluiten Promiss en Steps vrijwel al haar winkels, slankt de overgenomen biosuper Marqt af en dreigt de doorstart van Sissy-Boy te mislukken.

Faillissementen zijn niet de belangrijkste oorzaak van de oplopende winkelcrisis - ook doordat veel ketens al dan niet afgeslankt weer doorstarten, zoals speelgoedketen Intertoys. 80 procent van de sluitingen betreft zelfgekozen saneringen - zoals Hudson’s Bay en Promiss - of de zelfstandige keuze om te stoppen. Bijna 2000 zelfstandige winkeliers sloten vorig jaar hun zaak.

Buurtwinkelcentra lijken het daarbij juist weer goed te doen. Volgens een onderzoek van winkelvastgoedadviseur Colliers zijn buurtcentra de afgelopen vijftien jaar weer opgeleefd, doordat ze nieuwe functies hebben gekregen. Leiden ze voordien een kwijnend bestaan doordat consumenten steeds vaker hun speciaalzaken (bakker, slager, groenteboer) links lieten liggen, inmiddels stijgt bij de meeste van de 632 wijkwinkelcentra in ons land het bezoek weer.

Dat komt doordat er veel meer dienstverleners in zulke gebieden zijn bijgekomen, zoals kappers of massagesalons. Ook hebben veel centra ruimte ingebouwd voor meerdere supermarkten, die passanten trekken. “Ondanks de groei van online shoppen, doet de buurtwinkel het eigenlijk supergoed,” zegt Frank Verwoerd van Colliers. “Sleutel tot succes is de aanwezigheid van een supermarkt zoals Jumbo of AH in combinatie met een budgetsuper. Deze winkels trekken dagelijks veel publiek en daar profiteren andere winkeliers ook van.”

Dat is ook de reden dat sinds 2004 het aantal wijkwinkelcentra is gegroeid en bestaande winkelcentra zijn uitgebreid om supermarkten voldoende ruimte te bieden, ook doordat er nieuwe woonwijken zijn bijgekomen om de bevolkingsgroei op te vangen. Van alle centra zitten er 34 aan het infuus, vooral in Limburg, maar ook in de regio Rotterdam en Eindhoven. 84 centra moeten volgens Colliers oppassen. In groot-Amsterdam bevinden zich nauwelijks probleemgevallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden