Minister Sigrid Kaag: ‘We kijken ook naar een fonds dat een snel reactieteam moet kunnen uitsturen.’

Plus Interview

Sigrid Kaag: ‘Hulpverleners moeten ook psychische hulp bieden’

Minister Sigrid Kaag: ‘We kijken ook naar een fonds dat een snel reactieteam moet kunnen uitsturen.’ Beeld Jitske Schols/Lumen

Bij een humanitaire ramp moeten hulpverleners niet alleen water en dekens brengen, maar ook psychische hulp. Minister Sigrid Kaag zag bij haar vader het belang van geestelijke gezondheidszorg.

Al op jonge leeftijd merkte Sigrid Kaag (57) hoe men zich op basis van de buitenkant kan vergissen in de binnenkant van de mens. Ze groeide op met een vader die zwaar depressief was, zelfs werd opgenomen. Maar daar werd nauwelijks over gesproken. “Het was begin jaren zeventig... Dat deed niemand in die tijd. Ik heb ook gezien hoe mijn vader nooit ergens terechtkon met zijn verhaal. Ik denk dat prins Claus een belangrijke rol heeft gespeeld in het bespreekbaar maken van depressie en het wegnemen van de schaamte die mensen ervoeren.”

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking organiseert maandag en dinsdag in Amsterdam een internationale conferentie over het belang van psychische hulp in crisissituaties met ervaringsdeskundigen, artsen en hulporganisaties. Ook koningin Máxima maakt haar opwachting.

Aandacht is nodig, zegt Kaag. Psychosociale hulp behoort nu niet tot het basispakket van noodhulp. “Als er een crisis uitbreekt – of voortduurt, wat helaas het geval is bij de meeste huma­nitaire crises – kijken we naar voedsel, water en een vorm van dak of tent boven je hoofd. Maar het merendeel van de mensen heeft zo veel mee moeten maken, vaak aangedaan door anderen. Voor dat psychosociale element is nooit veel aandacht geweest.”

Hulporganisaties zullen zeggen dat het nogal wiedes is dat mensen een psychische klap hebben gekregen en dat daar aandacht voor moet zijn.

“Nogal wiedes ja en toch al die jaren vergeten! En weet je hoe dat komt? Als de omvang van een crisis groot is, zijn we allemaal allang blij dat we íets kunnen doen.”

Had u het idee dat uw vader destijds de juiste zorg kreeg?

“Dat is moeilijk te beoordelen. Dat denk ik wel. Voor toen.”

Was er ook oog voor het gezin?

“Nee, nee.”

Had u het fijn gevonden als iemand toen ook met u had gepraat over wat het voor u als kind betekende?

“Dat weet ik niet, eerlijk gezegd. Ik heb wel meer dingen meegemaakt in mijn leven en ik heb van jongs af aan leren aanvaarden dat sommige mensen veel overkomt en andere mensen minder. Mijn moeder zei altijd: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Zo ben ik opgevoed. Dat zie je bij mensen in échte crisissituaties ook: ze moeten maar.”

Ook in haar vorige functie als VN-diplomaat zag Kaag het vaak genoeg. Mensen die verloren in een tentje in de modder zitten. Lethargisch, afgestompt. “De één heeft zijn been moeten laten afzetten, maar heeft niets tegen de pijn. De ander weet niet wat er met haar kinderen is gebeurd. Ik vind het verschrikkelijk om mensen zo verloren en hulpeloos te zien. Dan moet je wel een mirakels persoon zijn om niet gedeprimeerd te raken. Al onze mooie hulppakketten zijn één ingrediënt, maar je redt het niet zonder psychische hulp. Dan helpen simpele dingen: iemand weer structuur geven, zich helpen uiten. Gedeelde smart is halve smart.”

Kaag heeft het onderwerp van haar ouderlijk huis, via de VN ‘meegenomen naar deze baan’. “Een aantal van mijn eigen topambtenaren wist niet of ze het wel een goed idee vonden. Ze zeiden: we doen water, we doen landbouw, we doen onderwijs. Moet dat nou?”

Ja, antwoordt Kaag zelf. “Niet alleen uit het oogpunt van moraliteit en medemenselijkheid, maar ook als het gaat om wederopbouw en de terug­keer van vluchtelingen. We moeten mensen in staat stellen hun leed een beetje te verwerken.” Ze noemt Rwanda als voorbeeld. De verschrikkelijke burgeroorlog, de genocide. “Er waren slechts op kleine schaal projecten voor geestelijke gezondheidszorg. En nu lees je dat mensen het pad van nationale verzoening niet hebben kunnen aflopen omdat er geen structurele psychosociale hulp was.”

Ze waren allang blij dat de ene bevolkingsgroep de andere niet meer afslachtte.

“Ja precies. Dat is ook begrijpelijk. Maar als je de hulp wel goed plant, zit er ook een preventie-element in. Een slachtoffer kan ook dader worden, als het zelf alleen maar verschrikkingen heeft meegemaakt. Anders sturen we iemand die zich innerlijk ziek voelt op pad, terwijl dat uiterlijk niet te zien is. Als je een gebroken been hebt, is er veel meer medelijden, vraagt iedereen: hoe is het nou met je? Het mentale aspect is lastiger – zelfs in onze open samenleving.”

Uit onderzoek blijkt dat één op de vier mensen te maken krijgt met een vorm van depressie. In oorlogsgebieden is dat twee keer zo veel.

Is het de bedoeling dat u mobiele teams van psychiaters gaat uitsturen?

“We kijken ook naar een fonds dat een snel reactieteam moet kunnen uitsturen. Dat gaat dan vooral om het helpen met de organisatie van de hulp. Dat is aan de gemeenschap zelf. De taal en cultuur zijn belangrijk, het bekend zijn, vertrouwd zijn. Dat lukt niet als invliegend arts. Zeker niet als het gaat om praten over leed.”

Hulporganisaties zeggen vast: kom maar door met het geld.

“Deze conferentie gaat vooral om bewustwording. Over het geld moeten we het daarna hebben. Want dat is niet het grootste deel van het verhaal. Het gaat bij psychosociale hulp niet zozeer om geld, maar ook om kennis, loka­le organisatie en training.”

Zonder geld blijft dat toch een lege huls?

“Niet alles hangt van Nederland af. Wij geven al geld aan deze thema’s. Hulporganisaties moeten nu schuiven in hun eigen budgetten. Ook andere landen, de Golfstaten bijvoorbeeld, kunnen veel financiële middelen brengen.”

In hoeverre denkt u het leed te verzachten?

“Psychosociale hulp is geen panacee voor alle crises en trauma’s. Verre van dat. Het is een bescheiden, maar belangrijke bijdrage. Net zo belangrijk als voedsel en water.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden