Staat hoeft IS-vrouwen en hun kinderen toch niet terug te halen

De Staat hoeft Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen die in Noord-Syrische kampen zitten, toch niet terug te halen naar Nederland. Het hof in Den Haag haalt met deze uitspraak een streep door de uitspraak van de rechtbank begin vorige week.

Het gerechtshof tijdens het spoedappel tegen het vonnis over de IS-kinderen. Beeld ANP

De beslissing om de IS-gezinnen wel of niet op te halen is aan de politiek en niet aan de de rechter, zo oordeelde het Gerechtshof vrijdagmiddag. “Het is duidelijk dat de vrouwen en kinderen in erbarmelijke omstandigheden leven. Het gaat dus om fundamentele rechten van de kinderen: om het recht van leven en ontwikkeling.” 

Maar het gerechtshof vindt ook dat de staat beleidsvrijheid heeft en de rechter terughoudend moet zijn. “Het is aan de politiek, niet aan de rechter om over erbarmelijke omstandigheden te oordelen.” Daarom wees het Gerechtshof alle vorderingen van de vrouwen af. 

Het kabinet wil de Nederlandse jihadvrouwen en hun kinderen niet terug en probeerde vrijdag in de Haagse rechtbank in hoger beroep te voorkomen dat ze moeten worden opgehaald. “Terughalen van alleen de kinderen is ook een risico, dat kan tot wrok leiden bij de vrouwen en familie.” Familieleden en advocaten van de vrouwen vinden dat terughalen juist wel moet en kan: “Denemarken heeft 48 uur geleden nog kinderen opgehaald in Syrië.” 

Inspanningsplicht

De rechtbank in Den Haag besloot eerder deze maand in een kort geding dat het Nederlandse kabinet een ‘inspanningsverplichting’ heeft om ervoor te zorgen dat 56 kinderen van Nederlandse IS’ers terug worden gehaald uit de detentiekampen in Noord-Syrië waar ze nu zitten. Voor hun 23 moeders die in dezelfde kampen zitten, geldt die verplichting niet.

Maar, zo oordeelde de rechtbank, als de Koerdische bewakers van de kampen de kinderen alleen willen meegeven als de moeders meegaan, dan moet Nederland ook de moeders terugnemen. De rechtbank stelde echter ook dat de situatie ter plekke wel veilig genoeg moet zijn voor Nederlandse militairen of ambtenaren om de vrouwen en kinderen op te halen.

Het kabinet is tegen dat oordeel in beroep gegaan omdat het van oordeel blijft dat Nederland de vrouwen en kinderen alleen verder kan helpen als ze zichzelf melden bij een Nederlandse ambassade of consulaat in Turkije of Irak. De vrouwen kunnen daar uit zichzelf moeilijk komen: de kampen worden bewaakt en alleen met behulp van smokkelaars kunnen ze in Turkije of Irak komen.

‘Ze wisten waar ze heen gingen’

De landsadvocaat betoogde vrijdag dat de rechter eigenlijk helemaal niet over het wel of niet terughalen van de vrouwen en kinderen gaat: het is een politieke beslissing. “Het heeft onder meer gevolgen voor het buitenlands beleid van Nederland en daar gaat de politiek over.”

De Nederlandse Staat stelde aan het begin van het hoger beroep in Den Haag dat de vrouwen ‘precies wisten waar ze heen gingen’. “Want ook toen er nog geen kalifaat was (voor 2014), was er al een jihadistische strijd aan de gang. Ze hadden in Nederland een keuze hoe hun leven vorm te geven. Ze hebben die keus gemaakt,” aldus de landsadvocaat. “De vrouwen hebben zichzelf in gevaarlijke omstandigheden gebracht en vragen pas nu ze in kampen zitten om repatriëring van zichzelf en hun kinderen.” Daar komt bij, meldt de advocaat, dat in Syrië 5,6 miljoen kinderen onder slechte omstandigheden leven en er dus nog meer mensen humanitaire hulp nodig hebben.

De Staat vindt ook dat er van de vrouwen net zoveel dreiging uitgaat als van de mannen. “Inlichtingendienst AIVD wijst er op dat deze vrouwen lang in strijdgebied zijn geweest, gemiddeld drie jaar. Ook na terugkomst blijft de vraag of ze afscheid nemen van jihadistisch gedachtegoed. Ze zijn een bedreiging voor de nationale veiligheid.” Er is dan ook geen enkel West-Europees land dat beleid heeft om de vrouwen actief terug te halen. Er zijn enkele weeskinderen teruggehaald, vanwege humanitaire redenen, stelt de advocaat.

De Staat ziet de kinderen als slachtoffer van de keuzes van hun ouders. Het alleen terughalen van de kinderen is ook een risico, stelt de landsadvocaat. “Dan kan wrok ontstaan bij vrouwen die achterblijven of familieleden hier.” Familieleden zien dat duidelijk anders, zij lachen om de opmerking van de advocaat.

De landsadvocaat: “We kunnen begrijpen dat familieleden nu denken: omdat de Staat iets niet doet, gaan mijn kinderen en kleinkinderen straks dood. Dat is moeilijk, zeker omdat daar het abstracte belang van de staat tegenover staat. Maar repatriëring is een politieke beslissing.” 

Vrees voor martelingen

Advocaat Seebregts die de vrouwen bijstaat, wijst erop dat Denemarken eerder deze week nog twee weeskinderen heeft opgehaald in het gebied. “Dus wat Nederland te gevaarlijk vindt, hebben de Denen 48 uur geleden nog gedaan.” 

Ook vrezen de advocaten dat het Syrische leger de controle over de kampen gaat overnemen. “De Syrische inlichtingendiensten zullen zeker met die vrouwen willen praten. En we weten wat dat kan inhouden.” De advocaat doelt daarmee op de slechte reputatie die het Syrische regime heeft wat betreft mensenrechten. De inlichtingendiensten zijn vaak beschuldigd van (seksuele) mishandeling en marteling. Ook van kinderen. “Er zijn hier vandaag veel ouders en andere familieleden, ze hebben ook foto’s doorgestuurd van de kinderen in de kampen. Die hopen ze snel weer te kunnen zien.”

Seebregts vraagt de rechtbank ook nog extra te kijken naar de zaak van de Amsterdamse Chadia B. Zij heeft geen kinderen, maar wel zware psychische klachten als psychoses. Ze is zwaargewond geraakt en mist nu een voet. Door haar psychische problemen moeten andere vrouwen haar verzorgen. “Ze ligt in een tent in haar eigen uitwerpselen, kinderen gooien stenen naar haar. Haar situatie is, zo mogelijk, nog schrijnender dan die van de anderen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden