PlusInterview

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven: ‘Het coronaherstelpakket moet groen zijn’

Wat Stientje van Veldhoven als D66-Tweede Kamerlid deed, doet ze nog als staatssecretaris van Infrastructuur en Water: naar haar werk fietsen en álles lezen. ‘Het helpt als je meer kennis hebt.’

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven: ‘Durf te springen, ook als het moeilijk is.’ Beeld Kiki Groot / Lumen

D66-staatssecretaris Stientje van Veldhoven (47) beleefde haar jeugd in Brabant en Gelderland. “Thuis was er veel aandacht om jezelf te zijn. Het was een warm gezin, waar veel belangstelling was voor geschiedenis en cultuur. Mijn ouders leerden ons echt te luisteren naar wat de ander te vertellen heeft. Bekijk een vraagstuk van verschillende kanten. Uiteindelijk is het een essentiële vraag: als je iets vindt, waarom vind je dat dan?”

Uw ouders scheidden toen u nog thuis woonde.

“Het was rond mijn zestiende. Het is toch een soort zekerheid dat je ouders samen zijn. Het is alsof de grond onder je voeten schudt, iets waarvan ik nooit dacht dat het kon gebeuren. Aan de andere kant heb ik ook gezien dat mijn ouders daarna terechtkwamen bij iemand die veel beter bij ze paste. Mijn ouders waren erg verschillend. Het is wel een mooi voorbeeld van dat zo’n stap soms een goede is. Het kan heftig zijn, maar toch prima uitpakken. Durf te springen, ook als het soms echt moeilijk is.”

U ging naar Parijs, was dat om nieuwe grond onder uw voeten te vinden?

“Absoluut, ik was net achttien. Als kind kwam ik veel in Frankrijk en wilde nu echt weleens Frans leren spreken en mijn eigen leven beginnen. Twee fantastische jaren hebben me veel gebracht. Zowel de mooiste als moeilijkste momenten beleef je helemaal in je eentje. Ik voelde me heel zielig toen ik griep had. Boven in zo’n groot Frans gebouw, in een dienstbode­kamertje. Ik had niet eens telefoon, alleen radio en dan lig je daar ziek en misselijk te wezen. Niemand die voor je komt zorgen. Maar als je een paar dagen later weer fit uit je bed komt, dan heb je dat overwonnen.”

Was Parijs de grote wissel in uw leven?

“Ja, maar als je dan al leert zo’n grote sprong te wagen en je het redt, dan geeft dat het vertrouwen om weer een sprong te wagen. Ik had politiek niet eerder als baan gezien. Toen dat op mijn pad kwam, dacht ik: waarom eigenlijk niet, waarom zou ik het niet doen? Het is dit jaar tien jaar geleden dat ik Kamerlid werd.”

Bent u gewaarschuwd voor politiek Den Haag?

“Voordat ik de politiek inging, vroegen mensen: weet je zeker dat je dat wilt doen: die slangenkuil? Ik ben niet iemand met een olifantenhuid. Toen ik de politiek inging, dacht ik: ik doe het op mijn manier en zie wel hoe ver ik daarmee kom. En ik probeer ook fair te zijn richting anderen. Dat helpt wellicht ook hoe anderen met jou omgaan. Wat ik heel moeilijk vind, is als mensen je integriteit in twijfel trekken. Je kunt het er niet mee eens zijn, maar wie ben jij om mijn integriteit in twijfel te trekken?”

Als Kamerlid fietste u naar het Binnenhof, dat is voorbij nu u staatssecretaris bent?

“Nee, ik ben een buitenmens. ’s Ochtends fiets ik mijn werk in en ’s avonds fiets ik mijn werk weer uit. Toen ik net staatssecretaris was, merkte ik dat ik mijn twee pilotenkoffers niet achterop kreeg. Nu doe ik alles digitaal, maar toen wachtte ik tot de chauffeur thuis mijn koffers in de dienstauto zette en dan fietste ik naar het ministerie. Het hing van de verkeerssituatie af wie er eerder op het departement was. Als het regende, was ik sneller.”

Alexander Pechtold klaagde toen hij uw ­politiek leider was dat u álles leest. Waarom doet u dat?

“Omdat ik heel nieuwsgierig ben. Maar ook omdat ik het heel belangrijk vind dat het klopt. En omdat ik heb gemerkt dat het helpt als je meer kennis hebt om creatief te kunnen zijn bij het vinden van oplossingen. Dan kun je toch dat ene aanknopingspunt vinden bij iemand die er eigenlijk anders in staat dan jij. Zeker in een coalitiekabinet is het belangrijk dat je meerderheden vindt.”

U zat in de oppositie toen u werd uitgeroepen tot het groenste Kamerlid, terwijl de natuur het zwaar te verduren had door kabinetsbeleid.

“Dat wist ik ook, ik vond het echt erg dat er iets werd afgebroken wat ik heel waardevol vind. Soms verlies je in de politiek en dat was zo in Rutte I. Later heb ik dat met Lutz Jacobi weer in ere kunnen herstellen met de Nationale Parken. Het ging ons erom iets te repareren dat kapot dreigde te gaan en dat van waarde is voor ons allemaal en de volgende generatie. Het is niet vanzelfsprekend dat dingen blijven zoals ze zijn. Dingen die je nooit voor mogelijk zou houden, kunnen toch gebeuren.”

Vreest u wel eens dat een deel van deze beschaving verdwijnt als gevolg van het klimaat­probleem?

“De aarde kan prima zonder de mensen. Mensen kunnen niet onder elke omstandigheid op de aarde even goed overleven. Ik ben heel erg van de feiten, probeer me altijd te verdiepen in hoe het zit. Dan zie je hoeveel er al aan het veranderen is. Ik liep een keer bij 14 graden in een T-shirt op Spitsbergen. Dan weet je: dit is niet normaal. Deze jaren zijn echt de jaren waarin we een koerswijziging moeten maken. Dat ­betekent ook iets voor het coronaherstelpakket: dat moet groen zijn.”

Waar was u in de kabinetsformatie van 2017 toen Alexander Pechtold u belde?

“Ik zat al in bed, ik dacht: hmmm, dat is laat. Maar als onderhandelaar Wouter Koolmees om kwart voor twaalf belt en zegt: ‘Je staat op de speaker,’ dan is dat een belangrijk telefoontje! Alexander zat bij hem en vroeg me eerst: is dat wat, een portefeuille van deze samenstelling: infrastructuur en waterstaat. Ik had daar een paar vragen over, was inhoudelijk geïnteresseerd. Na de antwoorden vroeg hij: ‘En zou jij het willen gaan doen?’”

Kon u wel slapen?

“Jawel, wel met een heel brede glimlach.”

U kreeg een invalbeurt van een half jaar als minister door de ziekte van Kajsa Ollongren. Zag u dat aankomen?

“Totaal niet. Het is een bijzondere formule om het op deze manier op te vangen. Kajsa kon echt afschakelen en ik kon zo mede bijdragen aan haar herstel. Ik zag de logica wel om een deel van haar portefeuille te laten samenvallen met de mijne. Er zitten veel raakvlakken tussen woningbouw, openbaar vervoer, leefomgeving, milieu en ruimtelijke ordening.”

Kunnen ruimtelijke ordening en milieu niet beter gekoppeld blijven?

“Er zit echt een duidelijke samenhang in. Ik zou het logisch vinden als er een minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (Vrom) terugkomt. Dat zouden de coalitiepartijen echt moeten overwegen in de komende kabinetsformatie. Overigens heb ik ook gezien dat je de minister best wat vaker op een andere plek kunt neerzetten. Een beetje staatsrechtelijke vernieuwing door eens keer een minister te laten verkassen in plaats van de ambtenaren.”

U rende anderhalf jaar van de ene crisis naar de andere: pfas, stikstof, uitvoeringsdiensten, corona. Wat ziet u dan gebeuren bij ambtenaren en ministers?

“Een groot pragmatisme en een grote bereidheid om over de departementen heen samen te zoeken naar oplossingen. Rutte zei bij de start van het kabinet dat de bewindslieden allemaal mensen waren die geen groot ego hebben, die de zaak belangrijk vinden en zichzelf wat minder. Dat zie ik bij ons kabinetsteam. Door al die crises heen wordt gezegd: dit moeten we oplossen, hoe gaan we dat doen?”

Precisiewerk

“Ik wilde archeoloog worden. Ik zag uiteindelijk in dat ik niet geduldig genoeg was voor het precieze langdurige werk dat de archeologie vraagt. Maar ik vond dat inzicht in voorbije beschavingen heel fascinerend. Ik heb me altijd af­gevraagd: als iets heel groot was, hoe kan het dan toch voorbijgaan?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden