PlusAnalyse

Rutte strijdt in Brussel voor 3 miljard Nederlandse euro’s

Premier Mark Rutte.Beeld ANP

De Europese Unie maakt zich op voor een clash over de nieuwe begroting. Nederland laat zich tot dusver van zijn zuinigste kant zien, tot onbegrip van veel andere lidstaten. Voor minister-president Mark Rutte staat behalve belastinggeld ook prestige op het spel.

De telefoon van premier Rutte staat deze dagen roodgloeiend. Vrijdag laat hij zelfs de ministerraad schieten om bij de Franse president Emmanuel Macron aan te schuiven voor een werklunch. En Rutte is niet de enige regeringsleider die in de aanloop naar de Europese top van volgende week de stemming bij collega’s peilt. De ondehandelingen over een nieuwe Europese meerjarenbegroting zorgen voor diplomatiek spitsuur.

Drie overhemden

Europese hoofdsteden maken zich op voor een ware uitputtingsslag. Samen moeten de EU-lidstaten het eens worden over het bedrag dat de Unie tussen 2021 en 2027 mag uitgeven aan onder meer landbouwsubsidies, regionale ontwikkeling en innovatie. Voorzitter Charles Michel van de Europese Raad heeft al aangekondigd tot het gaatje te willen gaan om overeenstemming te bereiken. Hij heeft de regeringsleiders daarom te verstaan gegeven donderdag als de top begint ten minste drie overhemden mee te nemen naar Brussel.

Al in 2018 heeft de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, een voorstel neergelegd. Daarin staat dat de Europese uitgaven stijgen naar bijna 1280 miljard euro, verspreid over zeven jaar. Ter vergelijking: in 2013 werd uiteindelijk afgesproken dat de EU in de zeven jaar die zouden volgen 960 miljard euro mocht uitgeven.

Den Haag in de gordijnen

Dat het bedrag nu hoger is, komt volgens de Commissie grotendeels doordat het budget meegroeit met prijsstijgingen en de gegroeide omvang van de totale Europese economie. Tegelijkertijd loopt het budget op doordat het Verenigd Koninkrijk uit de EU is gestapt en doordat Europa extra wil investeren in bijvoorbeeld digitalisering, de klimaataanpak en betere controle van de Europese buitengrenzen.

Met die prioriteiten is Nederland het wel eens. En dat een kleiner deel van de EU-middelen naar landbouw en regionale ontwikkeling gaat (via de zogeheten cohesiefondsen) wordt door Rutte evenzeer toegejuicht. Maar de stijging van de totale EU-begroting is Nederland echter te gortig. En ook de Nederlandse bijdrage die jaarlijks wordt verlangd jaagt Den Haag in de gordijnen.

Premier Rutte verzet zich hevig tegen het begrotingsvoorstel dat de Europese Commissie, sinds kort onder leiding van Ursula von der Leyen, op tafel heeft gelegd. Beeld EPA

Nederland wil per se vasthouden aan de spelregel dat de Europese begroting ten hoogste 1 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI) bedraagt. Als aan die 1 procent zou worden vastgehouden, zou de EU-begroting 130 miljard euro minder hard mogen groeien dan de Europese Commissie voorstelt. Daarnaast verzet Nederland zich tegen de beëindiging van de korting die het als nettobetaler tot dusver kreeg op de contributie aan de EU.

De Commissie wil van die uitzonderingen af nu de Britten de Unie hebben verlaten en daarmee ook de moeder aller kortingen, beter bekend als de ‘rebate’, van tafel is. Zij stelt dat Nederland zich ten onrechte blindstaart op zijn positie als nettobetaler. Het klopt weliswaar dat Nederland nog altijd meer aan de Unie afdraagt dan het aan subsidies terugkrijgt, maar het profijt dat ons land heeft van de Europese Unie door de interne markt is vele malen groter, stelt directeur-generaal begroting Gert Jan Koopman, nota bene een Nederlander. 

Rutte heeft geen haast

Het gaat dus hard tegen hard, en de verwachtingen over een deal komende week zijn dan ook niet al te hoog gespannen. Het succes van de top hangt deels af van het compromisvoorstel dat voorzitter Michel vandaag of begin volgende week op tafel legt.

En tegelijkertijd speelt beeldvorming een rol. Met Eurokritische partijen als PVV en FvD in zijn nek in een jaar voor de verkiezingen heeft Rutte behalve centen ook prestige te verliezen. Het móet een strijd zijn. De woorden die Rutte vorige week uitsprak zouden daarom wel eens profetisch kunnen zijn: “Wij hebben geen haast.”

Nederlandse begroting is bijna twee keer zo groot

Voor de EU-begroting is dit jaar 168,7 miljard euro gereserveerd. Ter vergelijking: de Nederlandse begroting telt in 2020 302 miljard euro aan uitgaven, bijna twee keer zoveel dus. 

Verschil van inzicht over profijt van Europa

Nederland is in 2020 slechts 0,65 procent van het nationaal inkomen kwijt aan contributie aan de EU. Dat is op dit moment het laagste percentage – na het VK – van alle EU-landen. Tegelijkertijd vloeit ruim 9 procent van het Nederlandse nationale inkomen voort uit de interne markt. 

Het profijt van de Europese Unie is dus veel groter dan Nederland zich soms realiseert, meent de Europese Commissie. Daarom acht zij een hogere afdracht, oplopend tot 0,91 procent in 2027, gerechtvaardigd. 

Nederland is het niet eens met die lezing en meent dat het als handelsland bij uitstek ook zonder Europese Unie of interne markt een groot deel van het inkomen aan handel met het buitenland te danken zou hebben gehad. 

Vrekkige vier

Rutte kijkt echter vooral naar het prijskaartje dat er aan het voorstel hangt. Als de Commissie zijn zin krijgt is Nederland vanaf 2026 op jaarbasis bijna 3 miljard euro extra kwijt aan ‘Brussel’. Ter vergelijking: dat is ongeveer een kwart van het bedrag dat naar het basisonderwijs gaat.

Om dit onheil af te wenden heeft de premier de samenwerking gezocht met Zweden, Denemarken en Oostenrijk. Ook deze landen zijn nettobetalers die hun korting zouden verliezen. Samen schreven deze ‘vrekkige vier’ een brief waarin zij eisen dat de EU-begroting niet hoger wordt dan 1,00 procent van het BNI.

Tegelijkertijd hebben zestien, vooral Oost- en Zuid-Europese landen zich verzameld die netto-ontvanger zijn. Zij kwamen onlangs bijeen in Portugal om gezamenlijk verzet aan te tekenen tegen een verlaging van het budget voor landbouw en regionale ontwikkeling. Zij willen meer geld.

Van 241 naar 289 euro

In de afgelopen zeven jaar betaalde een EU-burger gemiddeld 241 euro per jaar aan ‘Brussel’. Als het aan de Europese Commissie ligt stijgt dat bedrag naar 289 euro per inwoner per jaar, een toename van 3 procent. 

Europees Parlement wil 200 miljard meer

De Europese Commissie heeft in 2018 een voorstel neergelegd waarbij in de periode van 2021 tot en met 2027 in totaal 1279 miljard euro wordt uitgegeven. Dat is 1,11 procent van het bruto nationaal inkomen van de 27 overgebleven EU-lidstaten, ofwel de som van wat alle EU-landen (zonder het VK) met elkaar verdienen.

Nederland vindt met andere nettobetalers Denemarken, Zweden en Oostenrijk dat het budget bevroren wordt op 1,00 procent van het totale BNI. Dat is 1148 miljard euro, ofwel ruim honderd miljard euro minder.

Finland heeft als voorzitter van de EU in de tweede helft van 2019 een compromisvoorstel op tafel gelegd dat uitkomt op 1,07 procent (1228 miljard euro).

Het Europees Parlement, dat straks ook nog moet instemmen met de begroting, zet in op een budget van 1,3 procent. Omgerekend gaat het om bijna 1500 miljard euro, ruim 200 miljard meer dan het voorstel van de Europese Commissie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden