PlusInterview

SP-Kamerlid Sandra Beckerman: ‘Regeren kan ook misgaan’

Sandra Beckerman: ‘Als het me niet meer raakt, dan stop ik als Kamerlid.’ Beeld Guus Schoonewille

Archeoloog en SP-Kamerlid Sandra Beckerman droomt van een linkse golf in de tijdgeest. ‘Ik denk dat we daar klaar voor moeten zijn.’

SP-Kamerlid Sandra Beckerman (37) is opgeleid als archeoloog. Het is haar passie, graven en zoeken naar het verleden. 

“Mensen denken vaak dat het om goud of bijzondere dingen gaat. Wat het voor mij bijzonder maakt is het vinden van alledaagse dingen. We hebben een keer een kindergraf opgegraven bij Swifterbant, in Flevoland. Het maakte indruk omdat je geen grafmarkering zag, dat is opmerkelijk. Pas in het lab vonden we zwanenpennen. Het kind is waarschijnlijk begraven op zwanenvleugels. Dat was heel symbolisch. Juist dat soort kleine dingen kan een enorme indruk maken.”

Hebt u weleens op iets gejaagd als archeoloog wat u nooit vond?

“Ja, maar de magie van archeologie is dat je iets vindt waarvan je nooit wist dat je het kwijt was. We weten dat mensen jager-verzamelaar waren, maar ook visser. Dat past hierbij. Waar liggen dan die fuiken, waar hebben ze mee gevist? We vinden wel die visresten.”

Wat hebt u als politicus aan archeoloog zijn?

“Als je iets kunt leren van archeologie, is het wel dat de menselijke geschiedenis er een is van aanpassing aan veranderende omstandig­heden. Ik was al die oude beschavingen aan het bestuderen en toen zag ik onze eigen beschaving in Groningen afbrokkelen met het aardgas. Het kan altijd twee kanten op, de goede en de slechte. Dat wordt altijd door mensen in gang gezet. We zijn geen speelbal van de geschiedenis.”

U groeide op in Veenendaal. Hoe keek u als ongelovig meisje naar de gelovigen?

“Ik heb daar echt een heel gelukkige jeugd gehad in een samenleving vol contrasten. Dat leidde ook wel tot gekke dingen. Ik kan me het EK voetbal van ’88 heel sterk herinneren, vijf jaar was ik. We hadden tv, kinderen uit de buurt die geen tv hadden om geloofsredenen stonden met hun neus bij ons tegen het raam. Laat je ze dan binnen? Maar hun ouders wilden dat niet. Mijn ouders kwamen in tweestrijd.”

Politiek is u met de paplepel ingegoten.

“Mijn vader was een actieve PvdA’er. Ik ben opgegroeid met het besef dat als je iets wilt veranderen, je dat niet alleen maar bij anderen kunt neerleggen. Je zult ook zelf iets moeten doen. Het naïeve was er bij mij snel vanaf na de aanslagen op de Twin Towers en de moord op Pim Fortuyn. Als je het anders wilt, kun je boos worden op wat je op tv ziet, maar dat gaat je echt niet verder helpen.”

Wat zag u in 2017 als nieuw Tweede Kamerlid?

“Ik was al tien jaar Gronings Statenlid geweest. En toch schrok ik heel erg hoe alle clichés over de Tweede Kamer kloppen. De waan van de dag. De desinteresse in elkaar, het alleen maar bezig zijn om met quootjes in de media komen en niet echt luisteren. Dat fundamentelere debat ontbreekt, dat steekt me echt heel erg. Je merkt het ook in de samenleving: wij worden niet gehoord, doen we er wel toe in Den Haag? Een hot issue is even in de media, en dan vlakt het weer af.”

U stelt de meeste Kamervragen van iedereen. Zit er geen rem op?

“Nee. Ik ben de controlerende macht. Ik moet dit kabinet controleren. In die zin zijn vragen een middel. Maar zeg me dan eens: welke vraag was onnozel? Wat was geen goede vraag? Prima als iemand dat kan aanwijzen, maar ik vind het allemaal terechte vragen.”

U was in het nieuws doordat u emotioneel werd om het Groningse aardgasdebat.

“Dat was een moment in november in mijn eerste jaar als Kamerlid. Een van de dingen waar we voor streden, was het dichtdraaien van de gaskraan. Daar ben ik zelf ook een paar keer voor naar de Raad van State geweest. We wonnen van EZK en de NAM. De gaskraan moest dicht! Dat gaf een euforie, als David die van Goliath won. Je hebt wéér gewonnen.” 

“’s Middags wilde ik in de Tweede Kamer vragen wat voor impact die uitspraken moeten hebben. Ik kijk de plenaire zaal van de Tweede Kamer in en niemand lijkt geïnteresseerd, iedereen zit ongeïnteresseerd op zijn telefoon. In dat éne moment voelde ik zoveel woede. Ik schrok er zelf wel van dat ik emotioneel werd.”

“In mijn privéleven kan ik me niet herinneren wanneer ik voor het laatste gehuild heb. Maar de situatie in Groningen, en ook als ik de mensen zie in de Toeslagenaffaire die door toedoen van de overheid de vernieling in zijn gedraaid, dat raakt me heel erg. Eerst dacht ik: dat is niet handig. Aan de andere kant hoef ik niet te bewijzen dat ik rationeel kan zijn. Ik heb een proefschrift geschreven. Dit raakt me als mens, klaar. Ik wil het nog wel omdraaien ook: als het me niet meer raakt, dan stop ik als Kamerlid.”

Bent u er veel op aangesproken?

“Best grappig: ik liep weg uit de zaal, langs fractievoorzitter Emile Roemer, en hij keek me niet aan. Ik dacht, het is hélemaal mis. Later sprak ik Emile, die uitlegde waarom: hij was bang dat hij zou volschieten, hij vond het zo erg!”

U was fractievoorzitter in Groningen, de SP was daar de grootste coalitiepartij. Wordt het tijd dat de SP landelijk gaat regeren?

“Jazeker. Regeren is geen doel op zich, zoals oppositie voeren ook geen doel op zich is. Het doel is ons programma te realiseren, opkomen voor degenen die niet worden gehoord. Dat kan heel makkelijk als je ministers levert, maar het kan ook helemaal misgaan. Om echt verandering af te dwingen, heb je maatschappelijke macht nodig. Dat zie je bij regeringen die naar links opschuiven. En voldoende zetels, anders kunnen we niet aanschuiven.”

Hoe moet de SP het contact met de achterban onderhouden als de partij regeert?

“Het is heel makkelijk te denken dat je het voor mensen doet, maar dat werkt niet. Je moet het echt mét mensen doen. Als je het contact met mensen kwijtraakt, dan ben je alles kwijt. Dat is echt de essentie. Als je het verhaal van mensen over de Belastingdienst leest, dan lijkt het een administratief iets. Totdat je ze aankijkt.”

“Misschien zouden we kunnen proberen andere partijen iets meer mee te nemen naar de mensen voor wie wij opkomen. Ik bedoel niet dat wij de waarheid in pacht hebben. Maar doordat het Haagse wereldje zoveel uit dezelfde mensen bestaat, en de omstandigheden be­palen hoe je in het leven staat. Als hoger opgeleide die redelijk goede kansen heeft. Dan kun je je bijna niet voorstellen hoe het is als je die kansen niet hebt.”

Droomt u ervan dat de slinger van de tijdgeest de kant van links weer opkomt?

“Absoluut. Ik denk ook dat het gaat gebeuren. Ik heb een obsessie met vooruitgang. Mijn proefschrift gaat over een periode waarin er heel veel veranderde in de samenleving. Waarom gaan sommige samenlevingen ten onder of gaan ze achteruit en sommigen vooruit? Wat is daar voor nodig?”

“Als je naar onze samenleving kijkt, zijn alle voorwaarden er om vooruit te gaan. Maar toch staan we stil, of we gaan zelfs achteruit. We kunnen zoveel beter dan we nu doen. Ik denk dat we daar klaar voor moeten zijn. Je moet het als linkse stroming wel pakken als het momentum zich voordoet.”

Meisjesdroom

“Archeoloog worden! Dat was echt absoluut de allergrootste wens. Mijn vader was historicus, hij nam me mee naar het Rijksmuseum van Oudheden. Ik moest mee toen hij studenten rondleidde, want mijn moeder werkte op zaterdag in een huisartsenpraktijk. Zo raakte ik geïnteresseerd in archeologie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden