Interview

Sadet Karabulut (SP): ‘De democratie staat onder druk’

Op vakantie naar Turkije zit er niet in voor SP-Kamerlid Sadet Karabulut. ‘Ze pakken nu buitenlanders op, dat riskeer ik niet.’

SP-Kamerlid Sadet Karabulut: ‘Ik ben geen verlegen type en ik durf wel mijn vinger op te steken.’ Beeld Lars van den Brink/Lumen

Anderhalf jaar geleden vertrok SP-leider Emile Roemer. Niet alleen Lilian Marijnissen kandideerde zich, maar ook Sadet Karabulut die al dertien jaar parlementariër is.

Wat zei uw geliefde toen u thuiskwam met de mededeling dat u fractievoorzitter wilde worden?

“Dat heb ik wel even besproken. Hij zei: als je dat wilt, dan moet je daarvoor gaan. Net daarvoor hoorde ik dat Emile ging stoppen. Er was een dag tijd om me te kandideren. Ik zat er al een tijdje en wilde me ook beschikbaar stellen. Als Kamerlid heb je al een intensief programma. En als fractievoorzitter… ga er maar eens aanstaan. En toch dacht ik: ik wil het doen.”

Hoe was het om de handschoen op te nemen tegen Lilian Marijnissen en die beslissende fractievergadering in te gaan?

“Het was bijzonder. Emile was de derde die ik zag gaan, na Jan Marijnissen en mijn toenmalig mentor Agnes Kant. Wilde ik dat? Lilian kandideerde zich. Ik hakte die knoop door en schreef mijn motivatie. Werd ik nog enthousiaster!”

Baalde u niet dat u de strijd verloor?

“Nee, daar was geen tijd voor, ik moest meteen een groot debat doen. Het werd ook gewaardeerd dat ik me kandideerde. Ik dacht, ik kan dit, wil dit, ik ga er voor. We waren met zijn tweeën en zij is het geworden. Daar heb ik ook vrede mee. Ik heb alle vertrouwen in Lilian. Bovendien, het gaat niet om mij of Lilian. Je maakt met elkaar het geheel van de fractie. Het is allemaal goed op zijn plek gevallen.”

Weet u dat er na de verkiezingsnederlagen mensen zijn die hun hoop op u hebben gevestigd als SP-leider? Als verbindend linkse migrantendochter bént u de SP.

“Ik ben óók de SP. Leuk om te horen, maar we zullen het toch echt samen moeten doen.”

Karabulut is de jongste uit een gezin van vijf kinderen. Haar ouders zijn klassieke gastarbeiders met Koerdische roots in het zuidoosten van Turkije. Als enige van vijf kinderen is ze in Nederland geboren.

Uw vader stuurde cassettebandjes die hij zelf insprak vanuit Nederland naar Turkije. Hebt u die wel eens gehoord?

“Dat was grappig, Hij stuurde dat naar zijn familie, die hij niet vaak zag. Jaren later was ik een keertje bij mijn oom in Izmir. Hij speelde zo’n bandje af en ik hoorde mezelf op de achtergrond als klein kind. Heel bijzonder. Er zijn niet veel bandjes bewaard gebleven. Mijn vader vertelde informatief dat het goed met ons ging en hoe het dagelijks leven in Nederland verliep. Mijn ouders leefden voor hun kinderen.”

Wat hebt u geleerd in die dertien jaar dat u Kamerlid bent?

“De eerste paar jaar kreeg ik niets voor elkaar. Ik dacht wat is dit? Dan had ik een motie opgesteld en dan ging een ander ermee vandoor. Je leert voor jezelf opkomen en af en toe je verlies nemen. In het begin ben je ongeduldig. Je leert in zo’n fractie en in de Tweede Kamer geduldig te zijn. Voordat je je eerste motie aangenomen krijgt en een meerderheid haalt...”

Er hangt op de SP-burelen in de Tweede Kamer een grote foto van vijf, zes zwartgeklede vrouwelijke SP-Kamerleden. Die straalt uit: de beuk erin!

“Ik ben geen verlegen type en ik durf wel mijn vinger op te steken en ben niet snel onder de indruk van macht. Het gaat mij om de inhoud, dat is bij mij alleen maar sterker geworden. Hoewel ik verbaal mijn mannetje wel sta, is dat niet door anderen slechter of kleiner te maken. In Den Haag zie je soms enorme ego’s. Ik denk niet dat ik een groot ego heb, het gaat niet om mij.”

SP-Kamerleden gaan nog wel eens kopje onder in Den Haag. Hoe redt u het?

“Dat is niet de SP eigen. Je ziet in de Tweede Kamer veel mensen voortijdig vertrekken die het niet meer kunnen combineren. Mensen die vanwege privé-redenen of gedoe gaan. Er zijn zo veel factoren… het is gewoon zwaar. De combinatie met privé is moeilijk, het thuisfront moet het ook nog trekken. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het alleen maar superleuk is. Het zijn tropenjaren waarbij je je gezondheid in de gaten moet houden. Het is soms afzien en het vergt ook dat je dingen opoffert. Dat doe ik nog steeds met alle liefde.”

Stel: u zou geen Kamerlid meer zijn, wat zou u dan kunnen doen wat nu niet lukt?

“Ik zou meer sporten en meer slapen – begint hard te lachen – ik heb in de loop der jaren een chronisch slaaptekort opgebouwd.”

Is een reces genoeg om te herstellen?

“Daar leer je mee dealen. Als je gedwongen wordt je rust te pakken… in het reces is de druk er even af. Uit de sleur komen, kost wel even. Ik heb wel eens recessen gehad dat ik alleen maar ben doorgegaan. Dat is gewoon dat fanatieke wat je hebt. Een reces is goed, omdat je de waan van de dag en die vergaderingen even niet hebt. Je kunt meer lezen, meer tijd nemen om mensen te spreken. En jezelf blijven is belangrijk, je niet gek laten maken.”

U zegt dat mensen te weinig over de grens kijken en minder geneigd zijn tot solidariteit. Hoe verklaart u dat?

“Dat wordt veel minder gevoeld, want de vijand komt van buiten. Het is de ander. Dat is het sterke-mannensyndroom: ze komen met het verhaal dat het de schuld van de ander is: de vluchteling, de migrant. Het ligt aan de open grenzen, zonder dat ze daarbij het redelijke alternatief schetsen waarbij mensen het beter krijgen. De democratie is tanende en staat onder druk. De onzekerheid is enorm toegenomen. Dus staan er nieuwe sterke leiders op die het niet nauw nemen met democratie. Ze spelen mensen tegen elkaar uit, voeden het vijanddenken voor permanente oorlogsvoering en macht. De ongelijkheid is zo groot in het kapitalisme, dat de democratische machtsstructuur helemaal onderuit wordt getrokken. Maar mensen willen eerst een beetje meer zekerheid voordat ze om zich heen kunnen kijken. Dat moet en kan anders. Wij staan samen met velen anderen pal voor internationale solidariteit.”

Durft u nog naar Turkije op vakantie?

“Ik maak nu de keuze om niet te gaan. Zoals we inmiddels allemaal weten gaat die politiek van Turkije door met het onderdrukken van politieke opponenten volgens dat klassieke vijanddenken en het stempel van terrorisme, zoals ons raadslid uit Eindhoven. Daarom pakken ze nu ook mensen uit andere landen. Dat is de reden waarom ik niet ga.”

Een deel van uw identiteit kwam vorige maand in de schijnwerpers omdat DENK u van landverraad beschuldigde. Grijpt u dat aan?

“Natuurlijk, als ze dat soort dingen over je roepen… Natuurlijk weet ik gelukkig goed wie ik wel ben en wie ik niet ben. Als zij dat nodig hebben om hun punt te maken dan zegt dat meer iets over de ander dan over mij. Ik kreeg Kamerbreed bijval toen ik door DENK werd beschuldigd van terrorisme. De week erop staat de hele Tweede Kamer – op DENK na – achter het in Turkije gegijzelde SP-raadslid. Daar kan ik me aan optrekken. Dan sta ik er extra bij stil hoe mooi het is dat we een democratie hebben en hoe prachtig het vrije debat is. Dat heeft me wel wat gedaan...”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden