Plus Interview

Senaatsvoorzitter, patholoog en organist: de veelzijdige Jan Anthonie Bruijn

Op Prinsjesdag roept hij ‘Leve de koning!’ in de Ridderzaal. Maar wie is senaatsvoorzitter Jan Anthonie Bruijn (61), die zich inzet voor de integriteitscode van de Eerste Kamer?

Jan Anthonie Bruijn: ‘Als je naar iemands één meter lange dna kijkt vanwege een rare nierziekte, kom je soms ook andere dingen tegen.’ foto Harmen de Jong/HH Beeld Hollandse Hoogte / Harmen de Jong

Veelzijdig is Jan Anthonie Bruijn gerust te noemen: hij is VVD-senator, was voorzitter van de commissie die de drie laatste verkiezingsprogramma’s

van de grootste regeringspartij schreef, is sinds juli senaatsvoorzitter én is hoogleraar immuno-­pathologie, gespecialiseerd in nierziekten, aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Bruijn speelt graag orgel in de kerk en is sinds zijn jonge jaren fan van The Rolling Stones.

De discipline van die band blijft Bruijn fascineren. “Mensen die al meer dan vijftig jaar nog steeds succesvol innoveren, die kom je bijna nooit tegen. Bij de Stones ben ik ook regelmatig backstage geweest. Daar zag ik discipline: niets wordt aan het toeval overgelaten. Iedereen houdt zich aan regels en werkt efficiënt. Het is bijna militaristisch georganiseerd.”

Bruijn groeide op in Den Haag, waar zijn vader een groothandel in woningtextiel runde aan de Lutherse Burgwal. “Ik ben opgegroeid in een gezin waar veel in het teken stond van ‘de zaak’. Hard werken, zeven dagen per week bezig. Die manier van denken, dat je van je werk houdt en dat het een maatschappelijke bijdrage betekent, heeft mij erg gevormd. Mijn geloof in God is latent altijd aanwezig. Ik mag nog wel­eens kerkorgel spelen, dan laait dat weer op door het majestueuze van het instrument. Dat brengt je dicht bij de hemel. We geloven, maar het is niet zo dat mijn vrouw en elke zondag in de kerk zitten.”

Bruijns vader is nu 91 jaar. “Mijn vader liep vroeger al achter de drumband aan waar ik als klein jongetje trommelde. En vijftig jaar later zat hij weer op de tribune in de Eerste Kamer toen ik werd gekozen tot senaatsvoorzitter. Dat is zo veel liefde!”

Waarom werd u patholoog?

“Een broer van mijn moeder deed veel aan muziek en speelde kerkorgel in zijn vrije tijd. En omdat ik zelf veel aan muziek deed, raakte ik bevriend met die oom. Hij was enthousiast over zijn werk en was patholoog.”

Snijdt u in lijken?

“Onderzoeken als iemand is overleden, is één procent van ons werk. Er zijn 350 pathologen, die werken als medisch specialist in een ziekenhuis. We onderzoeken weefselstukjes van levende patiënten met een rare bobbel of moedervlek. We halen er ook dna uit om een diagnose op te kunnen stellen. Daarbinnen ben ik weer gespecialiseerd in nieren. Het enige waar ik verstand van heb, is daarvan. Verder weet ik niks.”

Doen zich ethische dilemma’s voor in uw werk?

“Als je naar iemands één meter lange dna kijkt vanwege een rare nierziekte, kom je soms ook andere dingen tegen, zoals de kans op een heel andere ziekte, maar daar komt die patiënt niet voor. Tussen een kleine kans op een ziekte in de toekomst en tachtig procent kans op een behandelbare ziekte binnen twee jaar ligt de grens van wat je als patiënt wel en niet wilt weten. Dat is voor iedereen anders. Daar zal de komende jaren de discussie over gaan.”

Waarom werd u VVD-lid?

“Op jonge leeftijd vond ik het Binnenhof al fascinerend dynamisch en relevant. En doordat ik zoon was van een ondernemer ben ik gaan zien dat ondernemerschap ongelooflijk belangrijk is voor onze welvaart en vrijheid. Daar profiteren we allemaal van. Toen ik achttien was, ging ik een jaar naar Amerika, waar ik echte armoede zag. Mijn vader zei: ‘Ik ben blij dat ik in een land leef waar ik belasting mag betalen en waarin we geen armoede kennen.’ We hebben het wel, maar niet in die mate waarin je het elders ziet.”

Wat gaat u doen als ­Eerste Kamervoorzitter?

“Er is werk aan de winkel, we hebben het over de integriteitscode, we hebben het over de renovatie van het Binnenhof. En over de commissie-Remkes, die het parlementair stelsel onderzocht. Ik ben aan het nadenken over de betrokkenheid van vooral jonge mensen bij de politiek, voor het behoud van de democratie.”

De VVD-Tweede Kamerfractie wilde onder Rutte II af van die lastige Eerste Kamer. Toenmalig fractievoorzitter Halbe Zijlstra was er klaar mee. Gaat u ze daarbij helpen?

“Halbe Zijlstra was hier inderdaad kritisch over. Kritiek is altijd goed, daar wordt niemand slechter van, maar als je naar de feiten kijkt van Rutte II, is er veel doorgevoerd. Het feit dat het kabinet geen meerderheid had in de Eerste Kamer heeft het land bepaald niet onregeerbaar gemaakt. Sterker nog, het heeft het kabinet gedwongen goed naar de oppositie te luisteren. Dat vind ik vanuit democratisch oogpunt hartstikke mooi.”

U wilt in de Eerste Kamer een cultuur van elkaar helpen op het gebied van integriteit bevorderen. Hoe werkt dat?

“Het staat buiten kijf dat de integriteit van Kamerleden maximaal in orde moet zijn. We hebben recent een integriteitscode aangenomen. Op onze website gaan we uitgebreider beschrijven wat we aan nevenfuncties doen en of het bezoldigd is. Senatoren zijn politici in deeltijd, het grootste deel van de week hebben ze andere banen. Naast het voordeel van hun kennis is het er het risico dat je met conflicterende belangen naar een wetvoorstel kunt kijken.”

Maar u gaat elkaar ook aan het jasje trekken over integriteit?

“We gaan elkaar daar meer op aanspreken. Als je denkt: moet jij daar nou het woord op voeren?, dan zeggen we dat. En we gaan een externe vertrouwenspersoon werven dit najaar. We gaan die vacature openstellen, het hoeft niet iemand van statuur te zijn die bekend is; het belangrijkste kenmerk is dat hij of zij verstand heeft van integriteit, zodat wij ook als senatoren het liefst proactief iets kunnen voorleggen.”

Gaan senatoren hier ook publiekelijk over debatteren?

“We gaan daar twee keer per jaar heel concreet over praten. In het college van senioren of desgewenst plenair. We gaan dan ervaringen uitwisselen: hoe hebben we die integriteitscode zich zien ontwikkelen en wat hebben we eraan? Zijn er dingen die beter kunnen? Het is een levend document.”

Kunt u wel nee zeggen? U hebt zo veel nevenfuncties!

“Nee. Hahaha! Ik heb er ook heel wat geweigerd, ik vond niet dat ik een commissariaat van een farmaceutisch bedrijf kon accepteren. Maar ik heb sinds mijn aantreden als voorzitter tien nevenfuncties afgestoten. Dat zijn vooral nevenfuncties die tijd kosten. Het is heel belangrijk echt inzetbaar te zijn als senaats­voorzitter, wat toch zeker 2,5 tot 3 dagen per week kost. Wat overblijft zijn vooral comités van aanbeveling.”

Droom

“Ik wilde drummer worden bij de Rolling Stones. Het bleef bij trommelen in een drumband en in de Hermes House Band, die ik mede heb opgericht.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden