PlusAchtergrond

Sigrid Kaag geeft een nieuwe invulling aan het begrip ‘vrouwelijk leiderschap’

Partijleider Sigrid Kaag voorafgaand aan een fractiebijeenkomst van D66 in de Thorbeckezaal, de dag na de Tweede Kamerverkiezingen.  Beeld ANP
Partijleider Sigrid Kaag voorafgaand aan een fractiebijeenkomst van D66 in de Thorbeckezaal, de dag na de Tweede Kamerverkiezingen.Beeld ANP

Niemand gaf een stuiver voor de kansen van Sigrid Kaag, toch werd D66 de tweede partij. In een zelfbewuste campagne gaf de lijsttrekker een nieuwe invulling aan het begrip ‘vrouwelijk leiderschap’.

De kritiek op Sigrid Kaag lag al klaar, ver voordat ze begin september werd verkozen tot D66-leider. Ze was elitair, praatte bekakt en behoorde tot de kosmopolitische klasse die losgezongen was van de man in de straat. En wist ze eigenlijk wat een pak melk kost? Vast niet. Dat wordt dus niks, zeiden veel politieke duiders op voorhand.

Vage leuze

Daags na de verkiezingen die van D66 de tweede partij van het land maakten moet er opnieuw naar een verklaring worden gezocht, dit keer met een omgekeerde conclusie: wat verklaart het succes van Kaag? Hoe kon een tamelijk vage leuze als ‘nieuw leiderschap’ toch beklijven? En speelde haar vrouw-zijn hierin een rol?

Om met die laatste vraag te beginnen: absoluut. Dat heeft vele redenen, waarvan de simpelste te maken heeft met het selectieprincipe. “Vrouwen op hoge posities zijn vaak extra goed, omdat ze veel meer moeite hebben moeten doen om daar terecht te komen,” zegt Janka Stoker, hoogleraar leiderschap en organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Voordat Kaag neerstreek op het Binnenhof had ze er dan ook al een indrukwekkende internationale loopbaan op zitten. Dat leek haar aanvankelijk vooral dwars te zitten: haar cv werd door critici eerder met hoon dan bewondering ontvangen. Dat D66 Kaag presenteerde als ‘de eerste vrouwelijke minister-president’ maakte het nog erger: wie dacht deze mevrouw dat ze was?

Dit was meer dan de Nederlandse kop-boven-het-maaiveldmentaliteit, dit is wat iedere ambitieuze vrouw meemaakt, zegt Julia Wouters, oud-politiek assistent van Lodewijk Asscher en schrijfster van het boek De zijkant van de macht, waarom politiek te belangrijk is om aan mannen over te laten. “Van vrouwen wordt verwacht dat ze bescheiden zijn, iets wat voor mannen nooit geldt. Vrouwen moeten warm, empathisch en aardig zijn. En als ze daar allemaal aan hebben voldaan wordt de vraag opgeworpen of ze wel competent genoeg zijn.”

Eeuwig dilemma

Een eeuwig dilemma voor vrouwen in de politiek is het wel of niet spelen van de vrouwenkaart. Zeg je dat het er niet toe doet en probeer je om eigenschappen die als mannelijk worden gepercipieerd (vastberaden, zakelijk, gericht op macht) uit te vergroten om te laten zien dat je ‘je mannetje staat’? Of zet je juist in op wat je bijzonder maakt in een omgeving waarin mannen de boventoon voeren?

Kaag leek er ook wat ambivalent in te staan. Eerst zei ze dat ze ‘niet als vrouw’ verkozen was tot partijleider, maar in haar campagne werd haar vrouw-zijn wel ingezet: posters van #TeamKaag lieten Angela Merkel zien met de tekst ‘nu wij!’.

De slogan ‘tijd voor nieuw leiderschap’ bevatte dan weer een impliciete, bijna subliminale boodschap. Want hoewel het een slogan is waarin iedereen kan lezen wat hij of zij wil, is het in ieder geval een ander soort leiderschap dan dat van Mark Rutte. Weg met het oude, het is tijd voor een frisse wind. Dat die leus een een-op-eenvertaling was van een tweet van Kamala Harris van 20 augustus (‘time for new leadership!’) was vast geen toeval.

Volgens Wouters kreeg de campagne van Kaag pas vleugels toen ze niet meer probeerde om zowel aardig als competent over te komen. “Eindelijk durfde ze te benoemen waar je als vrouwelijke politica voortdurend mee te maken krijgt: seksisme. Dat vrouwen in de ministerraad onderbroken werden door Rutte. Dat ze permanent uitgescholden worden op sociale media. En dat ze dat niet langer pikte.”

Stoker: “Kaag heeft die stereotyperingen benoemd, en mensen er bewust van gemaakt.”

Kaag sluit hiermee aan bij een nieuwe generatie vrouwelijke politici die zich zelfbewust voor laten staan op hun vrouwelijkheid, zoals eerder genoemde Harris, maar ook het Amerikaanse congreslid Alexandria Ocasio-Cortez en de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern.

Zij lijken zich te hebben bevrijd van het keurslijf waar vrouwelijke politici decennia in zaten, waarin ze vooral mannelijke eigenschappen moesten kopiëren om voor vol aangezien te worden. Zo zei Ardern vorig jaar in The Guardian, gevraagd naar welke eigenschappen belangrijk voor haar waren geweest: ‘vriendelijkheid, niet bang zijn om je te laten leiden door empathie. Een van de droevige aspecten van politiek leiderschap is dat, omdat we altijd zoveel nadruk hebben gelegd op kwaliteiten zoals assertiviteit en kracht, we kennelijk zijn gaan aannemen dat die niet samengaan met vriendelijkheid en empathie.’

Vriendelijk glimlachen

Volgens Wouters herkennen veel vrouwen dit, op hun werk of in hun dagelijks leven. “En vrouwen zijn geen ‘minderheid’, ze vormen de helft van het electoraat.”

Wat Kaag liet zien is dat je vriendelijk kunt glimlachen én van je af kunt bijten, zoals ze in het debat met Geert Wilders deed. Dat je prat mag gaan op je prestaties én seksisme aan kunt kaarten. Het maakte van haar weliswaar niet de eerste vrouw in het Torentje, maar dat ze die ambitie uitspreekt wordt niet weggelachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden