Nieuws

Rekenkamer: teruggedraaide verhuizing marinierskazerne kostte bijna 1 miljard euro méér

De voorgenomen verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen, die begin 2020 werd teruggedraaid, heeft een kleine 1 miljard euro méér gekost dan werd verwacht. De Algemene Rekenkamer noemt dat in een hard rapport over bezuinigingen bij Defensie ‘ontluisterend’. De extra kosten waren deels te voorzien geweest en ‘vermijdbaar’.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Met de verhuizing van het complex naar Vlissingen hoopte Defensie in 2012 eenmalig 23 miljoen euro te bezuinigen ten opzichte van renovatie van de oude marinierskazerne. Jaarlijks moest nog eens 2,7 miljoen worden bespaard op de exploitatiekosten. Daar kwam allemaal niks van terecht, stelt de Rekenkamer. Het kabinet had haast met het besluit, onderzocht geen alternatieve locaties en had ‘geen volledig inzicht’ in de kosten.

‘Het is ontluisterend dat wij moeten concluderen dat als gevolg van onzorgvuldige besluitvorming, het niet volgen van eigen normen en vanwege deels voorzienbare en vermijdbare meerkosten door het Rijk inmiddels een kleine 1 miljard euro meer moet worden uitgegeven dan in 2012 aan de Tweede Kamer is voorgesteld’, schrijft de Rekenkamer in het rapport.

Nieuwe kazerne

In plaats van geld besparen kostte de geannuleerde verhuizing alleen maar meer geld. Het bedrag van 1 miljard euro is inclusief de 670 miljoen euro die het Rijk uittrok om de provincie Zeeland te compenseren voor het annuleren van de verhuizing. Ook is de raming voor de bouw van de nieuwe kazerne, die nu in Nieuw-Milligen moet komen, meegenomen. Die bouw pakt door een nieuwe berekening twee keer zo duur uit dan de kazerne in Vlissingen zou hebben moeten kosten.

Er werden ook meer kosten gemaakt, stelt de Rekenkamer, die te voorkomen waren geweest door ‘een zorgvuldigere besluitvorming’. Zo bleek dat slechts de helft van de grond die ter beschikking werd gesteld, bruikbaar was. De overige grond was verontreinigd en lag pal naast een rioolwaterzuivering. Ook zaten er oude explosieven en archeologische vondsten in de bodem. Het kabinet trok 12,8 miljoen euro uit voor sanering en nieuwe grond en stak later nog eens 28 miljoen euro in het bouwrijp maken.

“Het is ontluisterend dat wij moeten concluderen dat als gevolg van onzorgvuldige besluitvorming, het niet volgen van eigen normen en vanwege deels voorzienbare en vermijdbare meerkosten door het Rijk inmiddels een kleine 1 miljard euro meer moet worden uitgegeven dan in 2012 aan de Tweede Kamer is voorgesteld”, schrijft de Rekenkamer in het rapport Uit het vizier.

Ruimhartig

De geschiedenis herhaalt zich, ziet de Rekenkamer, bij het compensatiepakket voor Zeeland. Toen de verhuizing eenmaal van de baan was, wilde de Kamer dat de provincie snel ruimhartig gecompenseerd zou worden. Binnen vier maanden werd onder meer een justitieel complex met gevangenis en rechtbank beloofd, ter waarde van 670 miljoen euro. De Rekenkamer ziet in ‘het hoge tempo’ waarmee die compensatieplannen tot stand kwamen, ‘parallellen met het proces waarmee in 2011 werd besloten tot de verhuizing van de mariniers naar Vlissingen’.

Daarbij had verhuizing een besparing van de exploitatiekosten van 2,7 miljoen per jaar moeten opleveren, maar dat doel verdween al snel uit zicht. Intern was al sinds 2015 bekend dat de bezuiniging niet zou lukken, maar het zou nog tot 2018 duren voor de Tweede Kamer daarover (vertrouwelijk) werd geïnformeerd. De exploitatie bleek in 2012 te laag geraamd en zou – na een herberekening – juist 3,5 miljoen euro hoger uitvallen.

Kapitaalvernietiging

Na de kredietcrisis moest het toenmalige kabinet-Rutte I in 2010 bezuinigen. Defensie moest vanaf 2011 structureel 1 miljard euro inleveren. De Rekenkamer nam die bezuinigingen onder de loep aan de hand van vier casussen. Naast de verhuizing van de marinierskazerne werd gekeken naar het afstoten van tanks, mijnenvegers en transporthelikopters. De Rekenkamer concludeert dat in geen van de vier voorbeelden de doelstelling werd behaald. Er werd zo ongeveer de helft, 423 miljoen euro, minder bezuinigd dan het plan was.

Zo heeft de Rekenkamer geen goed woord over voor de verkoop van alle Nederlandse tanks waartoe in 2011 werd besloten. De krijgsmacht besloot drie jaar later om Duitse tanks te gaan leasen, om de kennis over tanks bij Defensie op peil te houden. De Rekenkamer noemt het eerst verkopen en daarna terugleasen ‘kapitaalvernietiging’ en ‘ondoelmatig beheer van publieke middelen’. Inmiddels wil Defensie zelf weer tanks kopen. “Wij concluderen dat dit bijna 8 maal duurder uitvalt dan wanneer de na 2011 door Nederland verkochte tanks waren geüpgraded naar hetzelfde type in plaats van verkocht.”

Demissionair minister Ank Bijleveld van Defensie stelt in een reactie op het rapport dat er binnen haar ministerie ‘intern een start is gemaakt’ met het verbeteren van ‘de informatiehuishouding en transparantie’. Daarvoor is een taskforce opgericht. Ook wijst ze erop dat Defensie er bewust voor koos om minder te bezuinigen dan in 2011 was afgesproken, omdat de veiligheidssituatie in de wereld verslechterde. De Rekenkamer schrijft dat ‘verwacht mag worden’ dat bij Defensie ‘strategisch handelen en omgaan met een onzekere toekomst in het bloed zit’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden