PlusAchtergrond

Robbert Dijkgraaf: ‘Het is cruciaal dat we de veiligheid van onze wetenschappers kunnen garanderen’

Robbert Dijkgraaf.  Beeld Getty Images
Robbert Dijkgraaf.Beeld Getty Images

Een keer eerder trad hij op tijdens Lowlands Science om te vertellen over de oerknal. Als D66-minister keert Robbert Dijkgraaf nu terug naar de Flevopolder, bijgestaan door viroloog Marion Koopmans. Om onder meer te praten over effectieve wetenschapscommunicatie en bedreigde wetenschappers.

Jim Jansen

Het gesprek met Robbert Dijkgraaf is amper een paar minuten op gang en een ding is meteen duidelijk. Zijn humor en optimisme is hij na een half jaar bivakkeren op het Binnenhof duidelijk niet kwijtgeraakt. Net zoals zijn veelvuldige gebruik van metaforen.

“Iemand zei me ooit dat ik aan metafora nervosa leid,” zegt hij lachend, “en daar zit zeker een kern van waarheid in. Om meteen met een spreekwoordelijke metafoor in huis te vallen. Mijn eerste maanden als minister kun je het beste vergelijken met iemand die constant aan het jongleren is. Ik heb het idee dat ik de hele dag een heleboel ballen tegelijkertijd in de lucht houd en daardoor heb ik ook verschillende identiteiten. Ik leid een departement, ben onderdeel van de regering en de hele politiek en ook nog lid van D66.”

Ik neem aan dat u ook nog u zelf bent.

“Precies! Ik geef mijn eigen invulling aan deze taak, zeker omdat ik ‘net’ uit de wetenschap kom. Dat zorgt voor een andere benadering. Als ik een moeilijk besluit moet nemen of ingewikkeld beleid moet vormgeven, dan vind ik het leuk om te doen wat ik deed in mijn vorige leven. Toen veegde ik even het schoolbord uit en vroeg ik me af: hoe zat het nou ook alweer? Als je onderzoeker bent, moet je altijd een aanloop naar het probleem nemen en je afvragen hoe je op dat punt bent gekomen. Die manier van werken en denken probeer ik ook als minister te hanteren.”

Als wetenschapper bereikte Dijkgraaf nationaal en internationaal zo ongeveer alles wat mogelijk was. Na zijn promotie was hij de jongste universiteitshoogleraar ooit aan de UvA, hij won de Spinozapremie, werd president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), was vaste tafelgast bij De Wereld Draait Door en directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton. Om slechts een beperkt aantal wapenfeiten te noemen.

“Wetenschap maakt het leven de moeite waard en is mijn identiteit,” verzuchtte hij vorig jaar in New Scientist toen hij, naar nu blijkt, aan zijn laatste Amerikaanse maanden bezig was. “Er zijn weinig dingen in het leven die het alledaagse overstijgen. Het is groter dan ikzelf, maar tegelijkertijd ben ik er een onderdeel van, en dat is prachtig. Als ik over de wereld nadenk, denk ik aan de grenzen van het heelal en de allerkleinste deeltjes en het diepste verleden. Wetenschap is een blikopener.”

Hoe omschrijft u als minister het begrip?

“Wetenschap is de meest systematische en beste manier om de wereld om ons heen en onszelf te onderzoeken.”

U bent ruim een half jaar minister. Kunt u een eerste indruk geven?

“In Nederland is een hoop cynisme en kritiek op de politiek. Maar als je hier dagelijks rondloopt, realiseer je je pas hoe belangrijk het werk is dat we hier doen. Het is een voorrecht om vanuit het nationale perspectief zorg te dragen voor een miljoen studenten, voor alle docenten, voor de wetenschappers en voor alle anderen. Het is een sector die mij na aan het hart ligt en ik moet ervoor zorgen dat er concrete stappen worden genomen waardoor het leven beter wordt.”

U bent niet alleen minister, maar staat vooral ook bekend als iemand die ongekend treffend over wetenschap kan vertellen en ingewikkelde materie voor een groot publiek behapbaar kunt maken.

“Wetenschap is belangrijk, maar bij communicatie nemen we mensen mee in de inzichten die we met hen willen delen. Het engageren van de maatschappij bij de wetenschap begint waar de deelnemer is. Het gaat mij om de luisteraar, de kijker, de lezer of de deelnemer. Kun je vanuit daar de weg vinden naar die kennis?”

“Zo werkt het bij mijzelf ook nog steeds en zo denk ik ook over mijn eigen kennis na. Stel je voor dat ik niks over de oerknal weet. Waarom denken we op een bepaalde manier over de oerknal? En laten we dan even vergeten wat we al weten. Dan begin je waar ieder mens is. Communicatie moet vloeien van de ontvanger naar de zender. Het gaat tegen de stroom in.”

Als je kijkt naar wetenschap en communicatie, dan is er een steeds groter – en openbaar – wantrouwen tegenover wetenschappers.

“Als je het in historisch perspectief zet, dan is het ingewikkelder geworden, en dat komt doordat de wetenschap zo succesvol is. Duizenden jaren geleden was wetenschap iets heel abstracts, voor een select groepje mensen die zich bijvoorbeeld afvroegen hoe de kosmos in elkaar stak. Dat had nul invloed op jouw directe leven. Anno 2022 gaat het over de inrichting van het internet, hoe medicijnen werken en of er een vaccin is. Allemaal zaken met directe impact op onze levens.”

“Wetenschap is veel meer in your face. Daarom wordt het ingewikkelder hierover te communiceren, omdat het minder vrijblijvend is. Ik geef je een voorbeeld. Het feit dat er natuurwetten zijn, geeft enerzijds houvast, maar is ook confronterend. En hoe graag iemand het misschien ook zou willen, ik ga niet leviteren en de zwaartekracht staat gewoon aan. Niet onderhandelbaar, zelfs niet door een slinkse boekhouder. Wetenschap is iets onverbiddelijks en daarom roept de confrontatie met kennis ook conflicten op.”

Maar sinds corona is de confrontatie directer en voor iedereen zichtbaar.

“Het is van alle tijden, maar zeker recent worden we er meer mee geconfronteerd. Je ziet dat er een reactie is gekomen, niet zozeer op de wetenschappelijke kennis als wel op de maatregelen die uit die kennis volgen.”

“Men denkt de maatregelen te ondergraven door de kennis te attaqueren. Hierdoor is de rol van de wetenschap ingewikkelder geworden. Daarom hamer ik ook op communicatie. Als je denkt aan het grote publiek, dan is het allesbehalve een uniform iets. In Nederland wonen 17 miljoen mensen die allemaal hun eigen ideeën en achtergrond hebben. Daar moet je iets mee.”

Dat klopt, maar onlangs zei u wel toen het over dit punt ging: de waarheid is hard.

“Daar sta ik ook nog steeds achter. Als ik tegen mensen zeg dat er drie kleuren quarks zijn, dan zal iedereen meewarig knikken. Maar als ik zeg dat het percentage stikstofverbindingen omlaag moet of dat de CO2-uitstoot minder moet, dan gaat het opeens over hen. Over hoe je leeft, hoe je dingen maakt, wat je voor dingen betaalt. Dan wordt het opeens heel concreet.”

Op Lowlands staat u op het podium met Marion Koopmans, een van de vooraanstaandste virologen van ons land, die onlangs op Oerol niet kon optreden omdat haar veiligheid niet was gewaarborgd.

“Het is iets wat me heel diep raakt. Voor de samenleving is het cruciaal dat we de veiligheid van onze wetenschappers kunnen garanderen. Een veilige omgeving waar ze met elkaar kunnen praten, maar ook een plek waar ze hun inzichten met ons kunnen delen, los van wat we met die inzichten doen.”

“De wetenschap presenteert de feiten en de politiek maakt het beleid. Dat is het vertrekpunt. En als we dat vertrekpunt niet eens kunnen bereiken omdat we de inzichten, feiten en soms ook onzekerheden niet op tafel krijgen omdat wetenschappers zich niet veilig voelen, hebben we een groot probleem. We hebben het zoeklicht van de wetenschap nodig en moeten een podium creëren waar we in gesprek kunnen gaan met mensen.”

Zoals bijvoorbeeld de Echotent op Lowlands tijdens New Scientist Live.

“Precies! Ik kijk er enorm naar uit omdat alles er bij elkaar komt. Ik ben zelf een hoge-energiefysicus en Lowlands is een hoog-energiefestival. De bezoekers zetten hun geest open en zijn voor alles in. Toen ik een flink aantal jaar terug optrad op Lowlands, genoot ik daar enorm van. Op zondagochtend een lezing over de oerknal. Het werkte geestverruimend. Voor de bezoekers en voor mij.”

CV

Robertus Henricus Dijkgraaf (Ridderkerk, 24 januari 1960) was van 2012 tot 2022 directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton. Sinds 10 januari 2022 is hij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet-Rutte IV. Eerder was hij onder meer hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, president van de KNAW en vaste tafelgast bij De Wereld Draait Door.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden