PlusTuingriezels

Regenwormen: onmisbaar, onder én boven de grond

De lockdown bracht een hoop groene vingers in beweging en daar profiteren ook insecten van. Pak niet meteen de vliegenmepper, sommige beestjes zijn juist een waardevolle toevoeging aan het leven in de tuin of op het balkon.

Beeld Floor Rieder

Wie veel regenwormen in de tuin of op het balkon heeft, doet het goed. Volgens Jeroen Onrust, regenwormonderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn de ongewervelde beestjes een indicator van een gezonde, bio­diverse omgeving. “Ze voeden niet alleen zichzelf, maar ook andere wormen én zorgen ervoor dat de grond vruchtbaar blijft.”

De regenworm is een sleutelsoort als binnen het ecosysteem. “Het is een alleskunner die onmisbaar is voor de bodem,” zegt Jan Willem van Groenigen, hoogleraar bodembiologie aan de Wageningen University. “Sterker nog, na schimmels en bacteriën is de regenworm misschien wel het belangrijkste bodemorganisme.”

Toch is het niet vreemd dat de taak van regenwormen bij het gros van de tuinliefhebbers en leken onbekend is. Het ongewervelde beestje gaat ’s nachts pas aan het werk boven de grond. Staan er weleens takken of bladeren rechtop in de tuin? Dan is dat het werk van de regenworm, die zijn eten de grond in trekt om het later te verorberen.

Onrust noemt de regenworm zelfs de beste vriend van de luie tuinier: je kunt alles laten liggen. Hoe rommeliger de tuin en hoe minder vaak de grond wordt gespit, hoe beter. De rode regenworm ruimt het wel op.

Van Groenigen: “Charles Darwin was de eerste wetenschapper die onderzoek deed naar wormen. Hij zag als eerste in hoe belangrijk die beestjes zijn voor de aarde.” In totaal deed Darwin er meer dan veertig jaar over om een eerste boek over wormen te schrijven. Een jaar voor zijn dood kwam het boek uit.

Vijf paar harten

Volgens Onrust en Van Groenigen zijn er in totaal circa 670 soorten regenwormen. Ze hebben allemaal vijf paar harten. Die zitten vooraan, bij de kop.

Het fabeltje dat het dier kan doorleven als je hem doorsnijdt is dus geen fabeltje – al wordt het vanzelfsprekend niet aangeraden. “Als je in het achterste deel snijdt doordat je bijvoorbeeld in de tuin aan het werk bent, is de kans groot dat het in leven blijft,” zegt Onrust. Maar er ontstaan niet ineens twee wormen.

Om de honderden soorten regenwormen van elkaar te kunnen onderscheiden is training nodig. Je hebt donkerrode, paarse, blauwachtige wormen, groene en grijze en… Al is kleur niet het enige verschil. Ook het aantal ringen vanaf de kop naar het zadel bijvoorbeeld kan vertellen welke soort het is. Of de positie van de mannelijke porie, de plek waar sperma uitkomt. Op al deze punten verschillen de soorten.

Naast de klassieke Nederlandse regenworm komen er in Nederland nog zo’n 24 andere soorten voor. In een echt gezonde en diverse tuin kunnen wel 500 exemplaren per vierkante meter zitten. Om het gemakkelijker te maken, kunnen de soorten onderverdeeld worden in drie categorieën: grijze, rode en pendelaars. De pendelaars graven verticale gangen waardoor de grond beter kan ontwateren.

De rode eten met hun tandloze zuigmond blaadjes en ander grof plantaardig materiaal. Ze gaan zelf bovengronds op jacht naar eten, terwijl de grijze weinig aan de oppervlakte komen. Zij eten materiaal dat al verder verteerd is: de restjes die hun rode soortgenoten achterlaten.

“Regenwormen eten veel en poepen ook veel. In hun ontlasting zitten allerlei nutriënten die de bodem vruchtbaarder maken, wat weer zijn effect heeft op de gezondheid van planten,” zegt Van Groenigen.

Een ander voordeel is dat die vele gangetjes de grond in zorgen voor een goede afvoer van het water en de bodem doorluchten. “Je wilt in de tuin een beetje van alles, biodiversiteit is noodzakelijk voor een gezonde tuin en balkon. Maar de regenwormen, dat zijn echt sleutelsoorten: onmisbaar onder de grond en daarboven.”

Het loont dus om de bladblazer te laten voor wat hij is en de drang om de tuin spic en span te krijgen te onderdrukken. En niet onbelangrijk: hopen dat er genoeg regen valt.

Deze wormen hebben namelijk niet voor niets regen als voorvoegsel in hun naam. “Als het te droog wordt, gaan de wormen in zomerslaap,” legt Onrust uit. “Dan leggen ze zichzelf in een knoop. Daardoor ligt er minder van hun oppervlakte ‘droog’ en verliezen ze zo weinig mogelijk vocht. Sommige wormen bestaan voor wel negentig procent uit water.”

Uren bezig met de daad

De steeds vaker voorkomende droge periodes zijn daarom funest voor hun soort, al worden ze nog niet met uitsterven bedreigd. Wormen hebben het voordeel dat ze het hele jaar door paren. Daarvoor nemen ze de tijd. “Ze kunnen uren bezig zijn met de daad,” zegt Onrust. Ze gaan dan tegen elkaar liggen en wisselen sperma- en eicellen uit. Binnen een paar uur of na een paar maanden komen er een of meerdere coconnetjes uit.

“In theorie zouden regenwormen zichzelf kunnen bevruchten,” zegt de wetenschapper. “Ze zijn namelijk hermafrodiet: ze hebben zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken. Maar het lukt ze niet alleen. Ook wormen hebben een ander nodig om zich voort te planten.”

Eerste hulp bij composteren

Regenwormen zijn fantastische beesten die bijdragen aan een circulaire economie, aldus Van Groenigen. Wachten tot ze in je tuin aan het werk gaan, is niet per se nodig. “Je kunt ze ook actief inzetten om je eigen huisvuil te recyclen,” zegt de hoogleraar. Dat heet vermicompostering: regenwormen verwerken groente, fruit en tuinafval tot ‘heel goede compost’. Die kan weer terug de tuin in of bij de planten op het balkon. “Het zit dan vol nutriënten, je geeft het terug aan de aarde.”

Liefhebbers hebben geen tuin of balkon nodig om aan de slag te gaan met vermicompostering – het is dus hartstikke toegankelijk voor Amsterdammers. De hoogleraar, die zelf op tweehoog woont, doet het ‘gewoon’ in zijn keuken. Daar staat een compostbak waarin groenafval aan de wormen wordt gevoerd en geur-en reukloos wordt verwerkt tot voedzame aarde. Wie liever geen wormen in huis haalt, kan ook een buurtinitiatief opzetten of zich aansluiten bij een van de bestaande gft-bakken, ook wel wormenhotels, die verspreid staan door Amsterdam. Op wormenhotel.nl staat alle informatie om aan de slag te gaan.

Zomerserie

In deze reeks kijken we naar veelvoor­komende beest­jes in tuin of op balkon en waar zij goed voor zijn.

1.  Wilde bij

2.  Lieveheersbeestje

3.  Mier

4.  Spin

5.  Regenworm

6.  Libel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden