Rutte steekt hand in eigen boezem rond toeslagenaffaire: ‘Grenzen overgaan mag niet’

Premier Mark Rutte zegt lessen te hebben getrokken uit de toeslagenaffaire. Een van de dingen die hij zich ‘aanrekent’ is dat hij het belang van rechtsbescherming onvoldoende heeft benadrukt toen het kabinet besloot om fraude harder aan te pakken. ‘Ik had explicieter moeten zeggen: ja we gaan het aanpakken, maar het mag niet gebeuren dat we grenzen over gaan.’

null Beeld ANP
Beeld ANP

In het tweede kabinet-Rutte werd fraudebestrijding een speerpunt van beleid, als gevolg van de Bulgarenfraude en de fraude met persoonsgebonden budgetten. Rutte gaf zelf leiding aan een ministeriële commissie, die een speerpunt maakte van de fraudeaanpak. De commissie die de toeslagenaffaire onderzoekt vroeg Rutte of hij indertijd wel genoeg oog heeft gehad voor de schaduwkant van dit beleid: mede hierdoor kon het gebeuren dat ouders die een klein foutje hadden gemaakt met hun kinderopvangtoeslag als fraudeur werden aangepakt.

Rutte zegt dat hij de rechtsbescherming zelf altijd in het oog heeft gehouden, maar kan zich ook voorstellen dat ambtenaren die het beleid moesten uitvoeren dat signaal niet goed hebben verstaan. “U kunt gelijk hebben, dat mensen het gevoel hebben gekregen dat ze verder moesten gaan dan ze normaal zouden doen. Maar ik kan niet vergoelijken dat iemand zoiets gedaan kan hebben,” zei de premier.

Informatieverstrekking

Rutte kreeg het in het begin van zijn verhoor flink aan de stok met de commissie, vanwege de manier waarop zijn kabinetten omgaan met het verstrekken van informatie. Juist bij de Belastingdienst duurde het vaak eindeloos voordat informatie naar boven kwam. De commissie vraagt zich af of Rutte niet zelf ook de hand heeft gehad in die trend. Op zijn eigen ministerie van Algemene Zaken worden bijvoorbeeld heel weinig aantekeningen gemaakt, waardoor de commissie moeite had te reconstrueren wat er en met wie wordt besproken. Volgens Rutte heeft hij nou eenmaal een klein ministerie en heeft hij ‘niet de mankracht’ of ‘de tijd’ om dingen op te schrijven.

Dat op Algemene Zaken ambtenaren worden aangespoord om zo min mogelijk op schrift te stellen moet volgens hem vooral ‘in grappende zin’ worden opgevat en heeft niks te maken met de vrees dat aantekeningen of app-verkeer opgevraagd zouden kunnen worden met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De commissie vindt die ontkenning opvallend en is bovendien kritisch over het besluit - met medeweten van Algemene Zaken - om in de toeslagenaffaire wettelijke termijnen voor openbaring van informatie op verzoek van journalisten opzettelijk te overschrijden en de boete voor lief te nemen.

Kluitje in het riet

Ook vroeg de Tweede Kamer meermaals vergeefs om ambtelijke memo’s, maar die hoefden volgens Rutte niet verstrekt te worden, omdat ambtenaren volgens hem vrij moeten zijn om ‘stomme ideeën en goede ideeën’ vrijelijk uit te kunnen wisselen, voordat het kabinet een besluit neemt. Deze uitleg wordt door Kamerleden als Pieter Omtzigt (CDA) al een tijdlang aangevochten, omdat die volgens hem in strijd is met artikel 68 van de Grondwet.

SP-Kamerlid Renske Leijten vindt dat het parlement te vaak ‘met een kluitje in het riet is gestuurd’: “Als de informatieverstrekking beter was geweest hadden we hier vandaag niet gezeten,” wierp zij Rutte tijdens diens verhoor voor de voeten.

Hoekstra prijst vasthoudende Kamer

Minister van Financiën Wopke Hoekstra stelde tijdens zijn verhoor dat als de Tweede Kamer en de media niet stug hadden doorgevraagd, de omvang van de toeslagenaffaire nog altijd niet bekend geweest. Hoekstra zei dat de stapel Kamervragen van Omtzigt en Leijten vooral door D66-staatssecretaris Menno Snel en zijn partijgenoten in het kabinet ‘bij vlagen als ongemakkelijk’ werd beschouwd.

Toch komt het duo, net als de vasthoudende verslaggevers van Trouw en RTL Nieuws, wat hem betreft vooral lof toe: “Als je kijkt naar dit dossier en je ziet hoe lang het heeft geduurd voor we in de richting van een oplossing zijn gaan bewegen, vraag ik me sterk af of we daar ooit zonder vragen en mediaberichten zouden zijn beland.”

Hoekstra denkt dat ook een oplossing nog lang niet in zicht zou zijn geweest. “Zonder de Kamer hadden we hier niet gezeten.” Volgens Hoekstra zat het ministerie een hele poos ‘niet aan de goede kant van de lijn’.

Ergernis

Hoekstra velde in zijn verhoor een hard oordeel over het functioneren van de Belastingdienst. Dat leidde bij hemzelf de afgelopen jaren meermaals tot ergernis. Problemen werden niet opgelost en de informatieverstrekking schoot meer dan eens tekort, zei hij tegen de commissie.

Hoekstra zei dat hij er soms pas op de achterbank van de dienstauto achter kwam dat ergens halverwege een ambtelijke notitie een probleem werd gesignaleerd. En als er iets misging, dan proefde hij te vaak een ‘ontspannen houding’.

Ontspannen houding

Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de problemen met de inning van de erf- en schenkbelasting, die de schatkist een tegenvaller van 400 miljoen euro bezorgde. “Dan werd er gezegd: het is binnenkort opgelost. Maar vervolgens is het niet opgelost. Dat is een soort ontspannen houding die je op meerdere dossiers ziet.”

De Belastingdienst zou bij problemen juist moeten zeggen: ‘wat ontzettend vervelend, we gaan alles op alles zetten’, aldus Hoekstra. In het geval van de toeslagenaffaire was het volgens hem beter geweest als de dwanginvorderingen eerder stop waren gezet, in plaats van eerst nog meer informatie te vergaren en dingen uit te zoeken.

Terugkerend probleem

Een terugkerend probleem bij de Belastingdienst is volgens Hoekstra dat er ‘te weinig controle is op wat er daadwerkelijk gebeurt’. Toen hij in de Kamer zei dat de problemen ‘hardnekkig’ waren, werd hem dat door de top van de Belastingdienst niet in dank afgenomen. Hoekstra: “Het leverde irritatie op, want ik zou de problemen groter maken dan ze zijn.”

Hoekstra ging zich in toenemende mate bemoeien met een aantal problemen bij de Belastingdienst. Verantwoordelijk staatssecretaris Menno Snel vond dat ‘niet altijd makkelijk’, aldus Hoekstra, omdat bewindspersonen nou eenmaal ‘het liefst hun eigen winkel runnen’.

Snel zei gisteren tegen de commissie dat hij zich te lang samen met de Belastingdienst ‘te defensief’ had opgesteld en pas laat ‘uit de tunnel’ kwam. Hoekstra is het daarmee eens. “Ik denk dat ik dat onderschrijf, dat die zelfreflectie klopt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden