Slechthorende begrijpt arts vaak niet goed

Terwijl de arts denkt dat er een prima gesprek heeft plaatsgevonden in zijn spreekkamer, hebben dove of slechthorende patiënten er vaak weinig van begrepen. Ze kampen daardoor met een slechtere gezondheid, blijkt uit onderzoek.

Beeld Getty Images

“Ze kunnen toch liplezen? En anders schrijf ik het toch op?” Kinderarts en taalkundige Anika Smeijers hoorde collega-artsen het meer dan eens zeggen, maar bij navraag onder tientallen dove en slechthorende patiënten kwam bijna 40 procent met verkeerde of incomplete informatie thuis. “Bij liplezen kun je ongeveer 30 procent aflezen van mondbewegingen,” legt Smeijers uit. “Bij een voorspelbaar gesprekje bij de bakker kun je de overige 70 procent er nog wel bij gokken, maar in de spreekkamer zijn de gevolgen een stuk groter.”

Vandaag promoveert Smeijers aan het LUMC in Leiden op haar jaren­lange onderzoek naar de gebrekkige hulpverlening aan doven en slecht­horenden. Nederland telt circa 1,5 miljoen doven en slechthorenden Smeijers legde niet alleen de communicatieproblemen met de arts bloot, ze ontdekte ook dat velen basiskennis missen over het eigen lichaam en specifieke ziekten. “Medische informatie die wij, horenden, oppikken uit dagelijkse gesprekken krijgen zij niet of nauwelijks mee. Denk aan onderwerpen als migraine, overgewicht of ­depressie, waar we met elkaar over praten op verjaardagen of bij de bushalte.”

Meer burn-outs

Uit vragenlijstonderzoek concludeert Smeijers dat de barrières zorgen voor een slechtere fysieke en mentale gezondheid. De 274 deelnemers hadden meer lichamelijke gezondheidsproblemen, als hart- en vaatziekten, obesitas en hoge bloeddruk dan horenden. Bij slechthorenden komen daar ook nog psychische problemen bij. “Bij deze groep zie je relatief meer depressies en burn-outs, omdat er door hun omgeving of werk meer van hen wordt gevraagd dan ze aankunnen.”

Ook veel doven kampen met psychische problemen, zegt Smeijers, al kan ze dat niet aantonen met haar onderzoek. “Toen ik acht jaar geleden mijn onderzoek begon, was er voor deze groep veel meer geestelijke hulp. In de tussentijd is specialistische zorg wegbezuinigd, waardoor de problemen weer opspelen in een bredere groep.” Ze vergelijkt de zorg voor doven en slechthorenden met die voor etnische minderheidsgroeperingen. “Deze subgroepen kampen met dezelfde problemen: slechte commu­nicatie met de arts en achterstand in kennis. Dat moet beter.”

Tijdens de verdediging van haar proefschrift – met zeven tolken in de zaal – zal ze pleiten voor een landelijk expertisecentrum waar zorgverleners met kennis over doven en slecht­horenden worden gekoppeld aan ­patiënten die zijn vastgelopen in de ­medische hulpverlening. Nu wordt Smeijers sporadisch geraadpleegd door artsen, zoals de keer dat een doof meisje moest worden onderzocht na misbruik. Ze was zo angstig dat artsen haar onder narcose wilden brengen. Smeijers wist haar gerust te ­stellen in gebarentaal en onderzocht haar op de schoot van haar moeder. “We hebben al concrete plannen om een exper­tisecentrum op te zetten, maar het is lastig financiering te vinden.”

Filmpjes

Een ander stokpaardje – meer patiënteninformatie voor doven – is mak­kelijker te realiseren, denkt Smeijers. “Plaats filmpjes in gebarentaal op ­gezondheidssites. Als we medische informatie kunnen aanbieden in het Spaans, Arabisch en Chinees, moet zo’n filmpje toch ook lukken.”

Anika Smeijers, de kinderarts en taalkundige ­promoveert ­vandaag op haar onderzoek. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden