PlusInterview

Renske Leijten over haar burn-out: ‘Ik kreeg de zenuwen van overstappen met de trein’

Renske Leijten: ‘Ik heb me als 16-jarige afgekeerd van het geloof omdat ik de paus veel te streng vond.’ Beeld Guus Schoonewille
Renske Leijten: ‘Ik heb me als 16-jarige afgekeerd van het geloof omdat ik de paus veel te streng vond.’Beeld Guus Schoonewille

Voor het eerst spreekt SP-Kamerlid Renske Leijten over haar burn-out. ‘Een van de elementen is dat je niet meer kunt analyseren wat je eigen rol is.’

SP-Kamerlid Renske Leijten (42) was samen met Pieter Omtzigt de drijvende kracht achter de onthulling van de toeslagenaffaire. Leijten heeft een extreem jaar achter de rug, waarin ze voor de derde keer nummer 2 op de SP-lijst was, de toeslagenaffaire tot een hoogtepunt bracht met haar wapenbroeder ­Pieter Omtzigt, maar de SP ook een ­nederlaag leed.

U hebt serieus overwogen te stoppen met het Kamerlidmaatschap tijdens het derde kabinet-Rutte. U zat tegen een burn-out aan.

“Ik denk wel dat ik er een had, ja. Achteraf bezien heeft de toeslagenaffaire mij eraf geduwd. Ik heb dingen veranderd in mijn leven, ook met hulp van mijn huisarts. Ik heb ook echt om hulp gevraagd.”

Hoe begint dat?

“Je slaapt niet meer goed. Op een gegeven moment dacht ik: het kost me te veel moeite, laat ook maar, ik doe het zelf wel. Dan kom je in de positie dat je het vertrouwen verliest in medewerkers of zij in jou. Dat kleine mis­verstanden grote dingen worden en dat kost veel te veel energie. En ik had al de hele tijd aan­gegeven in de fractie dat ik niet goed sliep en te veel te doen had.”

Wanneer keert de wal het schip?

“Een van de elementen van een burn-out is dat je niet meer kunt analyseren wat je eigen rol is, je ziet dingen niet meer in verhouding en denkt: iedereen is tegen me. Dat is heel erg ­misgegaan bij mij. Ik ben enorm geschrokken naar huis gegaan. Mijn man zei: ‘Nu ga je een afspraak maken met de huisarts.’ Die was er ook meteen.”

Hoe kreeg u de regie over uw leven ­terug?

“Ik had bijvoorbeeld twee momenten waarop ik energie lekte. Tijdens het fractieoverleg en bij het overstappen met de trein. Daar kreeg ik echt de zenuwen van. De trein uit, heb ik alles? Dan weer trein in, druk, moeten staan… Dat was een enorm stressmoment. Dus ik stap gewoon niet meer over. Tijd inbouwen. Stress voorkomen. In de periode van de Europese verkiezingen, toen we verloren en de partij aan diggelen lag, heb ik gezegd: ‘Jongens, wat ik kan doen, doe ik, maar meer niet.’ Dat is een hele goede houding geweest.”

Werd dat begrepen?

“Zeker. Ik heb ook echt de ruimte gekregen. Ik heb er met Lilian (Marijnissen, red.) over gesproken. Eigenlijk was ik van plan een jaar eerder al op te stappen. Toen kwam de toeslagenaffaire en was tussentijds opstappen geen optie. Lilian zei: ‘Rens, luister. Jij hebt zoveel betekend voor de partij en het land, niemand zal bij jou zeggen dat het een carrièrestap is als je eerder weggaat. Iedereen gunt jou dit.’ Zij heeft er ook geen enkele druk op gelegd. Dat was prettig, zo kon het mijn eigen proces zijn.”

Had u door dat uw maatje Omtzigt een soort­gelijke worsteling doormaakte?

“Daar wil ik niet te veel over zeggen. Dat het voor hem ook op alle fronten een gevecht is geweest, heeft iedereen kunnen zien.”

De ouders van Leijten hadden in Haarlem een zogeheten gezinshuis. “Er kwamen vier pubers bij ons in huis wonen die thuis niet konden opgroeien. De gedachte van mijn ouders was: we moeten af van die instituten, omdat dat minder menselijk is dan een gezinsleven. Ik zie ze allemaal als mijn broers en zussen. Het was ook een leuke tijd. Heel veel verjaardagen en feestjes. We deden veel spelletjes, ik vond het superinteressant, want ze waren ouder.”

Gelooft u?

“Niet actief. Mijn ouders hebben mij geprobeerd op te voeden zonder de straffende hand Gods. Ze hebben me het wel meegegeven. Ik ben katholiek opgevoed met alle rituelen. Het was een tamelijk vrije parochie. Maar ik heb me als zestienjarige afgekeerd van het geloof omdat ik de paus veel te streng vond. Tegen homohuwelijk, tegen abortus voor vrouwen die het nodig hadden. Hiv werd benoemd als straf van God. Ik dacht: doe normaal! Waar ik ook op afhaakte was de focus op het hiernamaals, terwijl je ook bezig kunt zijn met het hier en nu. Maar ik begrijp wat mensen uit religie kunnen halen, daar kijk ik niet op neer.”

U hebt zowel Jan Marijnissen als zijn dochter Lilian Marijnissen als politiek leider gehad. Wat zijn de verschillen?

“Heel veel. Toen ik bij de partij kwam, werd ik voor de lijst gevraagd door Jan. Hij was een instituut. En naar een instituut wordt goed geluisterd. Hij had een heel duidelijke strakke lijn, die noteerde hij ook en die verwachtte hij van iedereen. Ik heb daar veel van geleerd.”

“Lilian doet het op een heel andere manier. Maar die is ook nog niet dat instituut, die moet daar nog naar toe groeien. Ze heeft een natuurlijk overwicht. Zij heeft veel meer oog voor: zijn we een groep? Doen we het samen? Ze is van een andere generatie, maar het is ook een andere fase in onze partij, laten we wel wezen. Zij is van: cultuur spreek je niet af, dat doe je. Daar voel ik me heel goed bij.”

Wat is de reden dat de SP de kiezer niet aanspreekt?

“Ik denk dat wij te onherkenbaar zijn voor de mensen. Het is te makkelijk om te zeggen: het waren coronaverkiezingen, maar het heeft zeker meegespeeld. Veel van onze kiezers zijn te motiveren in een tegenstem. Misschien waren wij te weinig het tegengeluid. En we hebben ons de afgelopen tijd onvoldoende afgezet tegen de identiteitspolitiek.”

De SP lijkt schuw als het gaat over identiteitspolitiek.

“We zijn gewoon tegen identiteitspolitiek. We wijzen het af. Klimaataanpak is goed voor rijk en arm. Erkenning slavernij is goed voor wit en zwart. En dat is wat het moet zijn. Over de toeslagenaffaire zeggen mensen: dat is puur racisme. Nou nee, het is discriminatie van voornamelijk de armste mensen; wit en zwart. Het lijkt wel alsof we dat helemaal kwijt zijn.”

“Op dit soort onderwerpen is de SP een beetje kopschuw geweest. Daarvan moeten we steviger zeggen: wij vinden dat het zo zit.”

Denkt u weleens na over een leven buiten de politiek?

“Dat vind ik eigenlijk heel gevaarlijk. Als je daarover na gaat denken, ben je mentaal al bijna weg. Wat ik altijd leuk heb gevonden is kijken naar vacaturesites van kranten.”

Waar slaat u dan op aan?

“Al die bestuursfuncties, daar moet je mij niet voor vragen, ik ben er niet geduldig genoeg voor. Laatst zag ik een vacature voor een ­collegelid voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Dan denk ik: dat zou echt iets voor mij zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden