RvS: Kamerzetel staatssecretaris niet ongrondwettelijk

Dat drie staatssecretarissen in het demissionaire kabinet zijn benoemd terwijl ze Kamerlid zijn gebleven, is niet in strijd met de grondwet. Dat heeft de Raad van State geconcludeerd. Maar de belangrijkste adviseur van de regering is wel kritisch op de benoemingen. ‘De gang van zaken is uit grondwettelijk oogpunt ongelukkig.’

Demissionair staatssecretaris Steven van Weyenberg (D66). Beeld ANP
Demissionair staatssecretaris Steven van Weyenberg (D66).Beeld ANP

Volgens de grondwet mag iemand niet tegelijkertijd Kamerlid en bewindspersoon zijn. In artikel 57 staat wel een uitzondering: als een minister of staatssecretaris demissionair is in de aanloop naar Kamerverkiezingen, en vervolgens wordt gekozen, is de dubbelfunctie tijdelijk toegestaan, tot er een nieuw kabinet op het bordes staat. Maar de Kamerleden Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), Dennis Wiersma (VVD) en Steven van Weyenberg (D66) zijn na de verkiezingen benoemd.

‘Op het moment dat de staatssecretarissen werden benoemd tot het demissionaire kabinet, was hun ontslag ook al aangeboden,’ schrijft de Raad van State. Omdat de uitzondering in artikel 57 op twee manieren kan worden geïnterpreteerd, die allebei ‘verdedigbaar’ zijn, is er ‘onvoldoende grond’ om te concluderen dat de benoemingen in strijd zijn met de grondwet. ‘Het is aan de Tweede Kamer zelf om hierover desgewenst verder te beslissen, want alleen de Tweede Kamer gaat over het lidmaatschap van de Kamer,’ voegt de RvS toe.

Toch uit de Raad van State kritiek op de manier waarop de benoemingen zijn verlopen. Zo heeft het kabinet noch de Kamer publiekelijk onderkend of besproken dat de benoemingen mogelijk op gespannen voet staan met de grondwet. Dit terwijl het gaat om benoemingen ‘die nog niet eerder op deze wijze hadden plaatsgevonden’. De benoeming van Yeşilgöz in mei is ‘vrijwel ongemerkt voorbijgegaan’, aldus de RvS. ‘Bij de twee andere benoemingen kwam de mogelijke ongrondwettigheid pas aan de orde ruim na de aankondiging daarvan in juli 2021 naar aanleiding van publicaties in de media half augustus.’

Beter informeren

Demissionair premier Rutte had eerder al aangegeven dat de staatssecretarissen hun Kamerzetel konden behouden. Hij schreef in antwoord op Kamervragen van de SP dat de uitzondering geldt voor bewindslieden die pas zijn aangesteld als het kabinet al demissionair is. Zij mogen niet het woord voeren in debatten waar andere kabinetsleden beleid verdedigen, een stemverklaring afleggen of optreden als plaatsvervangend voorzitter.

De antwoorden die het kabinet gaf, noemt de Raad van State ‘te summier’. Het kabinet had de kwestie ‘beter moeten motiveren, zeker in het licht van de discussie die inmiddels hierover was ontstaan’,

De Tweede Kamer vroeg de Raad van State om advies nadat er discussie was ontstaan over de benoemingen van de bewindslieden in het demissionaire kabinet. Onder anderen hoogleraar Wim Voermans en bijzonder hoogleraar Bert van den Braak uitten kritiek op de situatie. Voermans noemde het ‘een erosie van hoe we met de Grondwet omgaan’.

De RvS wijst er overigens ook op dat drie leiders van formerende partijen, Mark Rutte (VVD), Sigrid Kaag (D66) en Wopke Hoekstra (CDA), zowel bewindspersoon als Kamerlid zijn. De Raad vraagt zich af ‘of dat niet veel fundamenteler van invloed is op de gewenste scheiding van verantwoordelijkheden van bewindspersonen en Kamerleden dan het Kamerlidmaatschap van de drie staatssecretarissen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden