PlusAchtergrond

Scholen worstelen met volle noodopvang: ‘Ouders steeds radelozer’

Basisschoolleerlingen krijgen gymles in de noodopvang.Beeld ANP

Terwijl veel ouders aftellen naar het eind van de huidige lockdown op 19 januari, is het nog hoogst onzeker dat scholen en kinderopvang daarna weer opengaan. De druk op de noodopvang wordt ondertussen steeds groter. ‘Ouders weten het gewoon niet meer.’

Overspanningsverschijnselen, paniekaanvallen, extreme stress – op een Facebookpagina voor Amsterdammers met hulpvragen luchtten ouders afgelopen week hun hart over het effect dat de schoolsluiting heeft op hun mentale toestand. De combinatie van thuisonderwijs geven en werken wordt naarmate de lockdown voortduurt steeds zwaarder. 

Steeds meer ouders brengen hun kinderen daarom tóch naar school. Kwetsbare kinderen waren al welkom op de noodopvang. Voor andere kinderen gold tijdens de eerste lockdown dat beide ouders een cruciaal beroep moesten hebben om aanspraak te maken op noodopvang, nu is één ouder al voldoende. De lijst met cruciale beroepen is bovendien flink uitgebreid. Scholen zien nu vaak minimaal een verdubbeling in het aantal aanmeldingen voor noodopvang ten opzichte van de eerste golf, soms zelfs een verdriedubbeling. 

Discussies met ouders

“Ouders worden steeds radelozer,” zegt Herbert de Bruijne van de Federatie Openbaar Primair Onderwijs Amsterdam. “In de eerste lockdown zag je dat veel mensen het zelf nog probeerden op te lossen, maar ouders lopen nu vast. Ik zie ook dat werkgevers uit sectoren die als cruciaal zijn aangemerkt druk uitoefenen op ouders om gebruik te maken van noodopvang.” 

Volgens Arnold Jonk van Staij, een overkoepelende organisatie voor basisscholen in Oost, leidt het vaak tot discussies met ouders. “Wij vragen of ze het zelf kunnen oplossen, maar mensen interpreteren ‘het kan echt niet anders’ allemaal op hun eigen manier. De ene ouder doet makkelijker beroep op de noodopvang dan de ander.” 

Britse variant

Het gevolg voor scholen is dat de noodopvangklassen steeds verder uitdijen. Leerkrachten moeten tegelijkertijd online lesgeven én kinderen in de klas ondersteunen en aandacht geven. Die spagaat gaat ten koste van iedereen. De Bruijne: “In het voorjaar zaten er kleine clubjes kinderen in de noodopvang die dezelfde onlinelessen volgden als kinderen thuis. Nu zijn de lokalen soms gewoon vol. Hoe meer kinderen er in een lokaal zitten, hoe lastiger het is om ze rustig te laten werken, helemaal omdat ze van verschillende leeftijden zijn en uit verschillende klassen komen.”

Ondertussen is er ook nog de dreiging van de Britse variant van het coronavirus, die in Engeland opvallend vaak voorkwam bij kinderen en waarvan op twee basisscholen in Nederland al een uitbraak is geweest. “De bereidheid om kinderen op te vangen neemt daardoor bij sommige leerkrachten af. Ze stellen er vragen over en zijn angstig,” zegt Joke Middelbeek van Stichting Westelijke Tuinsteden, waar zestien scholen in Nieuw-West onder vallen. “Tegelijkertijd oefenen sommige ouders steeds meer druk uit op de school om hun kinderen op te vangen. We zitten echt met de handen in het haar.” 

‘Ik breng mijn kind gewoon’

Verpleegkundige Rianne Vos (39) uit Almere mengde zich op een Facebookpagina voor Amsterdammers met hulpvragen in het gesprek tussen ouders over de problemen met thuisonderwijs. Haar oplossing? De school niet vragen óf je kind mag komen, maar mededelen wannéér je hem of haar komt brengen. Dat deed ze zelf ook, zelfs op dagen dat ze vrij is.

“Sommigen noemen me egoïstisch. Dat is dan maar zo. Mijn dochter is 12 en zit in groep 8. Eerst hield ik haar wel thuis, maar ik snapte niets van de lesstof die ze kreeg. Ik ben verpleegkundige, geen leerkracht. Kinderen worden ook vervelender, ze zitten zichzelf in de weg als ze hun ei niet kwijt kunnen. Toen dacht ik: bekijk het maar, ik werk in de zorg, ik breng haar gewoon naar school. Ze gaat ook als ik vrij ben. Ik werk keihard op de covidafdeling, ook ’s nachts, dus ik heb die tijd voor mezelf nodig.”

“Natuurlijk snap ik ook wel dat ik er geen misbruik van moet maken, en dat doe ik misschien wel een beetje. Maar ze gaat volgend jaar naar het voortgezet onderwijs. Ik vind het belangrijk dat ze op het niveau komt waar ze hoort.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden