PlusInterview

RIVM-rekenmeester: ‘Echt grote fouten zijn er niet gemaakt’

Ook de belangrijkste rekenmeester van het RIVM is weleens 'coronamoe'. Modellenmaker Jacco Wallinga over de tweede golf en de mondkapjesdiscussie.

Jacco Wallinga.Beeld Hans Roggen

Jacco Wallinga gaat deze zomer ook op vakantie. Met zijn gezin naar een huisje in Frankrijk is het plan, maar hij maakt zich een beetje zorgen over de situatie bij de aires, de Franse rustplaatsen langs de snelweg. “Ik wil drukke plekken mijden, dus we vertrekken niet op zaterdag. En we gaan niet stoppen bij die volle tankstations. Voor de zekerheid nemen we mondkapjes mee.”

Ruim vier maanden na de uitbraak van het coronavirus in Nederland maakt de belangrijkste modelleur van het RIVM zich even drukker om de aire dan om de R, de reproductiefactor van het coronavirus, de graad die staat voor het aantal andere mensen dat een coronapatiënt gemiddeld besmet. “Die is stabiel, schommelt rond de één, al een tijdje. Maar het gaat verrassend goed, ook na de versoepelingen. Dat had ik ook niet verwacht dit voorjaar.”

Wallinga leidt de afdeling Modellering van Infectieziekten bij het RIVM en maakt prognoses over het aantal patiënten, de ziekenhuisopnames en sterftecijfers. Die grafieken domineerden maandenlang het virusbeleid. In een steriel vergaderzaaltje van het RIVM - 'niet meer dan vier personen!' dicteert de coronawaarschuwing op de deur - vertelt de hoogleraar over zijn rekenwerk met dit nog altijd mysterieuze virus. Wallinga - in spijkerbroek en overhemd - is bedachtzaam, voelt soms even met zijn handen in het haar tijdens een denkpauze. “Bedenk wel: luchtweginfecties hebben vaak een jaarlijkse cyclus, we hebben nu nog geen jaar ervaring. De vraag is ook hoe een eventuele tweede golf eruitziet. Alles is erop gericht dat die klein wordt, dat we lokaal grip houden op de situatie. We krijgen straks ook zicht op meer dan driehonderd rioolwaterzuiveringen, hopelijk geven die een vroeg beeld van een eventuele opflakkering.”

Waarom weten we eigenlijk nog zo weinig van het virus? De epidemie is hier een tandje teruggeschakeld, maar we weten niet goed waarom.

“We weten dat onze maatregelen gewerkt hebben om de snelle verspreiding te remmen. Nu pellen we die één voor één weer af. Maar ondertussen kijken we goed naar wat er gebeurt in andere landen. Ik vind het heel fijn om te merken dat er zoveel vertrouwen is in de wetenschap, dat we na een halfjaar verwachten zo'n beetje alles wel te weten, maar dat is niet zo. We hebben wel veel geleerd over het virus, maar we zijn er echt nog niet. Tuberculose wordt al sinds 1850 bestudeerd, het vaccin daartegen is nog altijd niet super-effectief. Bij aids wordt al zolang gezocht naar een vaccin, dat is er ook nog niet. Het is fijn als mensen optimistisch zijn en rekenen op een snel vaccin, maar met je beleid kun je daar niet op leunen. Je moet gewoon rekening houden met het feit dat het best langer kan duren.”

In de nieuwe cijfers zien we meer jongeren die positief testen dan ouderen. Is dat slecht nieuws?

“Nee. We zien dat het aantal zieken onder ouderen daalt, dat is goed nieuws. Daardoor neemt het relatieve aantal jongeren toe. De vrees is dat door de versoepelingen het aantal jongeren dat ziek wordt daadwerkelijk hard stijgt, maar dat zien we nu nog niet. Ze komen ook niet zo snel in een ziekenhuis terecht: de aantallen op de ic's dalen flink.”

Wat is de komende tijd dan het spannendst?

“Er is nog heel veel dat duidelijk moet worden. Je gaat zo'n virus toch benaderen als de virussen die je kent, als influenza bijvoorbeeld, de griep. Maar dit is toch echt anders. Ik ben vooral benieuwd naar de immuniteit: in hoeverre ben je langere tijd beschermd tegen corona als je het hebt doorgemaakt? Er zal een zekere vorm van immuniteit zijn, anders zou je binnen gezinnen elkaar steeds aansteken, maar hoe lang en hoe sterk? Daar ben ik echt benieuwd naar.”

Wallinga heeft geen sociale media - 'bewust niet'. Als er al tijd over is, leest hij vakliteratuur en onderhoudt hij contact met buitenlandse vakgenoten. “Elke vrijdag hebben we virtueel overleg. Ik snap dat discussies online soms hoog oplopen, maar ik denk dat ik aan die internationale vergelijking meer heb. Dan hoor je van collega's in andere landen hoe het bij hen gaat, je wisselt kennis uit. En dan merk je ook de verschillen: in Zwitserland zijn minder gevallen dan bij ons, dus daar klinkt meer ontspanning. Terwijl in het Verenigd Koninkrijk versoepeld wordt terwijl er nog tamelijk veel besmettingen zijn, daar zijn dan zorgen. Maar in die vergaderingen probeer je ook voortdurend jezelf een spiegel voor te houden: missen we iets? Zien we zaken over het hoofd?”

En wat hebben jullie onderweg over het hoofd gezien? Waarvan begint Jacco Wallinga te zweten als hij denkt aan de parlementaire enquête die mogelijk komt?

“Dat klinkt misschien arrogant, maar niet zo heel veel. Althans: echt grote fouten zijn er niet gemaakt, denk ik. Maar we merken wel dat wat voor de wetenschap normaal is, met nieuw bewijs pas je je inzichten aan, voor de buitenwereld soms lastiger te begrijpen is. Toen we erachter kwamen dat de ligtijden op intensive cares langer waren, verwerkten we dat bijvoorbeeld direct. Al werd dat in de media uitgelegd als een 'modelfout'. En we zagen begin maart in onze data dat het virus ook al heel vroeg, en zelfs voor de eerste symptomen, verspreid kon worden. Dat hebben we ook meteen meegenomen.”

Dat werd zo duidelijk niet gecommuniceerd. Je zou kunnen zeggen dat die 1,5 meter afstand houden juist nodig is om deze pre-symptomatische verspreiding tegen te gaan.

“Dat is ook een communicatie-aspect, je kunt ook niet alles in één keer vertellen. Maar ons beleid is robuust, is erop gericht dat je ook met nieuwe inzichten nog steeds het goede doet. Afstand houden, met klachten thuisblijven en testen, zoveel mogelijk thuis werken, dat is allemaal effectief gebleken. Volgens onze berekeningen zijn zo 36.000 ic-opnames voorkomen. Dat is natuurlijk theorie, maar het geeft wel de orde van grootte aan van het potentiële probleem dat op ons afkwam.”

Mondkapjes laten we hier achterwege. In België zijn ze verplicht in veel gebouwen. Dat is merkwaardig: wetenschap wordt toch niet door landsgrenzen gehinderd?

“Ik ben geen expert als het aankomt op mondkapjes, maar weet wel dat wij die 1,5 meter afstand houden. Als je dat doet, is de meerwaarde van een mondkapje er niet.”

Een econoom zegt dan misschien: doe ons maar die mondkap, dan kunnen veel sectoren weer volop draaien.

“Dat kan een econoom zeggen inderdaad, wij adviseren vanuit het volksgezondheidsaspect.”

Hoe groot is de kans dat wij straks allemaal met een mondkapje lopen in september?

“Geen idee, maar ik sluit het ook niet uit. Als er meer aanwijzingen en bewijs komen, dan kan dat leiden tot nieuwe inzichten.”

Toch is dat soms lastig te volgen. Zo schuift het RIVM nu voorzichtig als het aankomt op virusverspreiding door minidruppels, de aerosolen. Aanwijzingen waren er al langer, onderzoekers van Erasmus MC zagen deze besmettingen onder fretten al in april.

“Je zoekt altijd naar bewijs, hier bij het RIVM is daar nu ook onderzoek naar gedaan. En een heel klein deel van de virusverspreiding gebeurt mogelijk via die kleinste druppels, blijkt. We gaan er ook al langer van uit dat een heel klein deel van de mensen verantwoordelijk is voor een groot deel van de besmettingen, maar we kunnen geen voorspellende karakteristiek geven, zo van: dit is de superverspreider. Je ziet besmettingen in veel verschillende omstandigheden: in gezinnen, in cafés, bij koren, slachthuizen. Dat volgen we. Dat is voortschrijdend inzicht, zo werkt de wetenschap. Dat is goed. En het is echt niet zo dat we in deze crisis de hele tijd gewacht hebben tot er sluitend, onweerlegbaar bewijs was voor het een of het ander. Ik begreep dat ook in het OMT steeds gezegd is: met de kennis van nu lijkt ons dit de beste stap.”

Maar straks eerst: en route, op vakantie, naar Frankrijk. Wallinga is eraan toe, al is hij de man er niet naar om te klagen over werkdruk of stress. “Mijn vrouw was veel thuis bij de kinderen, dat was ook niet altijd makkelijk, denk ik dan. Maar het is fijn even weg te zijn. Wij zijn hier soms ook coronamoe hoor, net zo goed als de rest van het land.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden