Tamara van Ark, VVD-staatssecretaris van Sociale Zaken: ‘We moeten iedereen een plekje geven.’

PlusInterview

Staatssecretaris Tamara van Ark: ‘Kom van die bank af’

Tamara van Ark, VVD-staatssecretaris van Sociale Zaken: ‘We moeten iedereen een plekje geven.’Beeld Guus Schoonewille/HH

Geen bewindspersoon jaagt zo veel mensen de gordijnen in als staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken: ‘Om iedereen mee te laten doen, móéten er regelingen op de schop.’

Bijna elk voorstel dat ze doet, roept weerstand op. De hervorming van de loonkostensubsidie voor arbeidsgehandicapten ging na fel verzet van tafel. Het nieuwe regime voor Wajongers werd onder druk aangepast. En ook met de voorgenomen invoering van een verplichte tegenprestatie voor mensen in de bijstand oogst Tamara van Ark (45) veel kritiek.

Ergens kan ze die weerstand wel begrijpen, zegt de VVD-staatssecretaris van Sociale Zaken. Immers, de mensen voor wie zij het doet, hebben het vaak niet getroffen in het leven. Ze hebben een chronische ziekte of beperking, zitten tot hun nek in de schulden of komen maar niet uit een uitkering. En dan treedt er een staatssecretaris aan die zo nodig weer van alles wil veranderen.

Van Ark: “Je grijpt heel direct in de leefwereld van mensen in. Het raakt aan hun rechtvaardigheidsgevoel, dus is het logisch dat er veel emoties zijn. Het is precies de reden dat ik ooit de politiek ben ingegaan.”

Hoe zit het met uw sociale hart?

“Dat moeten andere mensen maar zeggen. Deze portefeuille loopt wel als rode draad door mijn leven. Ik heb in Rotterdam voor de sociale dienst gewerkt, was als wethouder verantwoordelijk voor het sociale domein en hield me er ook als Kamerlid voor de VVD mee bezig. Het gaat om de kern van wat je als samenleving wilt zijn: beschermen waar het hoort, handhaven waar het moet en stimuleren waar het kan.”

VVD’ers pleiten vaak voor een kleine overheid. U ook?

“Als het op bescherming aankomt, moet de overheid krachtig zijn. Als jij als burger bijvoorbeeld werkt met gevaarlijke stoffen en je werk jou je leven kan kosten, dan móét de overheid krachtig zijn. Tegelijkertijd moet de overheid zorgen dat mensen zelf initiatief kunnen nemen. De overheid kan stimuleren, maar moet niet alle zuurstof wegnemen. En om de solidariteit te bewaren, mag je stevige normen stellen.”

Er is argwaan jegens uw beleid. Raakt u dat?

“Dat laat mij niet onberoerd. Ik snap het ook goed: we willen allemaal een inclusieve samenleving waarbij we kijken naar wat mensen wél kunnen. Tegelijkertijd hebben we zóveel regelingen gestapeld voor mensen met een arbeidsbeperking. De één heeft een Wajong-uitkering, de ander krijgt loonkostensubsidie. En dan zijn er tóch nog veel mensen die bijvoorbeeld geen aangeboren letsel hebben of de ziekte van Crohn hebben, en nergens voor in aanmerking komen. Daarom moeten we dingen veranderen. We moeten iedereen een plekje geven.”

Dat zei het vorige kabinet ook, om vervolgens hard te bezuinigen op de sociale werkplaatsen. Het wantrouwen zit diep.

“Uiteindelijk gaat het om een waardendebat: mag je meedoen? Ik snap dat mensen soms denken: het zal wel weer een bezuiniging zijn. De vorige kabinetsperiode heeft diepe sporen nagelaten. Maar verandering is en blijft nodig. We hebben nu heel veel goedbedoelde regelingen, terwijl mensen toch tegen een muur blijven oplopen en thuis op de bank zitten. En daarnaast loont het voor veel arbeidsgehandicapten niet als ze meer uren willen gaan werken. Dat kunnen we niet laten voortduren.”

Moet het verschil met de uitkering groter?

“Ja. Werk gaat niet alleen om contacten, om meedoen, maar gaat ook om loon. Je wilt het ook in je portemonnee voelen.”

U wilt tegelijkertijd dat mensen in de bijstand iets terugdoen voor hun uitkering en niet hun hand ophouden.

“Nee, mijn voorstel is echt anders. Gemeenten, die over de bijstand gaan, kunnen mensen op vele manieren helpen. Sommige gemeenten zijn heel actief, maar er zijn ook mensen die helemaal geen begeleiding krijgen, met wie de gemeente al heel lang niet gesproken heeft. En ik vind het onacceptabel dat de overheid mensen op de bank laat zitten. Het voorstel dwingt gemeenten ertoe om mensen een passend aanbod te doen.”

Ofwel: bijstandsgerechtigden worden aan het werk gezet.

“Nee, het aanbod kan van alles zijn. Ik zie in de publiciteit voortdurend een foto van mezelf met mensen die op de achtergrond aan het papier prikken of sneeuwruimen zijn. Maar het gaat erom wat bij iemand past.”

“Er was bijvoorbeeld een mevrouw in Rotterdam die al jaren in de bijstand zat en nu op eigen initiatief één dag per week taalles geeft aan de buurvrouw. Zij doet weer mee. Het kan ook vrijwilligerswerk zijn of deelname aan een traject om uit de schulden te komen. Licht aan het einde van de tunnel, dat beoog ik.”

En wat nou als mensen de deur niet opendoen en op de bank blijven zitten?

“Dan moet de gemeente eerst langs om die deur toch open te krijgen. Uiteindelijk is er een heel kleine groep, zo’n 12 procent, die wel iets kan doen, maar dat niet doet. Zij verpesten het voor de rest! Als mensen ten onrechte gebruik­maken van voorzieningen, moet je streng handhaven. Gemeenten kunnen dan de uit­kering verlagen. Maar tegelijkertijd kun ze ook begeleiding opleggen of tot een tegenprestatie verplichten.”

Drank- en drugstest

Het kabinet wil dat personeel op risicovolle werkplekken kan worden onderworpen aan een alcohol- en drugstest. De chemische industrie krijgt als eerste dergelijke controles. Grote bedrijfstakken als de bouw en de metaal volgen mogelijk.

Vanwege strenge privacyregels mag nu slechts een kleine beroepsgroep worden getest op alcohol, drugs of zware medicijnen: bijvoorbeeld chauffeurs, piloten of treinmachinisten. Volgens Van Ark is aanvullende regelgeving noodzakelijk omdat bedrijven in de praktijk niet altijd kunnen optreden als ze vermoeden dat medewerkers onder invloed zijn. Daarom wil zij de wet wijzigen.

De uitbreiding geldt in eerste instantie alleen voor bedrijven in de chemische industrie. Daar zijn de risico's het grootst: de gevolgen van fouten met gevaarlijke stoffen enorm kunnen zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden